Na Brexit

 Heel langzaam dringen de gevolgen van de Brexit door. Hoe vreemd, de lingua franca binnen de EU is nog steeds het Engels. Hoe lang nog?

 Gespannen kijk ik elke avond naar de BBC, het nieuws en Newsnight, zoals in de dagen van Peter Snow en Donald McCormick. Goddank zijn Jeremy Paxman en David Dimbleby er soms nog. En ik zag hoe Emily Maitlis prachtig Theresa May kraakte na de torenbrand. Wat ze allemaal beleefd verzwijgen is dat ze Brexit waanzin vin­den en Boris Johnson een idioot.

 Het wachten is tot de BBC hier van de kabel wordt gegooid.

 Toen Trump er bij kwam was de ramp van het Angelsaksisch isolationisme niet meer te overzien. Sinds de met de dag onbegrijpelijker wordende Tweede Wereldoorlog leefden we in een Angelsaksische cultuur. Maar 'Dad's army', 'Allo, allo', 'Fawlty towers', het is voorbij. Het eind van een tijdperk.

 Totaan de oorlog was Nederland cultureel een Duitse provincie, zongen afwassende moeders Duitse operettemelodietjes en was Richard Tauber de held. Eerder spraken nette mensen vloeiend Frans. Ik leerde nog de 'drie moderne talen' op school. Voorbij. Om met Riet en Kees te spreken: 'Het buitenland is toch niet meer te redden'.

Tags: 

Zalig nietsdoen?

 Wat denken precies zou moeten zijn heb ik nooit begrepen. Er zijn tegenwoordig zelfs 'denkers des vaderlands'. Soms schiet me iets te binnen, maar of dat dan een gevolg is van denken? De 'Penseur' van Rodin heeft misschien kiespijn.

 In deze zomertijd zou ik moeten doen wat ze in Bergen in museum Kranenburgh 'Zalig nietsdoen' noemen. Een tentoonstelling van hardwerkende kunstenaars. In de begeleidende tekst wordt Aristoteles aangehaald die 'individuele bezin­ning en verdieping' stelt boven 'werk en activiteiten'. Een dwaas onderscheid, het loopt door elkaar, altijd. Het brein werkt dag en nacht, is niet te stoppen. Er zijn betrekkelijke leeghoofden, maar ook die blijven bezig met inventief vechten en vernielen.

 Het is zomer. Je wordt geacht je te amuseren. Uit protest daartegen heb ik hele vakanties doorgebracht achter gesloten gordijnen. Ik woonde vijf minuten van zee maar ging er nooit heen.

 In de jaren '60 werd het 'langharig werkschuw tuig' volksvijand nummer 1. Omdat ik bij televisie werkte werd me gevraagd zo'n werkschuwe voor de camera te halen. Ik kende er vast wel een, dachten ze, maar ik vond niemand. Een vriend die op het oog niet veel uitvoerde behalve gedichtjes schrijven en niet opschieten met een vertaling weigerde woedend. Hij is nog steeds kwaad op me.

Tags: 

De koning sterft

 We leven in een gezegende tijd als het gaat om sterven. Met deze opluchting kwam ik uit de meesterlijke film 'De dood van Lodewijk XIV' van Albert Serras. Gebaseerd op getuigenissen van toen.

 Wie ziek werd was in de oude tijden aan de heidenen overgeleverd.  Men deed maar wat, wist niets. En nog zijn er die zich in deze tijd vrijwillig overleveren aan kwakzalvers, zich niet laten inenten of heilig geloven in natuurgeneeswijzen.

 Hoe gaat dat als de wanhoop toeslaat? Lodewijk kon niet veel anders en laat tenslotte dokter Le Brun uit Marseille komen die veel raadselpraat uitstoot over mens en natuur en een elixer toedient waarin stierenzaad, kikkervet en het hersenvocht van Engelse doden vermengd zit. Mens en natu­ur, een warboel. Ook toen. Lodewijk sterft aan gangreen, wondkoorts. Nu makkelijk oplos­baar.

 De film komt de sterfkamer niet uit. De kerk verzorgt de rituelen. Taferelen bij heel spaarzaam kaarslicht met priesters en geleerde oude mannen die het tenslotte ook niet weten. Geen diagnose, luidt de eerlijke diagnose van de Parijse universitaire medici.

 Opmerkelijk is dat tot vandaag voortziekende geloof in de geneeskracht van voedsel, diëten. Maar de koning eet niet. Hij sterft.

 Jean Pierre Léaud die ik ken uit zoveel Truffaut‑films waarin hij diens alter ego speelt is een volstrekt geloofwaardige stervende koning. De bedenker van de pruikenmode - hij werd kaal, en heel het hof moest eraan - blijft helder tot het eind. Alleen - schoonheidsfoutje ‑ z'n gebit is te gaaf, in die tijd aten de rijken suiker en tandartsen trokken alleen. Meesterlijk is het trillen van z 'n wang in de opening van de film..

 Maar verder laat hij alle gemoedstoestanden tussen leven en dood geloofwaardig zien. Ik word morgen lid van de bond tegen kwakzalverij.

Reve en foto's

 'Ja met mij, niks bijzonders hoor. Gooi je niet in de zenuwen om iets, het leven is toch prachtig. Nou dag.'

 Deze op het antwoordapparaat ingesproken boodschap van Gerard Reve vat het goed samen. Je kon gewoon met hem praten. En dat deden we telefonisch veel als hij in Frankrijk aan zijn landgoed bouwde ('Ja die deur is gekomen, maar er is iets raars, hij zit onderstebov­en'). Joop sprak geen Frans en kwam niet mee, dus hij zat 's avonds alleen.

 Ik kreeg de uitgave van het Rijks 'Between Ad and Allegory: marketing Portraits of Gerard Reve'. Een studie van Hinde Haest over het kunstenaarsportret door de eeuwen heen, speciaal dat van Gerard. Rembrandt was de eerste die zich als de kunstenaar in zijn atelier afbeeldde. Als visitekaartje, een demonstratie van zijn kunnen. De schilder was niet langer ambachtsman. De geboorte van de kunstenaar als creatief individu.

 De foto bracht de 'cartomanie'. Fans konden ansichten van Baudelaire en Hugo kopen. Gerard had het goed in de gaten: 'We hebben een winkel.' Liet zich fotograferen met attributen uit z'n werk, het wijnglas, Mariabeeldjes, teddyberen. Op brieven maakte hij expres afdrukken van de voet van zijn wijnglas en schreef erbij 'Dan is het meer waard als je het aan Johan B.W. (Polak) verkoopt'. De eeuwige vraag 'meent ie het nou' wordt in de foto's niet beantwoord. Integendeel. Mij zei hij: 'Als ik een voorstelling geef doe ik het goed.'

Tags: 

Onbegeleid

 'Tell me how it ends' heet het boekje dat de Mexicaanse, in de VS werkende schrijfster Valeria Luiselli schreef over haar werk als tolk voor de rechtbank in New York. Waar ze illegaal de grens overgekomen jongens en meisjes uit Guatemala, Honduras etc. moest ondervragen.

 Een 'essay in veertig vragen' is de ondertitel. De 'onbegeleide' kinderen worden gesponsord, hun smokkelaars - 'coyotes'- betaald, door familie, vaak de moeder, die jaren eerder al de VS binnenkwam en geld spaarde om ze te laten overkomen. Ze komen alleen.

 Eerst raken ze in hun thuisland verstrikt in de praktijken van de gangs, met wie ze moeten meedoen of sterven, dan rest de vlucht. Twee grenzen over. Een grootmoeder in Tegucigalpa, Honduras, naait moeders telefoonnummer in de kraag van een jurkje omdat ze de tien cijfers niet kunnen onthouden. Het jurkje mag nooit uit. Zodra ze de Amerikaanse grens over zijn moeten ze dat bellen.

 Ook in de VS zijn gangs, die jongens dwingen mee te doen en meisjes exploiteren. Wie ze verraadt sterft. De kinderen zijn doodsbang voor ze. Vraag 35, over de bedreiging door gangs in het thuisland is cruciaal, die rechtvaardigt voor de rechter immers hun vlucht.

 De Amerikanen, eerst Obama en nu Trump zijn bezig deze immigratieroute af te sluiten. De gangs hebben het laatste woord.

Foto en dood

 De fotografie blijkt een van de belangrijkste uitvindingen van deze eeuwen te zijn. Omdat hij over de dood heen reikt. Net als iets later de geluidsopname. Zet je een muziekje op of draai je een film dan is er een dode in de kamer. En dat is heel gewoon.

 Voor de Zweedse schilderes Gunnel Wahlstrand (1974, nu in Boijmans) niet. Omdat de dode in de kamer haar vader is die zelfmoord pleegde toen ze een jaar oud was. Ze erfde foto's. En wekt hem tot leven door daar groot formaat schilderijen van te maken, in inkt. Vaak naar foto's die hij zelf gemaakt heeft. Zodat zij zich al schilderend in hem kan verplaatsen. Dit zag hij. Meestal staat hij er zelf niet op. Al is er een pasfoto. 

 Veel ervan zijn typisch Zweedse zomerfoto's, zonnige dagen bij een buitenhuis aan zee.

 In de catalogus staat onder meer een heel goed essay van de Zweedse toneelschrijver Lars Norén over fotografie en dood, en over haar werk. Over het verlies ook. Verlies dat je aan iemand bindt en je tegelijk bevrijdt. De verlorene kan immers elk moment terugkeren. De verloren vader 'wiens afwezigheid altijd zal blijven leven, glim­lach­end of pijnlijk, dichtbij of op een draaglijke afstan­d'.    

  Een levende afwezigheid. Ze is overal geweest waar hij eens in het licht stond, waar hij foto's maakte, elke kamer waar ze woonden en die nog intact was.

 Noren vergelijkt de schilderijen van Wahlstrand met de schoenen die Joan Didion altijd bewaarde van haar dode echtgenoot: de schoenen die ze niet kon weggooien, immers: 'wat zou hij moeten dragen als hij terugkwam'.

De Waanzin van Glas

 Sinds de dichter Arjen Duinker me voorstelde aan de man die hij 'de blazer' noemt, te weten glasblazer Bernard Heesen, verzamel ik hun Encyclopaedisch woordenboek 'De wereld van de glasblazer'.

 Een prachtig uitgegeven gebonden reeks, waarvan nu het vierde deel is verschenen, met de lemma's van kleur­enpr­acht naar pronkbokaal. 

 Met alles over het ontstaan van de glazen knikker, het maken van valse parels of presse-papiers.

 In het Amstelveens Van der Togt-museum staan deze collectors items nu te koop, bij de expositie van Heesen die gisteren opende. 

 Bernard blaast al dertig jaar en begon met zijn pijp te steken in de lava van de Vesuvius.

 Ik zag hem blazen en het is zoals hij zegt 'zwaar en rauw werk, gekkenwerk'. Hij doet het nog steeds vijf dagen in de week.

 De voorwerpen die hij blaast, van krankzinnige etagères tot dierfiguren, van mallotige pronkstukken tot zwarte spiegels, ontstaan 'door noeste arbeid,' zegt hij. Hij verzamelde de 'gedrochten' die stonden op de Wereldtentoonstelling Crystal Palace in 1851 en blies ze na.

 Ze staan hier: 'Heerlijk om lelijke dingen te maken.'

De tijd schilderen

 Je moet er in Boijmans met je neus bovenop gaan staan om de intensiteit te zien, te voelen. Gunnel Wahlstrand fotografeert niet, ze doet het omgekeerde. Haar werk oogt als foto's, maar ze schildert.

 Met penseel en verdunde inkt schildert ze heel minutieus in vele zwarttonen foto's na. Familiefoto's, gemaakt door haar vader die ze nooit gekend heeft en zijn familie. Zo komt ze toch nog in zijn buurt. Daar doet ze per foto soms een half jaar over. Uitvergroten hoort er ook bij. Het gevolg is een tot in het absurde verhogen van de inten­siteit. De aandacht.

 Het ongrijpbare raadsel van de tijd is haar onderwerp.

 Het voornaamste dat zich opdringt is het tijdsverschil tussen het moment dat de foto gemaakt moet zijn en het moment waarop het schilderij bekeken wordt.

 Twee werelden. Twee soorten aandacht. Hoe die zich in elke gekamde haar, in elke plooi in kleren openbaren.

 Het verstrijken van de tijd is iets onuitsprekelijk ergs waar we liever niet over spreken. Hooguit zegt men tegen een kind 'wat ben jij groot gewor­den'. Wat mij zeer verwarde. Tegen een verjarende volwassene kun je kiezen, liegen of zwijgen.

 Om met J.J.Voskuil te spreken: zolang er niets verandert ben je onsterfelijk.

Bomen in Korea

 Van de Koreaanse dichteres Yuri An die op de Rietveld ging maar allang terug is in Seoel krijg ik met regelmaat een stukje tekst. In Koreaans schrift. Ik kan de karakters niet lezen, en ken niemand hier die dat kan.

 Maar, internet-ver­taler BING biedt zijn diensten aan. Zodat ik ook nu weer een tekst lees waarvan niet te zeggen valt wat de vertaling heeft zoekgemaakt of toegevoegd. Wel staat er onder: 'voor regelmatig, op de weg, in seoul verhaal'.

 Zodat ik deze een Dada-achtige tekst overhoud, waarmee ik, Yuri An, heel tevreden ben.

 "bomen lopen niet en maken je eigen weg. De boom is in de wortel van de laatste bladeren en de snelweg is een vloeistof, de snelweg (een groot ding), de weg naar de structuur van het leven, en de weg naar de structuur van het leven. Een boom een van de bomen is een groei van elk moment. Het is een geschiedenis van groei, die niet getolere­erd wordt. De wortels zullen altijd een betere bodem vinden en naar de blauwe lucht gaan. De boom loopt constant in de lucht. Het is heel langzaam. Ik word steeds groter. Het is tijd om te opnemen. Dus de boom is geweldig." 

Tags: 

Kaardebol

 Heet volgens de nieuwe spelling 'kaardenbol', een van de redenen waarom ik de afschaffing van het Nationale dictee toejuich. Wat ik eenmaal als woordbeeld in me heb opgenomen hou ik vast.

 Terzijde, straks keert wel weer 'De slimste mens' terug. Een spelletje dat gaat over  parate kennis, wat toch echt nauwelijks iets met intelligentie te maken heeft. Inzicht hoef  je er amper voor te hebben.

 Maar nu de Kaardebol. Ik heb op het eerste balkon in m'n leven drie van die wonderplanten. Ze bloeien. En dat doen ze in roze cirkels. Een plant heeft zelfs vele van die toortsen.

 En ik kijk hoe de hommels, maar ook bijen die roze vloeistof opzuigen, door wat wel een soort rietjes lijken, die ze daarna laten vallen. Dan blijft de kaardebol kleurloos achter.

 De naam kan ken ik van het kaarden van wol, waarvoor hij echter nooit gebruikt is. Wel om weefsels te 'ruwen', lees ik.

 Hij komt uit Noord Afrika, behoort tot de spermatop­sida en is sinds dit jaar niet meer wettelijk beschermd. Hij produc­eert dus nectar.