Wat gebeurt hier? Aukje Koks zegt dat de houten vingers eer bewijzen aan de geschilderde hand.
Een strijd is het, waarbij soms de werkelijkheid het van de kunst wint, maar het soms ook andersom uitpakt. Het gegeven dat deze vingers uit lindenhout zijn gesneden legt de dubbele bodem.
Aukje Koks (Gilze‑Rijen, 1977) staat op gespannen voet met de kunst en met het kunstenaarschap. Ze geeft zich voortdurend rekenschap van wat ze aan het doen is. Zie op haar website hoe ze Dickens' Great Expectations letterlijk verzoop, onleesbaar maakte en liet desintegreren. En neem die titel maar letterlijk. Want zonder zelfspot gaat het niet. Balanceren tussen werkelijkheid en illusie, tussen waarnemen en wat we denken waar te nemen. En daarmee de toeschouwer uitdagen. Zo moet je haar website lezen.
Vrijdagavond na 22.00 is ze te horen in de Avonden.
In de tweede helft van de jaren '60 stak de in Norwich docerende, van oorsprong Duitse schrijver W.G.Sebald vaak voor twee, drie dagen over naar België.
In zijn roman Austerlitz wandelt de hoofdpersoon al op de eerste pagina door Antwerpen en - niet ver van het monumentale station naast de dierentuin - door de oude buurt, de Jeruzalemstraat, de Nachtegaalstraat, de Pelikaanstraat en de Paradijsstraat.
Vannacht stierf mijn verre tante (87) die sinds jaar en dag het Middeleeuwse huis 'De koning Achab' op de hoek van de Kattenstraat en de Paradijsstraat bewoonde. Ze tekende portretten die leken, maakte viltsculpturen en sneed poppen van Antwerpse figuren - hoeren met korte rokjes en streepkousen die ze zelf maakte. Haar bushalte met een wachtende, geheel aangeklede familie Flodder is een meesterwerkje.
Sebald liep hier langs. Misschien zag hij haar bezig.
Costa Blanca (2012). Dit vind ik de mooiste foto in Schiedam. Hij neemt een hele wand in beslag.
Frank zei me wat ik zag. Eerst niet meer dan een vrijwel witte muur.
'Ga nu eens een paar passen achteruit.'
Dan de barsten in het hout waarop de schildering werd aangebracht. Daarna pas tekenden contouren zich af.. Een vakantiedorp. Onmiskenbaar. Dit was eens een reclame voor vakantiehuizen. Nu zo uitgebleekt door het zonlicht van de Costa Blanca dat ze bijna verdwenen zijn. Zouden ze nog bestaan? Of is dit al wat er van rest?
Waar gaat een maquette over in werkelijkheid. Hoe wordt een science fiction-film het model voor bouwplannen?
Kijkend naar de foto's van Frank van der Salm zwenk ik van de film Metropolis naar wat ik zag van het Sjanghai van nu. Architectuur is een steeds vreemder vak als technisch vrijwel alles kan. Een krabbel, een schetsje wordt werkelijkheid, zoals ik bijna dagelijks zie als ik langs de plastic badkuip fiets die Benthem Crouwel op het Amsterdamse Stedelijk hebben gezet.
Niemand zei 'doe maar niet dit' en dus werd dit beleid en beleid verandert niet omdat dat gezichtsverlies met zich zou brengen. Het schetsboekje heeft het overgenomen van de gekoesterde traditie. Waarom werd waarom niet. In die wereld beweegt zich Frank van der Salm met zijn technische camera. Fotografisch verslaggever. Zijn onderwerp is de vooruitgang - al dan niet tussen aanhalingstekens: de nieuwe stadsgebieden in opkomende economieën, in Azië, de Verenigde Staten en Zuid‑Europa. Waar zit het ongemak in die overwoekering met identieke torenflats in China? Of is iedereen allang blij?
Morgen na 22.00 in de Avonden meer.
Een boekomslag, beschilderd door Aukje Koks. Zo staan er meer boekomslagen in de zaal in het Stedelijk in Schiedam waar 'Preludes', haar eerste grote solo gisteren opende.
Een zaal vol geschilderde of materiële - meest hout - voorwerpen, waar alles met alles te maken heeft. Een voorbeeld: hier staat ze naast een geschilderd boekomslag. Kijk je goed, dan zie je een ouderwetse museale schilderijenwand met doeken uit de Gouden eeuw. Maar kijk je om je heen dan zie je die door Aukje Koks verzonnen Gouden Eeuwse schilderijen in het groot - aan de tegenoverliggende wand hangen.
Ze wil voortdurend rekenschap geven van wat ze doet. Wat heeft ze te maken met de Gouden Eeuw? Op haar site staat een schitterend beeldverslag van haar ontwikkeling sinds 2005. Dat begon met beelden uit denkbeeldige suspenseverhalen. Maar later ging ze zich afvragen waarom. Ze kon het goed, maar wat was schilderen? En wat wilde ze schilderen?
Alle stadia van haar worsteling zijn te volgen, van giechelen en zelfspot tot diepe twijfel en willen ophouden. Van naar de natuur werken tot haar gevecht met de - al dan niet geschilderde materie.
Morgen opent in het Stedelijk Museum in Schiedam zijn expositie Timeport.
Vernoemd naar deze veelduidige foto. Frank vertelde me vanmiddag dat hij in Zuid-Korea is gemaakt, van een ja wat.. Een toegang tot wat liften zouden kunnen zijn. Maar net zo goed de luchtsluis van een ruimteschip, fantaseerde ik. 'Startrek', ging hij door. Wie daar binnengaat zit met een druk op de knop in het jaar 3012. Maar dan... hier komt de volgende dimensie: het jaar 3012 zoals dat dertig jaar geleden gedacht werd. Er zijn immers zo veel jaren 3012! Zo veel als er hedens zijn. Naar welk 3012 zou ik willen?
Zo speelt Frank van der Salm met de tijd. Door zijn keuze van locaties - veel leegstaand modern Spanje - maar ook door het fotomateriaal dat hij gebruikt. De vergroting van een foto van een balkon in een flatgebouw krijgt korrelige contouren, wordt daardoor schilderachtig. Een appartementengebouw, neergezet in een nachtelijk park verstrakt zo dat het ongeloofwaardig wordt. En alleen graffiti het nog kunnen redden van volledig oplossen in lucht.
Spanje staat leeg. En wordt een Eldorado voor kunstenaars.
Op zaterdag 2 juni, bij het VPRO-festival in de Amsterdamse Nes, verschijnt het boekje met Cd van de radiogesprekken van Arnon Grunberg en mij. Op 11 februari 2008 belde Arnon met zijn moeder, oa. over 'Super Tuesday'. Een fragment:
''Ze was echt helemaal op de hand van Obama. Die had iets in haar losgemaakt. Als grapje vroeg ik haar toen: 'Mama zou jij president van Amerika willen worden?''
Hoe kwam je er bij om dat te vragen?
''Ik probeer soms lichtheid in de gesprekken met mijn moeder te brengen. En ik vond dit eigenlijk wel een leuke vraag. Het was dus meer bedoeld als een grapje. Ik dacht, misschien maak ik haar aan het lachen of iets dergelijks. Maar ik maakte haar helemaal niet aan het lachen, want ze ging er heel serieus op in. Ze zei 'nou, dat is me te veel verantwoordelijkheid. Ik heb soms al moeite genoeg om de verantwoordelijkheid te accepteren van mijn eigen huis en mijn eigen tuin.'. En daarmee was het gesprek afgelopen.''
Is de titel van het onvoltooide laatste boek. Ik lees een begoochelend manuscript. Dat reikt naar achter het duister.
Willem Brakman heeft de wereld altijd herschapen naar zijn evenbeeld. In het gezicht van de dood, schiep hij zijn hiernamaals. De wereld als wil en voorstelling, in een kijkdoos. Wat hier gebeurt is niet af. Zoals Kafka's Amerika niet af is omdat het continent met elke stap van Karl Rossmann groter wordt.
Zo heeft Willem van jongsaf de dood de buurt, het huis zien binnenkomen; zijn grootvader, een buurvrouw. Huizen, winkels, de Julianakerk waar men tenslotte wordt uitgedragen. Het riekt er. En zeg nu zelf, de dood is overal, kijk om je heen. Of lees zijn roman Inferno. Een compleet ingericht en gestoffeerd hiernamaals, per bus bereikbaar, zij het enkele reis.
Een heilige vrees, tegelijk met de wil te doorgronden. Starend in het duister doet hij juist dat. Hij reikt en reikt. En daar ontstaat zijn andere wereld. Maar weet dan wel, dit boek is zonder eind, het kan nooit voltooid worden.
Krijgt de Vlaamse Guido Gezelle-prijs. Mij hoor je niet. Over prijzen in de letterkunde wordt al zo veel gezegd.
Zoveel dat het niet-krijgen van zo'n prijs veelzeggender wordt dan het krijgen. Maar vooruit, een driejaarlijkse dan, in Brugge. Misschien is dat ver genoeg van huis.
Zo legde hij me eens uit wat geen gedicht was. We keken uit zijn raam over het Oosterpark. En ik had gevraagd wat een gedicht was.
Hij zei 'ik kan je wel uitleggen wat géén gedicht is'. En vertelde hoe eens op een ochtend daar beneden uit de bossages van het park een witte kip de Oosterparkstraat was gaan oversteken. Consternatie. Lijn drie, die er net aankwam stopte met knarsende remmen. Auto's en fietsen evenzo. En voor de ogen van een menigte ademloze toeschouwers stak een witte kip de Oosterparkstraat over. Hier zweeg Michel. En dat deed hij zo welsprekend dat ik niet vroeg 'en toen?'
'Dat was dus geen gedicht.'
Al waar we van dromen. Dat herbergt de verborgen tuin. Het Freudiaanse onbewuste, de metamorfosen, het Paradijs.
Ja dat toch het meest. Het is er prachtig maar onsterfelijk saai. Dan kruipt de Oude Slang naar Eva - die al die tijd al een sluimerend verlangen had, ze werd onrustig - en fluistert haar in dat een hapje appel genoeg is. Adam blijkt een koud kunstje, mannen kun je alles wijsmaken.
Op Secret Gardens neemt het verhaal vele gestalten aan. Johan Meijerink maakte Adam en Eva tot loden duo's die in een zandcirkel onbeweeglijk tegenover elkaar staan, als figuren in een Zentuin. En Edward Clydesdale Thompson hing schermen voor de ramen die licht doorlaten als een bladerdak. Dat laatste riep een in mijn leven onvergetelijke busreis op met de Gelderse Tramweg Maatschappij. Van Dieren naar Velp, onder het bladerdak van een eindeloze bomenlaan reed de bus. En ik bleef maar staren naar de lichtvlekjes door het open dak.