Vouwen in de koning

 Dichter des Vaderlands zijn, in mijn ogen een onmogelijkheid. Wat geen reden hoeft te zijn om het niet te doen. Maxima zijn is minstens zo onmogelijk. Toch is er een Argentijnse die dat doet, alle dagen.

 Anne Vegter was er na vier jaar (2013-2017) vanaf. Maxima moet nog door. Samenvallen met een functie die je bekleedt - bekleden is het unieke woord hier, het suggereert dat je een soort kussen bent, een overtrekje. Van wat? In beide gevallen het Vaderland, waarvoor kale planken niet kunnen volstaan. Hoe Anne haar ketenen droeg is verzameld in 'Wat helpt is een wonder'. Helpt het? Ik denk aan het Bijbelse Gezang der Jongelingen' die des te mooier zingen in de hel omdat ze op een gloeiende plaat staan. Zie 'Zelf Maxima zijn', geschreven bij de kroning in 2013:

 'Wat doe je dan als je leert wat de meisjes de meisjes leren: de vaders vereren,/ de moeders verdelen, de jongens bezetten, de wachten verkleden, de zusters/ vervelen en leren dat heren de knikkers beheren, vertellen wat rellen is als jij

 je joker speelt, in kringen verkeert, de paarden berijdt, de bloemen versnijdt/ illusie illusie verwijt. Wat als de meiden - te slim om te mijden - in de kastelen zijn,/ wat als de heren niet willen leren dat wat sterk is niet te bezweren is?

 Zelf Maxima zijn.

 Wat doe je dan met het humeur van de massa, de vallende glazen, de lachende/ foto's, de mare van vrijheid, de klappende handen, de vrije geluiden, de zeurende/ tulpen, het gelijk van het ongelijk en hoe je de vrouw in de nacht zelf terug mag/

 vouwen in de koning.'

Tags: 

Gerard Fieret

 Zeer Haags, met vuile nagels. Anders dan de reportages van Van der Elsken, die hierbij glossy aandoen. Eerder in de buurt van Breitner. Gerard Petrus Fieret (1924-2009) doet - zo dicht op de huid als kan - verslag van zijn leven en dat van wie hij voor z'n camera kreeg.

 Een leven langs de Haagse randen, halverwege Willem van Genk, Vincent van Gogh en Blonde Dolly. Op de rand van vervuiling, het schunnige.

 Het Haags Fotomuseum laat hem nu goed zien. Van al zijn kanten. Niet als curiosum, niet als randfiguur maar als de grote kunstenaar die hij was.

 Je ziet op film hoe hij werkte. In de camera, op straat, thuis in de donkere kamer. Mens en medium worden een. De resultaten hangen hier eindelijk goed uitgestald.

 En je ziet wat hij zag, wat hij met mensen in de afbraakstad kon. Met vaak eerder het oog van een schilder dan van een fotograaf.

 Fieret gaat nu de wereld in. Niet voor niks.

 Z'n oog voor vlakverdeling, z'n vergaande keus in uitsneden, waarbij de tentoonstelling ook laat zien hoe de eerste was en daarna welke uitsneden volgden. Z'n materiaalgebruik. Alles werkt mee.

 Tot en met z'n manische copyright stempels op alle afdrukken. Alsof hij steeds maar zichzelf moest overtuigen: 'Ik ben het, ik maakte dit. Fieret Fecit.'

 Daarbij steeds ook het medium in twijfel trekkend. Met foto's van z'n eigen foto's, En van zich­zelf, in talloze zelfportretten.

 Een groot vrouwenfotograaf, je ziet hem het vertrouwen winnen van straatmeiden en achterkamerprinsessen, hun kleren en verschijning. En die houdingen! Fieret weet van over elkaar geslagen knieën en wat al niet. 

Tags: 

Voet

 De gebeurtenissen liggen in de film Caini (Honden) zo wijd uit elkaar dat het op zich zelf staande voorvallen worden. Daardoor krijgt het landschap de overhand, het woeste grensgebied langs de Roemeense Donau, waar het barst van de smokkelaars en waar je alleen met terreinwagens verder komt. Wild West.

 Vraag je collega of ie een hamer heeft. Als hij die aanreikt sla je hem de hersens ermee in.

 De inzet van Caini (Honden) van Bogdan Mirica is meesterlijk, een schoen, met de voet en sok er nog in wordt aangetroffen. Een oude politieman buigt zich er uitvoerig en peinzend over. Hij hoest, ook hij, net als de meeste personages, zal niet lang meer leven.

 Smokkelterritoria, dat is de inzet. De jonge stedeling Markus heeft een gebied van z'n criminele opa geërfd, die hier de godfather was.

 Het is letterlijk en figuurlijk een grensgebied. Alles kan hier. De erfgenaam aarzelt. Wegwezen zou het verstandige antwoord zijn. Maar ach, dat landschap, dat huis.

 Meer dan aanduidingen krijg je niet. Of Markus aan het eind nog leeft? En zijn vriendin, die nieuwsgierig kwam kijken naar dat leuke buitenhuisje? 

Karel Zeman en Jules Verne

 Het gebeurt al in je hoofd terwijl je Jules Verne leest: de illustraties komen tot leven. En zo wordt lezen in je hoofd een visuele belevenis. Elke zes of acht pagina's staat er in de boeken een prent. Edouard Riou en Léon Benett vooral dachten ook met Verne mee over de verhalen en hij gebruikte wat ze tekenden.

 Wat lag meer voor de hand dan de verhalen ook echt tot leven brengen. Toen het medium film eenmaal zover was en Georges Méliès had laten zien hoe je met stop-motion wonderen kon laten gebeuren kwam de Tsjech Karel Zeman. Zijn 'The fabulous World of Jules Verne' werd bekroond op de EXPO van 1958 in Brussel en zelfs in Amerika uitgebracht.

 Geen succes daar, het publiek was gewend aan Disney.

 Zemans werkwijze was op het hysterische af trouw aan de oorspronk­elijke gravures. Geacteerde scenes werden voorzien van arceringen en effecten om levende gravures te maken. Er werden zelfs verfrollers gebruikt met streepjes, waarmee decors en kostuums arceringen en grafische effecten kregen.

 Zeman ging vrij om met het werk van Verne, verhalen lopen in elkaar over, precies zoals in mijn lezershoofd. 

 Hoe Karl Zeman mijn hoofd binnenwandelde? Griep heeft de vreemdste effecten. Misschien had Jules Verne ook vaak koorts.

 PS. De aangekondigde digitarele restauratie waarvan in de trailer iets te zien is werd niet in Nederland vertoond.

Uta

 Friedrich Nietzsche groeide op in Naumburg, bezocht er de lagere school en het gymnasium. Hij moet dikwijls langs de Dom gelopen zijn waar de beelden van Uta en haar echtgenoot tot vandaag te zien zijn.

 Ze staan hoog en in het schemerduister, je kunt haar niet in de ogen zien. Hoe Uta von Ballenstedt er werkelijk uitzag weten we niet. Het beeld werd tweehonderd jaar na haar dood - als medestichter van de Dom - gemaakt door een naamloze beeldhouwer.

 Ze is de lokale beroemdheid waar alle bezoekers voor komen. Werd rond het jaar 1000 geboren en uitgehuwelijkt aan Ekkehard. Kinderen kreeg ze niet.

 Haar gezicht is in Duitsland altijd op de achtergrond aanwezig. Geen ander land kent een vergelijkbare patrones die tegelijk een levende vrouw is. Mijn vader, die Duits studeer­de had haar op zijn bureautje staan. De Nazi's zagen in haar het ideaal van niet 'entarte' kunst, Walt Disney gebruikte haar als model voor de boze stiefmoeder van Sneeuwwitje. 

 Het echtpaar staat er, zoals de beeldhouwer tweehonderd jaar later dacht dat het geweest kon zijn. Misschien deden ook toen nog verhalen over haar schoonheid de ronde. Ekkehard heeft een onderkin en is verlegen met de situatie.

 Uta heeft haar mantel omgeslagen en kijkt over haar kraag. Zedig en daardoor in het verborgene verleidelijk. Opmerkelijk hoeveel verschillende uitdrukkingen haar gezicht krijgt bij verschillende lichtval en kijkhoek op de foto's. Ekkehard wordt meestal weggelaten. Hij weet zich geen houd­ing te geven. Wat moet je met zo'n vrouw naast je.

 Uta weet dat er naar haar gekeken wordt, maar haar blik ontsti­jgt het moment. Alsof ze weet dat wij naar haar zullen kijken. En velen na ons. 

De ijzeren dichter

 Wim Brands schreef over hem, Johnny van Doorn ging graag bij hem langs vanuit Amsterdam-Noord en ik maakte op 12 juli 2004 een radiobezoek aan zijn werkplek op Zeebu­rg. Een jaar later stierf hij.

 Een luwe zomeravond. Theo had verteld over zijn bezoeken aan de Hoogovens, waar hij materiaal vergaarde. Kleine dingen waar hij iets in zag. Hij klaagde over de oplopende schrootprijzen.

 Toen het helemaal donker was kreeg ik ten afscheid dit beeld­je. 'Kijk,' zei hij, terwijl het vuur achter ons flakkerde en knetterde tegen de zonsondergang. 'Als je het zo neerzet is het een non die omkijkt.'  

We zaten in zijn beeldentuin, een huttendorp met oude caravans en auto's bewoond door hippies en internationaal ongeregeld volk. 'Hij is okee' zei hij tegen ze, op mij wijzend. Ik mocht rondlopen.

 Daar woonde en werkte hij. Daar op Zeeburg kende hij ieder nachtelijk diergeluid. Hij vertelt ervan.

 Ik ging nogeens langs bij zijn galeriehouder in de Beemster, die zijn ergernis niet kon inhouden dat Theo zo vaak dingen weggaf. Dat was 'prijsbederf'.

 Ook het laatste restje Zeeburg zal binnenkort veranderd zijn in naamloze nieuwbouw.

 De opname is bewaard, luister maar.

Tags: 

Gumkunst

 Onvindbaar. De in mijn herinnering onverbeterlijke foto, gemaakt op een gloeiendhete dag in New York, jaren vijftig. Gezien bij de jongenskapper in de rubriek 'Goed geschoten' in ik denk de Wereldkron­iek.

 Een warme dagen-verhaal.

 Hou je vast: een 'negerjongetje' laat een ei bakken op de gloeiendhete stoep. Zonder pan!

 Zonde van zo'n ei dacht men toen.

 En nu krijg ik van Freek Verweel de site van de Engelse Chewingum Man Ben Wil­son, die in Londen plakken platgetrapte kauwgom beschildert. Hij droogt ze eerst nog even met een brander en beschildert ze dan met acryl.

 Hoe lang dat blijft zitten is de vraag.

 Net als het negerjongetje met z'n ei is dit kunst die leeft van de verspilling.

 Verspillingskunst. Als van een middeleeuwse beeldhouwer die bovenop een kathedraal, op een voor niemand zichtbare plaats, het gezicht van z'n vriendin uithouwt.

 

Van Deysels vliegen

 Bij een zomergriep, zoals ik die nu heb slaat het linksaf of rechtsaf zonder dat er een peil op te trekken is. Koorts, waterstromen uit neus en ogen. Onbedaarlijke niesbuien begeleiden de verwarring. En zo kom ik bij de levenslange strijd van Lodewijk Van Deyssel tegen het vliegeneuvel.

 Biograaf Harry Prick legde het me eens precies uit en deed me het sprongetje voor dat de schrijver maakte bij het openen en sluiten van zijn kamerdeur, opdat daarbij geen vlieg zou binnendringen.

 Ook te vinden in het onmisbare 'De schrijfcassette van Lodewijk van Deyssel'. In 1899 was er al een 'vliegentent' waarin hij met stoel en tafel kon zitten werken. Er mochten ook drie vliegen in. 'Want men mag de natuur toch niet geheel uitsluiten', en hij noemde deze drie vliegen Juno, Jupiter en Venus. 

 En schrijft: 'Ik heb zoo even aangewend het psychische middel der gelat­enheid, onverschilligheid of ongevoeligheids‑dwang. Een vlieg kwam op het hoofd. Ik hield het onbewegelijk, kijkend op den sekonden‑wijzer hoe lang het zou duren. 1e minuut bleef hij, eerst op het haarhoofd morrelend en kriebelend, toen om het oor heen, toen op den linker wang, eindelijk onder den neus boven op den snor, toen onder den snor. Nu kwam de gedachte, dat die vlieg wellicht smetstof op de vochtige lippen zou brengen, ‑ de houding veranderde, ik gaf het op en brieschte de vlieg weg.'

 En dan: 'Verder wuif ik, bij het uit‑ en ingaan van de kamer, met hand of zakdoek, en voeten, om de vliegen te verwijderen. Bij het uitgaan van de kamer, klap ik eerst even snel met de deur, om de vliegen, die er tegen aan mochten zitten, op te jagen, opdat zij niet, door het plotseling wuiven, terwijl de deur open is, geheel in de war, tegen de wuivende hand in de kamer mochten binnenvliegen.'

Zalig nietsdoen

 Heet de zomertententoonstelling in het Bergense Kranenburgh. Waar je als bezoeker, vlakbij oorden van ledigheid als stranden en terrassen, wordt bedolven door het niets in de kunst.

 Neem de wanhoop van vakantie in de schilderijen van Diederik Gerlach. Van Duitsers die zuchten onder pijnlijke orders als 'Mach mal pause' en 'Ferienglück'. Duitser dan Duits.

 Ontspannen moet. Het 'dolce far niente' als eeuwig misverstand. Als iemand lijdt onder een depressie raad hem of haar nooit aan zich terug te trekken op een stille plek om helemaal tot rust te komen.

 De uitvinder van de vakantie was een sadist.

 Kunstenaars hebben er het minste last van, de zenuwen houden ze in beweging.

 Geestig is Erwin Wurms gebod aan een neuspeuterende, liggende man in 'Think about Derrida' (2005). Hij raadt denken van harte af.

 En dan de reus 'Bigbluefigure' van Tom Friedman die een vuiltje in z'n oog heeft, wat als je dichtbij kijkt een mannetje blijkt dat z'n zicht belemmert.

 En zo keert het nietsdoen zich hier steeds weer tegen de nietsdoener. Had ie maar op het strand moeten blijven. Maar ook daar ben je je leven niet zeker, gezien de kuren van de vervaarlijke, levende parasols van Inge Meijer (2017) in haar 'Oceanic feeling'.

 De deur wordt dichtgedaan door de fantastische nagelstudio op ware grootte van Tanja Ritterbex (2015). Als je ’t echt niet meer weet zijn er altijd nog je nagels.

Groot en klein

 'In een notedop' is een uitdrukking geworden. Vast afkomstig van de beeldhouwwerkjes in hout of ivoor waarin hele, vaak Bijbelse voorstellingen werden uitgesneden. Het evangelie op zak. Het Rijks stelt ze tentoon en het nieuwe nummer van Kunstschrift verhaalt ervan.

 Als kind al leef je in schuivende kijkhoogten. Kinderogen die over de tafelrand heen kijken zien kopjes en schotels als gebouwen.'

 Het Calimero effect, samengevat in 'zij zijn groot en ik is klein en dat is niet eerlijk'.

 In het Rijks zijn miniaturen te zien. Maar die gaan bij mij vanzelf hand in hand met vergrotingen. Gulliver is er altijd ook. En kijkt lachend toe hoe de lilliputters zijn buik omspannen om hem aan de grond te nagelen.

 Mijn eerste sociologie college verhaalde van een steeds oplaaiende ruzie tussen keukenpersoneel en de obers in een groot Amerikaans restaurant. De keuken lag een halve verdieping lager, zodat de koks de spijzen omhoog moesten reiken naar het doorgeefluik en de obers ze de vuile borden toesmeten. De obers keken letterlijk op ze neer. Toen een verstandige baas in een nieuwe vestiging keuken en restaurant gelijkvloers legde was het opeens uit me de ruzies.

 Het ging om macht. En die werd - letterlijk - bepaald door positie en afmetingen. Ik zag koningen op hun troon. En de volgende stap, de uitvergroting van machthebbers. De farao's wisten er van. Ze zagen torenhoog neer op hun onderdanen, die op hun beurt tegen ze opkeken. De taal is doordrongen van afmetingen.

Ps. In Kunstschrift vond ik de verbazende Miniature Calendar van Tatsuya Tanaka.