Afwezig

 Het ziekenzaaltje achthoog hoog boven Amsterdam, met een panorama waarin vlnr. de Westertoren, de met groen ingepakte Zuiderkerktoren en de Montalbaenstoren. Klein Suriname hier.. een bejaarde buurvrouw die zich elke ochtend langdurig mooi maakt, met vier rastavlechtjes en jurken in duizelingwekkende patroontjes. 

 Ik herlees Bob den Uyls meesterlijke vroege novelle Het graf van Bach, dat Nico Keuning in 2007 uitgaf bij Reservaat. Over de wereld na deze wereld. Het soort surrealisme dat uit angst geboren wordt. Geschreven in 1963. Onderwerp: de wereld na de atoomoorlog.

 Over zo’n onderwerp licht schrijven, een wonder. Vol Uyliaanse gedachtenvluchten.  Geschreven door het jongetje dat eindeloos door het gebombardeerde Rotterdam dwaalde. Hoe schrijf je angst? Den Uyl kon het toen al.

 Ik kijk uit over de wereld nu en hier, met vlak naast me de hoge schoorsteen waaruit onregelmatig witte rookpluimen komen en lees over de eindigheid. Met een krant op tafel waarin kernwapens speelgoed zijn geworden van Trump en Poetin.

 Ik kijk en kijk naar buiten, over de nietsvermoedende zonnige stad vol buurtbewoners.

 Ik mag naar huis, maar moet wel terugkomen.

 Ja, ik ontbrak even. Boven Avondlog had ik het klassieke Lambiek-briefje willen hangen met de tekst ‘niet thuis uit reden van afwezigheid’. 

Uilentoren

 Koorts zoals ik die nu heb, helpt bij sommige onderwerpen. Zoals de Uilentoren. Waarom zou in 1904 een rijke ambtenaar een krankzinnig monum­ent hebben laten neerzetten, door architect J.Pothoven, bovenop de Donderberg in Leersum?

 Op de top van wat eens het landgoed Lombok was. Vernoemd naar de vier cementen uilen op de hoeken boven. Ik ken het omdat mijn tantes Bé en Wies even verder bergaf aan de Lomboklaan woonden in villa's die De Steiger en De Stroohoed heetten de laatste vanwege het strooien dak.

 De vaste wandeling met het kind ging naar de Uilentoren. 

 Gecementeerde trappen, kiezelcement rondom. En boven de boomtoppen waar eens een wijds uitzicht was..

 Een griezelig gebouw.

 De deurwaarder Cornelis van Dam liet hem bouwen. De eerste steen werd gelegd door de 12-jarige Cornelis.

 Ook bestaat er nog een andere folly in de buurt: een vreemde tuinkoepel uit de zelfde tijd. Niemand keek op van deze merkwaardige bouwsels. En dan het mausoleum (1818). Naar het westen ligt op ongeveer een halve kilometer op de Donde­rberg de graftombe van van Nellesteyn.

 Er zijn foto's uit 1943 van de geheime viering in de kelder van De Steiger, van de geboorte van prinses Margriet, waarop iedereen bij wijze van verzetsdaad margrieten draagt.

Teun van der Keuken

 In de jongenswereld, van schoolpleinen, straathoeken en landjes wordt beslist of je iemand bent of niet. Een mietje, zoals het tegenwoor­dig heet of een jongen die meetelt. Ouders of o­pvoeders hebben daar niets mee te maken.

 Teun van der Keuken is in zijn 'Goed volk' niet mis te verstaan. Hij begint op zijn volksschool als een lachertje - als voetballer een nul - en moet noodgedwongen vriendjes worden met de pispaal van de klas Hans, die nog in z'n broek pist en zelfs poept. Teun ontkomt door te collaboreren met de meerderheid die deze Hans veracht en pest. Denk nooit dat daar door goedwillende juffen iets aan te doen is. Je bent een paria of niet.

 Ik dacht aan Jaapje, het zoontje van de afgescheiden dominee die bij ons in de straat een eigen huiskamerkerkje had, met een harmonium en zingende dames, waar wij straatjongens op zondag brutaal naar binnen keken.

 Een keer wilde Jaapje met mij vechten. Ik nam hem in een houdgreep en merkte toen dat hij - net als de Hans in Teuns verhaal - van paniek in zijn broek scheet, er kwam groene stront uit z'n korte broekspijp.  

 Het beste verhaal over de jongensstrijd om het bestaan is echter geschreven door Thomas Rosenboom. Het staat in zijn debuut 'De mensen thuis'.        

Spiegels

 Kijken en bekeken worden. Door jezelf, door anderen. Over de bedrieglijke spiegel dicht Jabik Veenbaas in 'Stad van liefde'. Spiegels. Wat ik er ook in zie, niet hoe anderen me zien. Wel mijn spiegelblik en de naar onder krimpende benen. Een vragende blik die - in welke stand ook - geen ander antwoord krijgt dan het vanouds gevreesde. Veenbaas schrijft:

 'je weet het nooit met spiegels/ glimlachen minzaam schudden het hoofd/ huiveringwekkende willekeur

 ooit stond ik in een koude opkamer/ met een vriendelijke spiegel boven de haard/ ineens verdween mijn gezicht/ maar kennelijk mijn ogen niet

 ik heb een vrouw gekend/ de spiegel had haar ziel meegevoerd/ op hol geslagen paarden/ voortdurend moeten kijken

 of ze openen zich als een poort/ daar ligt je oude dorp/ er waait een lauwe voorjaarswind/ tot er een buurman tegen het raam tikt

 trouwens, waar blijven je benen?/ ze gaan er wijselijk vandoor/ met schoonheid heeft dat alles niets te maken

 gisteren nog/ ik was net veertien geworden/ en wie hielden er toezicht?/ twee giechelende meisjes

Tags: 

De woordvondsten van Chuck Berry

 Chuck Berry (1926-2017) was behalve muziekvernieuwer ook een taalver­zinner. Bij de nieuwe wereld van de teenagers beda­cht hij taal. Zo wordt een refrigerator bij hem een 'coolerator'. En heeft de kleine Marie, die in Memphis Tennessee van hem, haar vader, wordt gescheiden 'hurry home drops on her cheek': 

 'Long distance information, give me Memphis Tennessee

Help me find the party trying to get in touch with me

She could not leave her number, but I know who placed the call 

'Cause my uncle took the message and he wrote it on the wall

(...)

Last time I saw Marie she's waving me good‑bye

With hurry home drops on her cheek that trickled from her eye 

Marie is only six years old, information please

Try to put me through to her in Memphis Tennessee'

 Als Chuck zijn oude Ford inruilt voor een super­sonisch wonder op wielen zegt de dealer in 'No money down': 'I'll put you in a car that eat up the road'. En in in de openingsregel deze vondst: je rijdt in een Amerikaanse slee en laat je gedachten gaan, daar komt dan dit woord voor: 'Motivatin''

 Chuck Berry is een autodichter. In 'You can't catch me', koopt hij er een die wegvliegt als de State Patrol eraan komt. Er ontstaan woorden, als het onbes­taande 'botheration' in 'Too much monkey business'. Hier het slotcouplet over het vakantiebaantje als pompbediende: 

 'Workin' in the fillin' station, too many tasks

Wipe the windo', check the tires, check the oil, dollar gas

Uh‑uh, too much monkey business, too much monkey business

Too much monkey business for me to be involved in'

 Al die klussen en dan voor een dollar tanken. Chuck Berry droomde zich een jeugd als blanke teenager. Hij was al in de dertig toen ie dit schreef. Nooit liep ie mee in demonstraties tegen rassenscheiding. Zijn antwoord was eenvoudig: de beste zijn.

 

Chuck Berry, de dichter

 Chuck Berry is dood. De man wiens teksten rock 'n roll tot poëzie maak­ten. De man op wiens gitaarvondsten Keith Richards en de Stones hun oeuvre bouwden. En zoveel anderen.

 Zelf zwart en al wat ouder bekeek hij de blanke high school teenagers en beschreef ze, vol verlangen. Zo'n jeugd had hij zelf willen hebben in St.Louis, waar zijn vader een kleine bouwond­ernemer was.

 Ik zag mijn held in het Concertgebouw, dat hij, zoals na elk optreden, verliet met aan elke arm een blonde stoot.

 De film die Keith Richards als eerbetoon van hun gezamenlijk optreden in St. Louis maakte is onvergetelijk omdat Chuck niks anders deed dan Keith zijn plaats wijzen. Jennen, door opeens naar een andere toonaard te gaan en zo meer. Immers hij was de baas en Keith wel tien keer zo rijk en beroemd, maar toch niet meer dan z'n bewonderaar. Daarom nu Sweet little sixteen:

 They're really rockin' in Boston/ In Pittsburgh, PA

Deep in the heart of Texas/ And 'round the 'Frisco Bay

All over St. Louis/ And down in New Orleans

All the cats wanna dance with/ Sweet Little Sixteen

 

Sweet Little Sixteen/ She's just got to have

About a half a million/ Famed autographs

Her wallet filled with pictures/ She gets them one by one

Becomes so excited/ Watch her, look at her run

 

"Oh Mommy, Mommy/ Please may I go

It's such a sight to see/ Somebody steal the show

Oh Daddy, Daddy/ I beg of you

Whisper to Mommy/ It's alright with you"

 

Cause they'll be rockin' on Bandstand/ In Philadelphia, PA

Deep in the heart of Texas/ And round the 'Frisco Bay

All over St.Louis/ Way down in New Orleans

All the cats wanna dance with/ Sweet Little Sixteen

 

Sweet Little Sixteen/ She's got the grown‑up blues

Tight dresses and lipstick/ She's sportin' high heel shoes

Oh, but tomorrow morning/ She'll have to change her trend

And be sweet sixteen/ And back in class again 

 ps. In de oorspronkelijke tekst was zijn alter ego Johnny B.Goode een 'colored boy', de platenfirma maakte er 'country boy' van.

Tags: 

Wortelwereld

 Planten denken en voelen met hun wortels. Eigenlijk kijken we hier boven de grond naar het verkeerde. Blaadjes en bloemen zijn bijzaak. De plant zoekt daar beneden in het donker naar voedsel, strijdt en werkt samen met bacteriën..

 Fotograaf en kunstenaar Diana Scherer dresseert die plantenwortels. Laat ze groeien in de vormen die zij graag ziet. En de planten gehoorzamen, in het 'wortellaboratorium' waar ze samen met Nijmeegse wetenschappers werkt.

 Daar keert ze de wereld om. Onder wordt boven. Zoekende, tastende organen, daar onder onze voeten, met zintuigen die hun omgeving waarnemen.

 Diana dresseert de planten, hun wortels laat ze in de patronen groeien die zij graag ziet. En dat doen ze gehoorzaam. Kunst en wetenschap vinden elkaar.

 'Het zijn eigenlijk een soort haren of draden,' zegt ze. 'Dus kun je ze modelleren tot een weefsel, of een mat.'

 'Nog een heel gedoe om ze in het gareel te houden, Eigenlijk groeien ze alle kanten op, op zoek naar voedsel, donkerte, water. Maar als je ze op een sjabloon laat groeien, vullen die wortels tot mijn verbazing zelfs kleine holtes helemaal op.'

Tags: 

Voorbij

 Het was op mijn eerste verkiezingsavond in Amsterdam dat ik Joop den Uyl in het echt zag. In die tijd hadden de partijen allemaal een zaal waar je heen kon. De VVD in de Poort van Kleef, de kleintjes in De Kroon op het Rembrandtplein.

 De PvdA had de grootste zaal, de Koopmansbeurs van Berlage. Ik zat als eerstejaars student onder het podium met de katheder, waar Den Uyl het woord voerde. Hij was toen nog wethouder van Amsterdam. Wat hij zei ontging me, zoals van wat dominees en sprekers zeiden weinig tot me is doorgedrongen

 Maar wat ik nooit vergeten ben is dat hij heel opvallend een pantalon van een C&A-achtig kostuum droeg en daarbij een jasje van weer een ander ­pak. Ook stond hij bekend om het morsen van sigarenas op die pakken.

 Later hoorde ik over hem van mijn vriend die het schopte tot assis­tent van eerste ministers. Eerst Den Uyl, later Van Agt. Van Agt was veel aardiger, die maakte een praatje en nam hem mee voor de lunch. Den Uyl liet hem tussen de middag een broodje ei uit de kantine halen dat hij onder het doornemen van de stukken naar binnen propte.

 Later kreeg ik hem eens aan de telefoon uit New York toen hij voorz­itter van den gedichtenjury was geworden. Hij kende veel poëzie, Ischa Meijers 'Een jongetje dat alles goed zou maken' kende hij van buiten.

 Maar als het aan hem als wethouder gelegen had was het huis waarin ik nu al zo lang gelukkig woon allang gesloopt, de 19de eeuwse wijken afgebroken en de binnenstad gesneuveld onder 'cityvorming'. Alles voor de arbeiders.

 Sociaal democraten weten wat goed is voor een ander. Dat kan niet goed blijven gaan. Tot eergisteren heb ik op ze gestemd.

Tags: 

The storm

 Een dag en een nacht ben je op bezoek, leef je mee met een Japanse familie. En dat juist het etmaal dat tyfoon nummer 24 over Japan trekt. Van heldere zon naar woeste wind en regen, en terug naar een zomerse dag.

 In hou van Kore-eda om zijn precisie op de vierkante decimeter, wat wel moet als een gezin woont in een heel kleine ruimte, zodat iedereen zich half bukkend door de ruimte verplaatst.

 Hoe overleef je? Oma is weduwe geworden na vijftig jaar huwelijk. Een hele opluchting giechelt ze. Japan, de cultuur van de berusting.

 Haar zoon is schrijver, maar zit in een levenslang writers block zodat hij als privé detective de kost verdient.

 Wat klopt met de manier van leven daar, je zit letterlijk op mekaars lip en dat brengt stortvloeden van futiliteiten mee, prachtig Kore-eda materiaal.

 Zoals mensen aan boord van een klein schip intenser op elkaar betrokken raken, tot slaande ruzies toe, zo zijn het in dit flatje een gescheiden echtpaar met hun zoontje en de moeder van de man die de storm uitzitten.

 Ze komen nader tot elkaar. Niet dat er iets werkelijk verandert, aan het eind gaat ieder terug naar zijn eigen leven. Maar ze hebben er vrede mee. Hoe dat kan? Ga After the storm zien. 

Geloof

 Nogeens Maria. Altijd aan voorbijgelopen uit afkeer van de zoetelijkheid van moeder en kind. Op kindfoto's met moeder probeer ik altijd me los te rukken, mijn eigen weg te gaan. Het kruis wacht, zegt het verhaal.

 Hoe kon een bescheiden bijrol in het Bijbelverhaal - ze komt 49 keer eventjes voor - uitgroeien tot de draagster van het katholieke geloof?

 Het verhaal waarin God als verteller, onbereikbaar boven alles zweeft en Christus de bovenmenselijke held is. Die net als Socrates sterft voor zijn gelijk. Maar dan die moeder. Ze was na 1500 even weg, het brave meisje met haar moeder en vele halfzussen, maar in de bigotte 19de eeuw keerde ze glorieus terug. Jongens kregen als tweede voornaam Maria, geen muziekkorps van mijnwerkers ging voorbij zonder vaandel met de beschermvrouwe erop. De moedercultus zit er in het Zuiden des lands diep in.

 Het zou mooi geweest zijn als Maria behalve oppassende moeder ook meer geweest was in de kerkelijke hiërarchie. Maar de kerk blijft een mannenbastion, celibaat en al. Vrouwen mogen kinderen baren en de kerk stofzuigen. Het duo Venus en de kleine Amor hebben waarschijnlijk model gestaan voor Maria en haar zoontje.. Maar ach.. 

 Gerard Reve heeft me met zijn Mariaverering zelfs nog naar Kevelaer gejaagd. en in Scherpenheuvel zal ik altijd een kaarsje branden voor de madonna, al heb ik mijn auto daar nooit laten zegenen door de priesterploeg die alle dagen klaarstaat.

 Het heeft lang geduurd voor ik dat durfde, ik ben immers niet katholiek en het zou schijnheilig zijn. Waarom dan toch? Ik geloof in geloof. In kathedralen met flakkerende vlammetjes. In kitsch. En een lieve moeder had ik ook. De rest is bijzaak.

 Ps. Een half pond Mariakaakjes in de week, voor ons ongelovige gezin met drie kinderen, dat was het.

Tags: