Sami Blood

 Een pittoreske minderheid zijn ze zo op het oog. Maar kom je dichterbij dan is het: hoor je erbij, of hoor je er niet bij.

 Eerst is het ben je een Zweed of een Lap, een Sami. En dan, ben je een Sami, dan zijn er twee mogelijkheden: ofwel je schikt je in de zeden en gewoonten van je gemeenschap, of je gaat weg en probeert iemand te worden in de grote wereld van 'ze', de Zweden.

 Daarover gaat de film Sami Blood van Amanda Kernell. Sami, de Lappen in Noord Zweden. In de jaren '30 nog een antropologisch curios­um in klederdracht waarop schedelmetingen worden toegepast en dat door de Zweden wordt veracht.

 Als het Lapse meisje Elle-Marja probeert zich te ontworstelen aan het rendierhoeden waar haar familie traditioneel van leeft en wil gaan studeren in Uppsala is dat tot mislukken gedoemd.

 Mooi is dat de film haar eerst als de oude vrouw laat zien die nog steeds weigert naar het jaarlijkse traditionele rendier-oormerken te komen. Je ontdekt later ook waarom. Als meisje werd ze door Zweedse jongens ook bloedig geoormerkt.

 De film Sami Blood zet het conflict van een intelligente, ambitieuze eenling versus de hoofdschuddende eigen groep pijnlijk mooi neer. En dat in een vijandige wereld.

 Haar intelligentie blijkt voor Elle-Marja eerder een doem dan een steun.

De sigaretten van Wayne Horse

 Wijst me op de online‑groepstentoonstelling 'Unruly Suspects'. Zeer de moeite.

 Verbazend dat niet meer galerieën exclusief online gaan. Nu moeten ze toch nog een paar dagen de week iemand charteren om achter een tafeltje te komen zitten voor twee of drie klanten of kennissen. Zoniet bij de Unruly Gallery, waar je meteen veel meer werk van meer mensen kunt bekijken.

 Ik ontmoette en inter­viewde Wayne Horse in 2006. Maar mocht geen foto maken. Hij droeg toen op foto's uitsluitend zelfg­ema­akte maskers. Van paarden, me dunkt. Van hem staan online op de Unruly Gallery te koop de 'blind getekende' serie lichte sigaretten. Voor een schappelijke prijs.

 Van Wayne Horse, alias de uit Bremen afkomstige, aan de Rietveld opgeleide kunstenaar Willehad Eilers, is die serie verfrommelde sigarettenpakjes. Kennelijk halfleeg, zodat je je gaat voorstellen dat de roker in een plotselinge opwelling besloot op te houden.

 Intussen volg ik nog steeds zijn gefilmde feuilleton 'Die Leiden des alten Senators'. Zie eerder op Avondlog. 

Tags: 

Arp en zijn Kaspar

 'Kaspar is dood' is het gedicht dat Hans Arp in 1912 schreef en waarmee zijn tentoonstelling in Kröller-Müller opent. Kaspar, het alter ego dat hij bleef uitbeelden. 

 Kaspar, de gnoom, lijkt familie van Kaspar Hauser, het in de natuur opgegroeide enfant sauvage, de Duitse Jan Klaassen en vooral van de kind-mens Arp-Kas. Blijft de vraag - al raad je het - waarom hij dood is. Wat er dood is. Het oergedicht uit 1912, deze klaagzang, zegt:

 'wee onze goede kaspar is dood

 wie draagt nu de brandende vlag verborgen/ in de wolkenvlecht dagelijks naar het zwarte/ poetsbakken

 wie draait de koffiemolen in het oervat

 wie lokt nu de idyllische ree uit de/ versteende papierzak

 wie verwart op de zeeën nu de schepen met/ de aanhef paraplu en de winden met de bijval/ bijenvader ozonklos uwe hoogwelgeborene

 wee wee wee onze goede kaspar is dood/ heilige bimbam kaspar is dood.

 hartverscheurend spartelen de hooivissen/ van leed in de klokkenschuren wanneer men/ zijn voornaam uitspreekt, daarom blijf ik zijn/ achternaam verzuchten kaspar kaspar kaspar.

 waarom heb je ons verlaten. in welke gedaante is nu jouw mooie grote ziel veranderd. ben je een/ ster geworden of een ketting van water aan een/ hete wervelwind of een uier van zwart licht of een/ doorzichtige tegel aan de stromende trom van het/ rotsige wezen

 nu verdrogen onze schedels en zolen en/ de feeën liggen halfverkoold op de brandstapel.

 nu onweert achter de zon de zwarte kegelbaan en/ niemand windt nog de kompassen en de raderen/ van de schuifwagens op

 wie eet nu met de fosforescerende rat aan/ de eenzame blootvoetse tafel

 wie verjaagt nu de siroccoduivel wanneer/ hij de paarden wil verleiden.

 wie verklaart ons nu de monogrammen in de sterren.

 zijn buste zal de schoorsteenmantels van alle/ waarlijk nobele mensen sieren maar dat is geen/ troost of snuiftabak voor een doodshoofd.' 

Tags: 

Arps poëzie

 Vanmiddag in Kröller-Müller stond ik paf bij de juist geopende Hans Arp-tentoonstelling 'Poetry of forms'. Hans of Jean, het maakte de tweetalige Straatsburger niet uit.

 Arp, de dichter, schilder, beeldhouwer die van alle markten thuis was. Hoorde bij de vroegste Dadaïsten, en was rond 1910 al een pionier van de vrije vorm. Zijn beelden, waarvan er hier nogal wat staan zijn werkelijk van alle kanten gemaakt en te bekijken. Wat is bij Arp de voorkant van wat een 'torso' heet?

 En waar moet het toelichtend kaartje geplakt worden?

 Alle dimensies spelen mee.

 Gepolijste, ronde vormen, ook een uitzondering in die tijd.

 Zijn buitengewoon inventieve gedichtjes en teksten passen wonderlijk bij de beelden. Taalobjecten noemt hij ze. Die ook vruchten zijn, zoals hij op film uitlegt.

 Kunstwerken zijn bij hem vruchten die in mensen groeien. En dan lachen.

 Wat te denken van titels als 'Sculptuur om in het bos verloren te raken' uit 1932? Of zijn 'Hoofd met drie onaangename objecten' uit 1930.

 Overal waar de kunst iets voorschrijft neemt hij hem in de maling. En wordt tegelijk bloedernstig in de bevrijding ervan, wat toch de kern van Dada is.

 Morgen meer. 

Tags: 

Amsterdam Art (2)

 Terwijl musea niet kunnen ophouden met verbouwen en steeds minder overhouden voor kunst zoeken galeries uitwegen. Ik kwam nu ook een verrassende pure internet galerie tegen, waarover later meer.

 Wat op de Amsterdam Art Fair nog meer opvalt dan in eerdere jaren is de grote verscheidenheid. 

 De houten beeldjes van de Japanse Hideki linuma Ahtavalta laten karikaturen van meisjes en vrouwen zien die met zichzelf geen raad weten. Wat moeten ze dragen? Hoe moeten ze staan of zitten.

 De metalen mannen-beelden van Bas de Wit maken karikaturen van wat mannelijkheid moet verbeelden. Wat doet een man? Hij worstelt met een hark. Een man verstrikt zich in zichzelf. Bij zoveel vrouw-afbeeldingen is dit een passende toevoeging. 

 En dan de merkwaardige noem het landkaarten van Kim Habers, die soms ontploffen, opbollen of in video van binnen worden opengesneden. Alsof haar steden en landschappen uit hun voegen barsten, er uit willen.

 Emo Verkerk komt naast zijn portretten nu ook met wat op het eerste gezicht zomaar een oog lijkt. Maar nee, er omheen rijst een gezicht op. Dat van Walter van der Star.

 NB. De Unruly Gallery met hun Online GRoup EXposition.. Zeer de moeite

 http://www.unrulygallery.com/

Tags: 

Amsterdam Art (1)

 Vanmiddag met m'n hernia-stok de vijf liftloze verdiepingen beklommen van het lege kantoorgebouw waar dit jaar de Amsterdam Art Fair onderdak kwam. Op het dakplat is koffie.

 Kunst krijgt daar iets achterafs. Het was opmonterend. En wat nog meer opviel dan anders: de grote verscheidenheid.

 Minder video, minder installaties, meer schilderen en ander werk in het vlak. Van ontwerp tot verhaal. En veel ironie, kleine grapjes.

 Neem de 'doorschijnende' voorstellingen van Rosa Everts. Dat in meer betekenissen: bij haar schemert gisteren altijd door vandaag heen, het verleden door het heden.

 Zo kan ze het drama van de lege etalage van een failliete winkel neerzetten. Vol dichtgeplakte kartonnen dozen waarin kennelijk iets zit dat weg moet. Een blanco vel papier. en zelfs een hele kunsttentoonstelling die te koop staat.

 Veel is bij haar gesloten.

 Het echte schilderen, inclusief stofuitdrukking vind je bij de Hongaarse Andrea Radai, die de hoofden van haar figuren vaak niet mee schildert. De kunst van het afsnijden! Zoals die opkwam toen schilders gingen kijken hoe fotografen werkten.

 Morgen meer.

Tags: 

Benthem Crouwel in Arnhem

 De angst sloeg me om het hart toen ik las dat het Arnhems Museum gerenoveerd zou worden door Benthem Crouwel, de firma die Amsterdam opzadelde met dat onding, het nieuwe Stedelijk.

 Lelijk en extreem onhandig. Het gaat alweer verbouwd worden. Voorgoed diskwalificeren zou het beste zijn. Maar nee. Wat zouden ze aan het Museum Arnhem kunnen verknoeien?

 Ze hebben 'de visie met de nieuwe overstekvleugel uitgewerkt' zegt een in dieventaal gesteld persbericht: 'De meest in het oog springende veranderingen zijn: de monumen­tale koepel die een open karakter krijgt en de ontmoetingsplek van het museum wordt. Samen met de museumwinkel en het museum café wordt deze publieksruimte ook het vertrekpunt voor een logisch zalencircuit.'

 Dit ken ik uit Amsterdam, eerst het eten en de handel, dan de kunst.

 En tja het uitzicht over de Rijn. Er staat: 'Bezoekers genieten in de toekomst op verschillende plekken van het uitzicht. De grote buitentrap is een van de hoogtepunten en hiermee wordt de tuin als een groene buitenzaal bij het museum betrokken.' Huh?

 Natuurlijk is er ook hier een wethouder. Gerrie Elfrink, van cultuur zegt: "Dit ontwerp verandert een gesloten bunker in een uitnodigend gebouw waar niet alleen de kunst beter tot haar recht komt, maar waar je ook het betoverende Rijnlandschap kunt beleven. Zo wordt het, behalve een museum, een ontmoetingsplek waar Arnhemmers graag komen. Ik kijk er nu al naar uit."

 Ik niet, ik vrees het ergste. Zeker bij de 'hedendaagse sieraden en vormgeving, de extra aandacht voor niet‑Westerse kunst en werk van vrouwelijke kunstenaars.’

 De verbouwing start eind dit jaar.

Andrei Roiters steden

 De Russische schilder leerde ik in 2010 kennen in zijn Amsterdamse atelier, een voormalige buurtsuper bij het Hoofddorpplein, die hij had kunnen overnemen als hij de voorraad kruideniersartikelen erbij nam. Hij deed het. Verkocht de suiker, het meel en de ander comestibles, en schilderde.

 Landverhuizer Roiter is bezeten van wonen, hij schilderde vele oude koffers en stadsgezichten. Hij timmert ook, heel slordig. met kromme spijkers, maar toch precies als wat. In de tentoonstelling die nu toch te zien is bij Akinci aan de Lijnbaansgracht hangt een schilderij van een stad, getimmerd van sloophout.

 Ook Skylines keren altijd terug.

 Hij werkt deels in New York, verplaatsingen horen er bij. Roiter zwerft.

 Soms als een karikatuur van een toerist. Hij timmert ook fototoestellen.

 Op deze nieuwe expositie 'Made in Roiterdam' zie je nieuwe obsessies, allereerst schilderijen van gelaagde steden, die aan Constant Nieuwenhuijs doen denken. Maar ook aan tiendubbele reuzen-sandwiches. Eetbare steden.

 Ook nieuw zijn wat oogt als stadions. Of badkuipen? De Kuip van boven gezien. Made in Roiterdam.

Tags: 

Gipsotheek

 Wie wel eens een muurtje gestuct heeft met Knauf geelband of roodband weet wat gips is en hoe je ermee kunt werken. Het droogt razendsnel, net als de fresco's die je erin kunt schilderen.

 In de 'Gipsotheek' van Museum Beelden aan Zee staat een unieke verzameling voorstudies, van soms bekende beelden. Je kunt er zien hoe de enorme Wilhelmina van Van Pallandt haar gestalte kreeg voor ze op het Noordeinde terecht kwam, hoe de Dokwerker zijn houding kreeg.

 Gips heeft een eigen dynamiek. Als je er eerst was- en dan bronsafgietsels van maakt kun je resten van de bewerking of de vingerknedingen in het materiaal laten zitten of wegschuren.

 Kijk hoe de studies gegroepeerd zijn in hun glazen kasten en er naast, zie dat ze onderling praatjes maken.

 De formaten verschillen, ook de tijden waarin ze gemaakt zijn. Directeur Jan Teeuwisse zet ze steeds weer anders neer, componeert telkens nieuwe opstellingen. Altijd in Beelden aan Zee moet ik kijken hoe hij al die ontstaansgeschiedenissen met elkaar laat rijmen.

 De belichting is heel goed. De spotjes zetten in licht en schaduw wat je niet verwacht, maken drama, zoals een beeld buiten ook altijd ander licht vangt. Beeldhouwkunst is theater. 

Hans Fallada als junk

 Hans Fallada (1893-1947) kruipt al schrijvend in je hoofd. Al lezend komt de benauwenis over je van de junk die zonder zit. Morfine in zijn geval. De visioenen liegen er niet om: 'Ik ben overal, ik ben alles, alleen ik ben de wereld en God ineen. Ik schep en ik vergeet en alles vergaat. O zingend bloed. Dring nog dieper tot me door, vriendin, breng me in nog wild­ere verrukking.' Die vriendin is de morfine.

 En hij legt uit: 'Morfine betekent stille, milde gelukzaligheid, wit en bloemig, ze maakt haar volgelingen gelukkig. Maar cocaïne is een rood roofdier, het middel pijnigt je lichaam, de hele wereld wordt wild, verwrongen en vreselijk (...) en wat je ervoor terug krijgt zijn slechts luttele ogenblikken uitzonderlijke helderheid van geest, het vermogen de meest onalledaagse verbanden te leggen, en een pijnlijk scherpe luciditeit.'

 Als hij tenslotte op kantoor geld steelt om zo in de gevangenis te komen, bij wijze van afkickkliniek blijken het voorlopig arrest en de cold turkey samen dwangvoorstellingen op te leveren. Over bijvoorbeeld bedwantsen. Hele nachten loopt hij door zijn cel op zoek en drukt ze dood. Iedereen in voorlopige hechtenis heeft wel een obsessie waaro­ver hij steeds moet praten. Het personeel wordt er gek van.

 Je kunt niet tegelijk een goed verhaal schrijven en junk zijn, en in voorlopige hechtenis toch ook niet meer doen dan aantekeningen maken. Vertaler en Fallada-biograaf Anne Folkertsma licht toe hoe de schrijver van 1918 tot 1926 verslaafd was aan alcohol en drugs en in gevangenissen en klinieken zat. Pas in 1929 schreef hij dit nu vertaalde 'Zakelijk bericht over het geluk morfinist te zijn'. Daarna pas kwamen zijn grote romans als 'Kleiner Mann was nun'.  

Tags: