De ambtenaar A.Alberts

 De biografie is er. De conclusie ook, lijkt het: In het schrijven van Alberts zie je de afstandelijkheid van de ambtenaar terug. Biograaf Graa Boomsma citeert Kees Fens over 'Inleiding tot de kennis van de ambtenaar', die het 'een studie in onzichtbaarheid' noemt.

 Misschien omdat ik met Alberts twee radio-avonturen meemaakte heb ik een andere indruk. Zeker, hij was 'vriendelijk en afstandelijk', maar daarbij een meester van het understatement. Net als in zijn boeken. Zijn keurige Haagse manier van spre­ken verried binnenpretjes, zijn mimiek paste daar wonderwel bij. Het neigde naar de toon van Engelse tv‑serie 'Yes minister'.

 Toen hij op de radio live met lezers praatte kreeg de uitzending jongensachtige wendingen toen luisteraars/lezers uit zijn Indische verleden opdoken en ook Kees Fens de telefoon pakte. Luister naar de bijgevoegde link. Afstandelijkheid? Uit iemands manier van spreken is veel op te maken dat je op papier niet terugleest. Onvergetelijk hoe Willem Elsschot vol ingehouden plezier een stuk uit Kaas voorleest. Dan pas ken je zijn lichte toon, zijn humor.

 Zo spraken wij over 'De Ambtenaar':

'U pakt het heel grondig, heel historisch en tegelijk ironisch aan. U begint nog net niet met de holbewoners, maar toch wel bij de oude Egyptenaren. En de eerste ambtenaren die u signaleert zijn dan een soort priesters.'

 Alberts: Dat zijn de kloosterlingen die lezen en schrijven konden, en daarom werden ze ambtenaar. De overheden konden niet lezen en schrijven, de overheid was daar te dom voor. Die kloosterlingen konden dus ambtelijke stukken opstellen.

'En als ik u goed proef denkt u in uw hart 'de overheid kan nog steeds niet lezen en schrijven.'

 Alberts (lacht): Een beetje wel, ja.

'U bent in hart en nieren toch een ambtenaar gebleven.'

 Alberts: Jaja. Jazeker.

'Betekent dat nou ook, dat u, wanneer ik u vraag op welke politieke partij u stemt, dat u dat niet wilt zeggen?'

 Alberts: Eh, nou, ik stem op 't ogenblik uit principe op geen enkele partij meer. Aangezien ik ze een gevaar vind voor de staat, stem ik niet meer op ze.

Ik lees verder..

Tags: 

Martijn de Ouden

 Wat doet Martijn den Ouden? Hij meet de wereld. Althans zover zijn zinnen en woorden strek­ken. Er komen steeds nieuwe dichters die de wereld meten. Wat is nog bruikbaar? Wat niet meer? Wat moet er nodig nog bij? Zodat je beseft hoe knellend dichtkunst is. Wat te doen met dierendag? Hij weet het. Eerste strofe:

 'het is dierendag en ik wil mijn eer betuigen aan de beesten die zichzelf/ doodrennen, doodzwemmen en doodvliegen

 voor alle dieren die zichzelf doodrennen, doodzwemmen en doodvli­egen/ staat de goudvis symbool

 lieve goudvis/ in je kom/ soms vind ik je zo mooi/ en dom/ dat ik bijna moet huilen

 om hoe je zwemt over de keukentafel/ met het geblokte zeil

 de zon in het raam

 het gesis en getik van de geiser op waakvlam/ de kat op de keukentrap

 hoe jij jezelf daar doodzwemt

 visje

 lief dom visje

 

ps. zijn nieuwe, derde bundel heet 'Een kogelvrije zomer'.

 

Verwarring

Is 'verwarring' volksziekte nummer een geworden? Politici stichten verwarring en bieden er tegelijk lumineuze oplossingen voor. De Amerikaanse president is verwarder en verwarrender dan ooit.

 'Het aantal meldingen over verwarde personen in Nederland blijft stij­gen,' zegt Teletekst. 'In 2016 kreeg de politie ongeveer 75.000 telefoontjes over mensen met verward gedrag, dat is 14 procent meer dan in 2015.'

 'Sinds 2011 is het aantal meldingen bijna verdubbeld. Ook zijn de situaties ernstiger en zijn er vaker wapens in het spel of willen mensen hun woning opblazen. Arrestatieteams staan geregeld op het dak bij mensen die een ernstig risico vormen, zegt de politie. De stijging zou onder meer te verklaren zijn door de toenemende aandacht voor het probleem.'

 Zover Teletekst. De vragen: hoe definieert men verwarring, medisch gezien? zijn er meer verwarde personen of meer meldingen? Is het een 'vraag om aandacht?'. Brengen berichten over verwarde personen mensen op het idee op het dak te gaan staan?

 En tenslotte: is de wereld sinds 2011 verwarrender geworden. Of was hij altijd al verward en verwarrend? 

Verdwijnen

 ‘How to disappear completely’ heet de tentoonstelling in de Rotterdamse kunstzaal Garage. Yasmijn Jarram gaf veertien kunstenaars dat thema mee. Ik wil vlug gaan kijken.

 Haar introductie: 'Iedereen kent de behoefte zich te onttrekken aan de alledaagse realiteit, waarin alles een vaste vorm en plaats heeft. De wens te vluchten in een denkbeeldige wereld, op te gaan in een groter geheel of los te komen van je eigen geest of gedaante. Het idee te verdwijnen spreekt universeel tot de verbeelding.'

 Het angstbeeld herken ik. Ze schrijft: 'De digitale 'broodkrui­mels' die we achterlaten tijdens online omzwervingen zweven voorgoed rond in een on­controleerbare wirwar van structuren.'

 Immers, in een tijd van wanhoop heb ik als scholier precies dit uit­gedacht. Ik wilde er niet meer zijn. Het bleek lastiger dan ik dacht.

 Wat zich ontvouwde was een thriller. Zelf moest ik onvindbaar weg. Moeilijk maar oplosbaar. Het zoeken zou worden opgegeven. Een goed voorbeeld was Bas Jan Ader, die wegvoer en niet meer terugkeerde. Maar wat hij naliet was het tegendeel van verdwijnen. Hij is nu aanweziger dan ooit.

 Nee, niet alleen ik zelf maar ook alle herinnering aan mij zou moeten verdwijnen. Ook wie mij kende zou moeten verdwijnen.

 Hier begint de thriller. Als er een leraar Schei- en Natuurkunde veron­gelukt, en een klasgenoot, en een voet­baltrainer. Het eind is zoek. Dan komt een politie-inspecteur in actie. Hij ontdekt dat uit de registers van het gymnasium een leerling verdwenen is, alle klassenfoto’s waar hij op staat, alle rapporten zijn weg. Zou er een verband zijn?

 Het lijkt op de film Kind Hearts and Coronets waarin Alec Guinness alle erfgenamen voor hem van het voorouderlijk bezit laat verongelukken. En door de mand valt.

 Ik kwam er niet uit. Niets bleek opvallender dan verdwijnen.

 Op naar Rotterdam.

Het zwart van Renie Spoelstra

 Wat ik gisteren schreef over haar tekenen met kneedgum in het zwart is maar een deel van de waarheid. In Kranenburgh is het grijs/zwarte boekje 'Underneath' (2015) te krijgen, waarin ze aan Ernest van der Kwast vertelt hoe ze werkt.

 Ze zoekt landschappen, zet ze op met houtskool en maakt ze eerst zwart met vrij vette houtskool van wilgen uit Zuidwest Engeland, of nog vetter en donkerder van ceders uit Amerika.

 De bedoeling is diepte suggereren. Je moet 'erin kunnen'.

 Om grijze oppervlakken te maken gebruikt ze een zwart sponsje. Voor lijnen of mist heeft ze een Amerikaanse ganzenveer.  Schaduwen brengt ze op met houtskoolpoeder, met een lapje katoen. Soms is ze weken bezig om stukken echt pikzwart te maken. Ze 'pleistert' het papier met houtskool, armen boven haar hoofd. Zwaar werk. Haar handen krijgt ze nooit meer echt schoon. Wit bestaat niet bij haar.  

 Zo ontstaat gelaagdheid. Het landschap krijgt een lading. De toeschouwer wordt er in gezogen.

 Al die plekken bestaan echt. Namiddag liefst, voor het donker wordt, eind van de zomer, als de schaduwen op hun diepst zijn en haar eigen stemming zich weerspiegelt in het landschap.

 Het gevoel een te plek te vangen. Iets van dreiging is dan welkom. 

Tags: 

Zwart en wit

 Er is licht en dan vallen er schaduwen. En zie, daar is het drama, at the dark end of the street. Liedjesschrijvers weten er raad mee. De schilderkunst leeft er van.

 Eerst het licht, dan de schaduw. Maar de schepping ging toch andersom? Eerst was er duisternis. Toen kwam het licht.

 In de tentoonstelling 'Zwart' in Kranenburgh in Bergen zoeken schilders en fotografen naar wat licht en donker vermag. Betekenisrijk, dat zeker.

 Meteen zit je tussen uitersten: goed en kwaad, het verborgene en het openlijke, angst en opluchting. De 'Drempel' (2015) van Arjan van Helmond laat de grens tussen de twee werelden haarfijn zien.

 Iets van de Bijbel draagt Renie Spoelstra - ze komt uit Drachten - in zich mee.

 Ze maakt haar zeer grote vellen papier eerst zwart met houtskool. Daarna gebruikt ze een stuk gum als omgekeerd penseel en gumt zich een voorstelling door zwart weg te poetsen.

 Een bijna bijbelse werkwijze. Er zij licht! Zoals de open plek in het recreatiegebied (2009), of de lichtplek op het water in Pacific (2016). Het omringende landschap blijft in Rembrandtesk halfduister gehuld. 

 

Tags: 

Oude kleren

 Binnenkort verschijnt het boek 'Tot op de draad, de vele levens van oude kleren' van Ileen Montijn, met plaatjes uitgezocht door Annemiek Overbeek. Over het leven van kleren: gelapt, vermaakt, doorgegeven, gekoesterd.

 Wie arm was moest na de oorlog toch een beetje toonbaar voor de dag kon komen. Oplappen dus. Ik weet ervan. Als kind werd er voortdurend aan me gepast en gemeten.

 Ik liep in een vermaakte broek van mijn grootvader. Het eruit groeien dreigde altijd. Moeders en tantes legden kleren uit tot het niet meer kon. Al waren ze op de groei gekocht. Een hele vermaak- en verstel taalschat die ik in Ileens boek hoop terug te vinden.

 'Kom eens even hier jij.' En dan stond je weer geduldig voor een vrouw met spelden in haar mond.

 Mijn schoenmaat groeide al­maar. In de winkel keek ik door een nieuwe schoen heen naar het groene röntgenbeeld van het gebee­nte in mijn voet.

 Arme kinderen droegen broeken met 'jaarringen'. Ieder jaar een stukje broek erbij. De zomen verdwenen eerst, daarna werden ze echt te kort en te krap. Door heel het land werden pakket­ten kleren verstuurd naar jongere neefjes.

 Elke begroeting opende met: 'Wat ben jij groot geworden!' Eerder een verwijt dan wat anders. Ik deed niks, ik groeide alleen maar. 

Tags: 

Wat Lara de Moor ziet

 Lara de Moor, wier werk me op Art Rotterdam trof schildert meest interieurs. In haar boekje met schilderijen uit 2011-2015 legt ze uit: wat in een bepaalde kamer gebeurd zou kunnen zijn mengt zich met de waarneming in het nu. Wat we zien is maar een klein onderdeel van wat er aan beeld is.

 In haar boek zie je niet alleen haar schilderijen maar ook hoe ze eraan werkt. Ze verschikt het meubilair, voegt er elementen aan toe. Het resultaat fotografeert ze als steun, later bij het schilderen.

 Ze schrijft: 

 'Het is dit vluchtige, ontwijkende in het bijzonder dat ik in mijn werk te pakken wil krijgen. Schilderen is heel geschikt om het te benaderen, omdat het zelf tegelijk aanwezig en afwezig is. Het hangt stil en zwijgend aan de muur en suggereert tegelijk een opening en een ontsnapping naar een andere ruimte zoals in Through the looking glass van Lewis Caroll.' 

Tags: 

Van Eedens Short Stories

 In de Van Nellefabriek kon ik het boekje Short Stories van Marcel van Eeden kopen. Met de hand stond er in geschreven dat ik nummer 239 had uit een oplage van 250 exemplaren. Het is nummer 1 van een serie in wording uitgegeven door de Duitse Salon Verlag. Verhalen om in te verdwalen. Zes in getal. Met titels als 'Eternal Soup and Sudden Clarity

 Wat ze gemeen hebben is manier waarop Van Eeden tekst en tekeningen gebruikt om spanning te maken. Dat doet hij onder meer met door de tijd dwalen.

 Het slotverhaal 'I am G.S.3, the killer of The Hague' opent zo: 'It was 1820, 1935 and 1952 all at the same time. The city's history floated by in a cloud of maps, drawings and narratives, and settled in 1949. Oswald Sollmann was still in Iraq.' Waarbij ik de Van Eeden-typografie noodgedwongen loslaat.

 Niets staat in deze verhalen vast. Behalve dat Marcel nooit de tijd na zijn geboor­tejaar 1965 betreedt. Daarvoor is hij vrij, in tekst en beeld. Er zijn weerkerende personages, er worden verhaallijnen gesuggereerd. Met als voornaamste leidraad de beeldenstroom die de tekenaar stuurt.

 Zo is er taart, vrij veel taart, in griezelig oneetbare kleuren. Van Eeden woont in Zürich, Konditorei en Kuchen zijn hem vertrouwd, net als Matthias Grünewald en stoomlocomotieven die aankomen en vertrekken. Treinenstad Bazel komt uitvoerig in beeld. Veel film noir. 

 Extra: op alle exemplaren schreef hij met de hand 'Misprint', naar zijn galeriehoudster me zei omdat hij het papier te glimmend vond. Moet ik dat geloven?

Niet

 'Er was eens en er was eens niet' is de titel van het boek met korte stukjes van Judith Herzberg dat uitgeverij De Har­monie als nieuwjaarsgeschenk uitbracht. Het titelverhaal is kort:

 'Ze doet een van de postvakjes die aan de straatkant van het postkantoor in de muur bevestigd zijn, op slot en kijkt even smekend om zich heen. Alsof voorbijgangers er iets aan kunnen doen dat ze die brief niet kreeg. Of geen brief kreeg.'

 Een verhaal moet een slot hebben. Een open einde bevredigt niet, zegt men. Ik dacht aan Franz Kafka, meester van het niet. Aan zijn 'Gibs auf!'.

 Over niet-schrijven wijdt hij in z'n dagboeken uit. En veel van zijn verhalen eindigen in het ongewisse. Zoals het nooit gepubliceerde 'Herinneringen aan de Kaldabahn', waarin meteen de gelijkenis Kafka-Kalda opvalt. Over een spoorweg in het verre Oosten die zomaar in het niets eindigt.

 In de nooit voltooide roman Amerika is het omgekeerde aan de hand. Met elke stap die Karl Rossmann zet in het on­bekende continent wordt het groter. Zodat 'Der Verschollene' (spoorloos verdwenen) zoals de werktitel was, tenslotte in zijn eigen verhaal verdwaalt. Het mooiste niet-boek dat ik ken.