Moeder Rutte

 Wat zou de moeder van premier Rutte, bij wie hij elke week gaat eten, gezegd hebben over zijn 'pleur op' tegen de Turkse belhamels? Toch niet 'je hebt groot gelijk, zij begonnen'.

 Mijn moeder zei bij kinderruzies 'jij bent de oudste, dus jij moet de wijste wezen. Een eerste minis­ter is ook een oudste.

 Ook zei ze vaak, 'jij moet het goede voorbeeld geven'.

 Dat deed Rutte niet. Hij stapte even in Haagse Harry‑taal. Hij komt uit Duttendel, even boven het Benoordenhout. De sjieke buurt waar Harry‑tekenaar Marnix Rueb ook vandaan kwam.

 Maar dat wisten die jongens natuurlijk niet. Die wisten alleen van kijken hoever je kunt gaan met het gezag, in dit geval een cameraploeg. En als ze dan happen, hoera. En grootste triomf, ook Rutte hapte.

 Ik heb het nooit over deze dingen, nu even wel. Gaat het over beschaving dan komt mijn moeder. Die in het uiterste geval, met haar ernstigste glimlach zei 'dat heb ik liever niet...'.

 Mark Rutte begaf zich op het pad van oog om oog, tand om tand. Zo handhaaf je gezag niet. Gezag berust op overwicht. Rutte werd even Haagse Harry. Nam het niet terug. Net wat mijn jongere broer deed tegen mijn vader. Daar kwam een levenslange strijd uit voort.

 Mevrouw Rutte, doe iets aan die jongen.

Davor Vrankic

 De merkwaardigste werken op Amsterdam Drawing zijn die van de in Parijs werkende Kroaat Davor Vrankic. Afstotend, wonder­lijk.. Hij groeide op in Serajewo.

 Home variations heten ze vaak. Wat je ziet zijn menselijke figuren die bijna geheel opgaan in huiselijke materie. Alsof de meubelen, kleren, stoffen, dekens, zich van de bewoners hebben meestergemaakt. Ze bestaan niet uit vlees en bloed maar uit knopen, stukjes gestikte deken, siera­den, schoenen, de bloe­men uit vazen. Ook buiten dringt binnen, de tuin, geree­dsc­hap, vogels, ratten.

 Het principe van de lappenpop of -dier tot in het oneindige doorgedacht en - getekend. Hij is goed in texturen.

 Een enkele hand of voet steekt er nog tussendoor, schimmig, of een oog dat je verbijsterd aankijkt.

 Herkenbaar zijn hierin nog net een weerkerende man en een vrouw, die soms een varken in haar armen houdt als was het een kind.

 De finale omkering. Niet wij zijn de baas in huis en tuin, huis en tuin dringen ons binnen, worden ons.

 Wij worden onze leefomgeving. de vrouw wordt haar linnenkast, haar stoelbekleding, de man zijn stapel brandhout met bijl.

 Natuurlijk is dat in het dagelijks leven al zo, maar Vrankic neem het letterlijk en laat het in zijn potloodtekeningen gedet­ailleerd zien. Voorkeuren heeft hij ook. Veel knopen.  

Amsterdam drawing

 Of Stefan Bleekrode zijn steden zo angstig precies tekent als bezwering weet ik niet. Voor mij zijn ze griezelig. Ik denk door hun onbevatbaarheid. In andere stadsgezichten halen schilders er altijd iets uit. Ze kiezen. Details, die moeten ‘staan’ voor het geheel.

 Maar zijn steden overweldigen de toeschouwer. Zoveel appar­tementen, zoveel ramen dat ik me wel moet gaan indenken wie daar allemaal wonen en wat ze doen.

 De esthetiek van een mechaniek. Ik dacht aan Escher ook.

 Het begon een paar jaar terug met schilderijen in Edward Hop­per‑stijl. Met dezelfde benauwenis. Op de academie hield hij het niet lang uit.

 De werkelijkheid drong zich steeds meer aan hem op. Wat voor een werkelijkheid?

 Op de panoramische stadsgezichten van Stefan Bleekrode komen mensen alleen voor als verre tinnen soldaatjes zoals je ze ziet op maquettes.

 Hij loopt veel door z’n steden. Fietste heel de Verenigde Staten door. Hoe? Als ik door een stad als Rome loop probeer ik niet onder te gaan in de veelheid. Ik moet kiezen. Bepaalde straten loop ik, ik keer er weer terug, maak me vertrouwd met kleinigheden. Winkeletalages of mensen, een krantenverkoper. Dat ontbreekt bij hem.

 Er is ook nauwelijks weer, de steden liggen er bloot bij in de zon, in 'Amerikaans licht'.

 Zijn eidetisch talent maakt dat hij na wat rondwandelen heel zo’n stad in z’n kop heeft zitten en hem kan tekenen. In vogelperspectief.

 Ik zag hem aan het werk op Amsterdam Drawing, we maakten een praatje. Een wonderbaarlijk hoofd. Hij kiest steden die hij mooi vindt, dat zijn die welke toeristen ook bezoeken. Maar hij neemt ze vaak niet letterlijk, componeert soms een Italiaanse of Nederlandse stad, zoals schilders vaker door de eeuwen deden.

 Maar wat is er dan zo benauwend aan? Voor mij, voor hem? Hij gebruikt het woord ‘desolaat’. 

Dick Ket

 Een ernstige kwaal neemt je in beslag. Als je niet oppast word je dan je ziekte. Patiënt als fulltime job. Een gevaar.

 Dick Ket (1902-1940), wiens tekeningen - en wat schilderijen - nu in Arnhem te zien zijn keerde het om. Hij schilderde en tekende zichzelf als hartpatiënt, wat hij van jongsaf was. Hij werd 38 jaar oud, stierf aan z'n hartkwaal in 1940.

 Zijn ziekte was afleesbaar aan z'n 'trommelstokvingers' en z'n merkwaardige borstkas. Juist die beeldde hij af.

 Buiten kwam hij na z'n dertigste jaar nauwelijks meer, zodat hij ook gekluisterd was aan het zelfportret. Van mijmerend tot spottend, lachend of viool spelend.

 Of het stilleven.

 Dat werden zijn onderwerpen.

 Hij bracht zijn eigen diagnose in beeld. Je kunt het koketteren noemen, er werd wel gezegd dat hij zijn kwaal etaleerde, maar dat is niet aardig.

 De ziekte was voor hem een bezit. Waarbij zijn neurotische, aard meespeelde. Hij had oa. claustrofobie, zelfs in de tr­ein - dat kon toen nog - moest een deur open blijven. 

 Helaas zijn z'n brieven - in Arnhem in vitrines te lezen - niet uitgegeven, wat jammer is, die aan z'n verloofde Nel Schilt zijn sprankelend en geestig. Trouwen durfde hij niet  

 ps. Intussen krijg ik het uitverkochte Dick Ket-boek van Alied Ottevanger (1995) in handen. Waar veel brieven in staan. 

Tags: 

Marcel Beyer

 Marcel Beyer (1965), de Duitse dichter en prozaïst die pas de Buchnerprijs kreeg, de belangrijkste daar, vertelde op de radio hoe belangrijk klank voor hem is. Al schrijvend stelt hij zich altijd voor 'dat de lezer een stem hoort'. Hij zegt heel mooi: 'De stem en de letter hebben een bijna magische relatie tot elkaar'.

 Het lijkt of je Paul van Ostaijen hoort. De ritmiek, melodie en herhalingen in zijn gedichten wijzen ook die kant op. Dat maakt vertalen extra lastig. Het komt, zegt hij, natuurlijk omdat hij in de popcultuur is opgegroeid, met muziek en radio. Nu weet ik zelf altijd of ik een schrijver of dichter al lezende 'hoor' of niet. Heb ook schrijvers vaak gevraagd of ze 'hoorden' wat ze schre­ven. Onverwachte antwoorden krijg je dan. Beyer doet aan muziek, schrijft nu weer een libretto.

 Zijn roman Kaltenburg (2008) is vertaald als 'De nacht dat het dode kraaien regende' (Cossee). Zijn laatste dichtbundel 'Graphit' heb ik alleen in het de Duits. Twee gedichten werden vertaald door Ton Naaijkens in Terras, en in 2003 al eentje door Erik de Smedt uit 'Erdkunde'. Gecondenseerde melk (I), dat verscheen in Yang:

 'Gecondenseerde melk/ stremt als ik 's/ ochtends mijn plastic jas/ uittrek, mijn vingers/ klam, aardappelkleur, ik/ hoor/ niets, ik ben ook niet/ geschoren, mijn/ schoenen blinken nog,/ veters/ nat, in deze toestand kom ik/ nergens aan.

 Ik eet perzik uit blik, er/ drijft iets, haring in/ tomatensaus,/ pakjessoep, er drijft iets, ik/ merk dat ik dit hemd niet/ langer/ aan kan houden, ik wil eruit,/ toch weet/ ik niet of ik zo de straat op/ kom.'

Tags: 

Explosies

 Nog gisteren was te zien hoe in New York rustig wandelende passanten veranderden in rennende mensen die riepen 'maak dat je wegkomt, er is daar iets aan de hand.'

 Zij waren wat in politietaal een 'knalgetuige' heet. Mensen die een ontploffing horen en er meteen een verhaal en een dader bij verzinnen. Ook de pres­identska­ndidaat wist onmiddellijk wie de daders waren.

 Het tijdschrift Terras bracht een pamflet uit met de titel '...Een explosie kan zo fraai zijn', vol vertaalde, internatio­nale literaire fragmenten. Een ode aan onze vertalers.

 Anne Lopes Michielsen vertaalde een roman van Ondjaki (Luanda 1977) uit het Portugees: 'OmaNegentien en het geheim van de Sov­jet' (2008). Waaruit de explosie van 'het beroemde Mausoleum' en wat de toes­chouwers dan zien.

 'Door het zo lang kijken naar de kleuren in de verlichte hemel met vliegende geluiden merkten maar weinigen dat het enorme bouwwerk, dat de ouderen omschreven als verticaal, hoog en raketachtig, dat bouwwerk van zo veel stoffig stucwerk en duizend vermoeide werkers, was begonnen niet langer te bestaan en slechts een grijze stof overbleef die er erg lang over deed om neer te dalen.'

 Het mausoleum van Agostinho Neto, leider van communistisch Angola, staat er overigens nog. Dit was een literaire explosie.

 

 

Wenende paarden

 Eerder was ik bij de fantastische illustraties in de marge van Middeleeuwse handschriften, verzameld op de site waarin meestal dieren zich als mensen gedragen, slakken elkaar bevechten met lansen, konijnen doen wat konijnen doen en draken onuitroeibaar zijn.

 C.S.Lewis is de grote deskundige, in zijn standaardwerk vond ik wat ik zocht over paarden. Paard en mens zijn samen groot geworden, van Alexanders Bucephalos tot Don Quichotes Rossinant. Liefst zie ik schilderijen van Middeleeuwse veldslagen, waarin paarden een commentaarfunctie hebben. Een extra terzijderol. Hun bazen vechten, zij kijken hoofdschuddend toe. Het is niet verdwenen. Lucky Lukes Jolly Jumper ziet de stommiteiten van z'n baas aankomen.

Isidorus van Cartagena (560-636), de eerste encyclopedist en patroonheilige van het Internet schreef: 'Paarden ruiken de veldslag, ze trekken ten strijde als ze de trompet horen.'. En: 'ze storten tranen als hun meester sterft.' Het komt al in de Ilias voor. Waar de paarden van Achilles wenen als zijn vriend Patroklos gesneuveld is. Ze blijven stokstijf staan:

'nee, zoals een grafzuil star staat,

opgericht op het graf 

van een man die gestorven is of een

vrouw,

zo bleven zij onbeweeglijk met hun

mooi versierde wagen

en bogen het hoofd naar de grond

en hete tranen stroomden

vanaf hun oogleden op de aarde

terwijl zij weenden om

het gemis van hun wagenstrijder en

hun weelderige 

manen werden stoffig, aan

weerskanten neerhangend vanaf

het juk.'

 

(vert. Ben Bijnsdorp)

Tags: 

Die Leiden des alten Senators

 Die Leiden des alten Senators is een gefilmd feuilleton, gemaakt door Willehad Eilers, alias Wayne Horse. Een Duitse kunstenaar uit Bremen die op de Rietveld ging. In 2006 interviewde ik hem toen hij het Olympiaplein onveilig maakte met filmopnamen waarin hij met wonderlijke maskers optrad.

 En nu dan de serie, die draait om de stem van Wayne, die in het Duits een buitenissig verhaal vertelt dat zich afspeelt in Bremen. We zijn aan aflevering 10, van de 52. Elke donderdag een nieuwe. De verteller is terug in Bremen, met de senator, het oude team. Het gaat om die vertelstem die ons meeneemt naar zijn oude café, het oude Uilennest. Een af­gebrand en dichtge­timmerd café. Waar het verleden nog leeft. Het verhaal wordt verteld in het Duits, Engels ondertiteld.

 Muis is daar de dienster, met paardenstaart. Ze is ook een sexy varke­n. Een varkensmuis met ponyhaar.

 Die de geesten netjes bijschenkt, volle glazen. Momenten om in te verdrinken. Alleen soms gooit ze de klanten hun drank in het gezicht. Je snapt, dit wordt een liefdesgeschiedenis: 'Hallo muis, kom mee, ik zal je de wereld laten zien.'

 Bremen-Oost. Dronken. De vertrouwde geur van de inmiddels gesloten worstfabriek.

 Net zag ik afleve­ring 10: Rummelplatz der Gefuehle. De Duitse tekst met Engelse ondertitels heeft een mooie, trage toon. In beeld komen de locaties, waar de oude senator zijn overpeinzingen uitspreekt. Die kunnen gaan over Marilyn Monroe of het bezoek aan een supermarkt met een draaideur.

 De afleveringen totnutoe, twee drie minuten elk, staan op de site.

Tags: 

Jente Posthuma

 De roman Mensen zonder uitstraling, het debuut van Jente Posthuma heet niet voor niets zo. De f­iguren, het meisje, haar stervende moeder, haar vader die psychiater is, ontkomen niet aan de loop der dingen. En zijzelf? Wordt ze nog iemand?

 De vader probeert te ontkomen door bijvoorbeeld bij z'n afscheid met Frank Sinatra 'My way' te zingen. De moeder was een mislukte actri­ce. Het meisje ziet dat ontsnappen vrijwel onmogelijk is. Het leven waarvoor ze bestemd is staat haar tegen, al neigt ze niet tot zelfmoord of drugsgebruik.

 Haar uitweg lijkt schrijven. Dat is wat je leest.

 En daarin houdt ze heel precies bij wat ze in haar omgeving en bij zichzelf waarneemt. Het beschrijven van mensen 'zonder uitstraling', die niet ontkomen. Die blijven hangen in een soort voorgeborchte tot ze sterven. En waarin alle wegen doodlopen. Zal ze nog een vriendje krijgen? Zeker, en een kind zelfs. Maar hoe gaat dat verder? Er blijft haar en de lezer niets bespaard.

 Het boek zit ook vol lawaai. Dat begint met het smakkend eten van de vader. De onverdraaglijkheid van het leven, de omgeving uit zich in een geluidsneurose, hinder van de medemens, van heel de omgeving.

 Het meisje vraagt zich steeds af of ze leuk genoeg is. Een hoofdstuk heet 'De beste jaren van mijn kont.' 

 Intelligentie - altijd eerst denken dat het aan jou ligt -  is in zo'n leven een ernstige handicap.

Teder geweld in Caracas

 De Venezolaanse film Desde alla is de mooiste liefdesgeschiedenis die ik in lang zag. Een middelbare restaurateur van kunstgebitten en een jeugdige crimineel vinden elkaar. Geweld drijft ze in elkaars armen.

 Twee homoseksuelen in een machowereld. Ver van de Amsterdamse gay sprookjes. 

 Elder werkt in een sloperij en lapt voor zichzelf een oude Corsa op. Als ze daarmee naar een familiale doopplechtigheid rijden en hij Armando voorstelt is het snel afgelopen. Geen flikkers in de familie. 

 Wanneer de jonge Elder weer eens in elkaar geslagen is en Armando hem verpleegt vloeien seks en geweld ineen. Even dacht ik aan de nachtelijke dronken vechtpartijen van Gerard en Joop, waar de een door een winkelruit heen ging en ze samen in het ziekenhuis belandden. Kijk, dat was nou liefde.

 Armando bespiedt en lokt in deze film jongetjes mee naar huis, Geeft ze geld om bekeken te worden. Meer niet. Mooi is de beginscene waarin hij heel precies aanwijst hoe de jongen moet gaan staan, met tot hoever zijn broek over zijn naakte kont.

 Het mag niet te dicht bij komen. Als de jonge Elder later echt verliefd wordt is het 'niet te dichtbij komen'. Daar heb je de titel denk ik: Desde alla ('Van ver'') 

 Regisseur Lorenzo Vigas lukt het, hoe zeg je het, de tederheid van het geweld in deze afgetrapte wijk van Caracas te laten zien. Even maar.