Robots op hol

 Computers over onze schermen, wij wonen in Babylonië en de spraakverwarring is alom. Lees een gebruiksaanwijzing of een bijsluiter. De eerste computerdeskundige die ik bezig zag was Roger Ruskin Spear van de Bonzo Dog Band. Hij maakte robots stond tussen de groep op podia in een witte jas om falende computers te repareren.

 Zoals in het nummer Noises for the leg, waarin een gipsbeen  vreemde geluiden maakte tot het weigerde, waarna Roger met z’n soldeerbout ingreep. In 1971 was ik bij hem thuis in Londen en maakten we een filmpje voor de vpro. Roger had de kern te pakken. Het zal nog lang duren voor een computer een drukke straat  kan oversteken en tegelijk een gesprek voeren over pizzabereiding en bekende voorbijgangers groeten.

 Vanmorgen kwam dit bericht in het Koreaans van mijn Koreaanse vriendin, de dichteres en beeldend kunstenaar Yuri An. Volgens vertaalcomputer Bing zei ze:

 ‘Dan was het gewoon deze tijd van het jaar. Ik slaap al een tijdje, maar iemand heeft het raam gehouden.  Mijn kamer is 4e verdieping, en het is niet makkelijk om het raam te verlaten. Als een blanke naar het touw komt, zullen ze snel de bouw beginnen en het raam eraf scheuren, en dan is hij weer verdwenen. Het is een paar dagen geleden dat het raam niet in de kamer kon blijven met zo ’n plotselinge constructie.  Maar vandaag is het raam uit elkaar gescheurd. Die is gebroken en spoorloos verdwenen. De drie uur van de ontdekking zijn nu in het verleden. Ik ben altijd bang om een kort en frustrerend ding te zijn. Soms ben ik het zat om mezelf moe te zijn, maar ik denk dat het een lange tijd is om alles op het einde van het jaar op te lossen. Er is altijd iets te vinden zonder een bericht. Wat ik ga doen is het weer te noemen.’

 Wij moeten berusten. Dit is ‘Won in translation’.

Visioenen

 Het tijdschrift Extaze bracht in 2016 een nummer over vrouwen 'die met de pen in de hand een kentering teweeg hebben gebracht', een bewaarnummer met schrijvende vrouwen uit alle eeuwen. Van Betje Wolff en Aagje Deken tot Annie Schmidt.

 Tijdloos. Ik kwam door een stuk van de Vlaamse Charlotte d'Eer bij de dertiende-eeuwse Antwerpse begijn en mystica Hadewijch. Wat die schrijft is niet voor misverstand vatbaar, al hulde men haar graag in nevelen. Had ze visioenen? Zo kun je het noemen. Veiligheidshalve, denk ik, ze werd soms voor ketter aangezien.

 Neem haar zevende visioen, over haar eenwording met Christus. Nadat ze beschreven heeft hoe ze schok­t en beeft van verlangen naar Hem, komt hij tot haar:

 'Daarna quam Hi selve te mi, ende nam mi altemale in sine arme ende dwanc mi ane Hem; ende alle die lede die ic hadde gevoelden der siere in alle hare genoegen na miere herten begerten na miere menscheit. Doen werdic genoeget van buten in allen vollen sade. (...), maar saan in corter uren verlosic dien schonen man van buten in siene in vormen, ende ic sachen (...) al smelten in een, sodat icken buten mi niet en conste bekinnen noch vernemen, ende binnen mi niet bescheden. Mi was op die ure ochte wi een waren sonder differencie.'

Literair Zutphen

 Dat ik de laatste tijd vaker in Zutphen rondkijk, de stad waar ik tot m'n zesde opgroeide, komt door verhalen die ik schrijf, waarin ik huizen, straten, vrouwen en de dood al vroeg ontmoet.

 De meest exotische straat van Zutphen was de Rozenhoflaan. Een smal, dichtbegroeid laantje met chique 19de-eeuwse huizen waar mijn artistieke tante Karin Waardenburg woonde, voor ze naar de Martinet­singel ver­huis­de - ook een schrijver.

 Op de site Literair Zutphen van Hans Heesen, die vorige week plechtig in de Broederenkerk werd geopend vind ik nu dat niet alleen mijn tante daar woonde, ook Paul Rodenko, de dichter en bewerker van de 'vrijmoedige' 1001-nacht bewerkingen die door scholieren werden stukgelezen woonde er.

 En even verderop aan de Coehoornsingel 58 de sinoloog en door Rudy Kousbroek bewonderde schrijver van de rechter Tie verhalen Robert van Gulik, uit wiens werk Umberto Eco putte voor zijn Naam van de Roos.

 Een ontdekking is ook dat D.A.M. Binnendijk, bevriend met Ter Braak en aan het Vossius­ gymnasium de veelgeprezen leraar Neder­lands van de broers Van het Reve, op wie Hanny Michaelis in haar school- en onderduiktijd zo ver­liefd was, de zoon van een deftige Zutphense hoteleigenaar was - Grand Hotel du Soleil aan de Zaadmarkt.

 Voor Jacques Bloem en Clara Eggink moet je wat verderop zijn, aan de Deventerweg 143, vlak achter de Heeckerenlaan 49 waar ik woonde. Mijn moeder kende ze en ook zij staan op Literair Zutphen.

Happy End

 Zolang ik Franse films zie speelt Jean-Louis Trintignant erin. Onopvallend. De minst opvallende acteur ooit. En daarin almaar beter geworden.

 De laatste Haneke-film met de snijdend ironische titel 'Happy End' is zo Frans als het maar kan. Waar hem dat in zit? Allereerst in de tirannie van de familie, waarvan Trintignant als 85-jarige, levensmoede industriële magnaat de pater familias speelt en zelfs zijn erfgename Isabelle Huppert onzichtbaar maakt. Het nageslacht verpulvert voor zijn ogen. En hij kan niets meer te doen dan toekijken.

 Zelfmoord- en vluchtpog­ingen volgen elkaar op. Menselijk contact lijkt in deze familie uitgesloten.

 Het speelt zich af in het gebied van het spaarzame kustvertier dat nog over is in het industriële Calais, waar de ver­jaardag wordt in grootse stijl wordt gevierd. Heel klassiek wordt de feestvreugde onderbroken door de gedood­verfde troonopvolger van de dynastie die een groep asiel­zoekers binnenbrengt.

 De oude Trintignant heeft intussen vriendschap gesloten met zijn jonge kleindochter die ook een zelfmoordpoging probeerde. Zij helpt hem aan een waardig einde. 'Mort a la famille.'

De Amsterdamse Herberg

 Nog zie ik de beroemde fotograaf het café uitgegooid worden nadat hij echt onhoudbaar was geworden. 'We zijn gesloten,' riep de eigenaar en met man en macht werd hij de straat op gesmeten.

 Even later vloog er een vuilnisbak door de spiegelruit, waarna de fotograaf door het gat naar binnen klom. 'Het café is weer open,' verklaarde hij, en bestelde bier.

 Er is een zeer gedetailleerd boek verschenen over de Amsterdamse herberg tussen 1450-1800. Was Amsterdam een 'suypstad' zo­als de Engelsen het afbeeldden, met tonronde, stomdronken, kettingrokende bierbuiken? Volgens Maarten Hell viel het mee. Een café per 200 inwoners, in 1613 waarbij je moet bedenken dat het water ondrinkbaar was.

Toch moet iedereen wel permanent onder de olie geweest zijn. En had de schout veel te stellen met vechtpartijen. Er is niets veranderd. Met de politie vechten en Heineken tapt.

 Wat Midas Dekkers ook voor zoete broodjes bakt, dat echt alcoholisme een gruwelijke kwaal is heeft de alcoholist Simon Carmiggelt ons voor altijd ingewreven met zijn refusal-verhalen - 'heb je de pil in' - en vooral ook met zijn historische kersenbonbon. Voor wie het vergeten was: voor een echte alcoholist is een bonbon met een klein beetje kersenlikeur erin al genoeg om de smaak te pakken te krijgen en aan het drinken te slaan. En dan is er geen houden meer aan.

 Maar het boek van Maarten Hell gaat om drank als smeerolie van het sociale leven. In zaken zo goed als in seks, vertier of in de politiek. Waarbij de overheid als accijnzenheffer fors meespeelt.

Schaduw

 Bij het nieuwe China-nummer van Tijdschrift Terras kwam een boekje met het verrassende Japanse verhaal 'De erker' van Bregje Hofstede.

 Ze zit in Japan en schrijft: 'Op een plek als deze begrijp ik waarom Japanners geen harde lijnen trekken tussen dood en levend. Dat ze geloven dat de geesten in de heuvels samenkomen, theedrinken. De enige grens die absoluut lijkt in dit land is tussen mens en mens. Niemand heeft ook maar mijn hand geschud.'

 Wat is hier binnen, wat is buiten? De wanden zijn 'vliezen van papier gevat in houten latjes.' De plek die het meest als 'binnen' voelt is de kamer met de erker 'een lege uitsparing in de muur, subtiel benadrukt door de vaas met lelies die hier op de grond staat'

 Junichero Tanizaki schreef in 1933 in 'Lof der schaduwen' over wat toen al aan het verdwijnen was: de kunst om schoonheid te scheppen uit schaduwen.

 Wat is dan een huis? Een instrument om licht te filteren. Terwijl Westerse huizen erop gebouwd zijn zoveel mogelijk daglicht binnen te laten wordt het hier nogeens gefilterd door papieren deuren.

 Het hart van het huis ligt voor Tanizaki daar waar de schaduwen het diepst zijn - in de erker waar nooit zonlicht komt. 'Voor ons,' zegt hij, 'overtreffen deze bleke gloed en deze zwakke schaduwen elk ornament.' Hij bezingt de zachte stem, de pauzes, het matte oppervlak. En hij beklaagt zich over het oprukken van de Westerse stijl en elektrische lampen: 'Het felle licht onttovert een gebouw, en vooral de mooiste plek daarin, de erker. (...) waar de tijd zo onberekenbaar verstrijkt dat je vreest er als een oude man vandaan te komen.' 

Vergogna

 Keeper Buffon hield z'n tranen lang binnen, maar ze stonden tenslotte in z'n ogen. 'Vergogna,' zei hij. Schande, schaamte. Italië zal in 2018 voor het eerst sinds 1958 niet meedoen aan het Wereldkampioenschap voetbal. 

 Na vele Italiaanse zomers tijdens toernooien weet ik het. Italië is bovenal een voetbalelftal in blauwe hemden, de 'Azzurri' en nog zowat eromheen. Het begon aan de grens waar de douane je doorwoof, want ze stonden rond een radiotoestel met het verslag. Later hele dorpen bij een tv-toestel dat regelmatig uitviel door stroomstoringen. En dan in het donker wach­ten. En waar je kwam moeten zeggen Olanda. 'Ah, Cruyff, Gullit.' Onder een gesigneerde foto van de eigenaar met Ruud Gullit.

 Ach, de lange zondagen rond bij het tv-toestel in het achterzaaltje met volle asbakken met Nazionali-peuken. En de stukgelezen Gazzetta's dello Sport en Tuttosport. En dan op maandag de wedstrijdverslagen met tekeningen van spelsituaties, met kadertjes uitleg. En het nabespreken van 'La partita, la partita'.

 Herlees 'Ik heb altijd gelijk' van Hermans, waarin een voetbalpartij opkomt. Berlusconi, eigenaar van een club, werd leider van de partij die 'Hup Italië' heette en premier.

 Hoe zou je in Italië oud moeten worden zonder voetbal? Je vrouw stuurt je het huis uit, hier in het zaaltje ben je thuis.

Broederenkerk

 Steden worden gemaakt door namen. Het Zutphen waar ik mijn eerste zes jaren doorbracht kende de duistere Walburgkerk, het ontoegankelijke stadspaleis 's Gravenhof, de al lang in een makelaarsk­antoor veranderde uitspanning De laatste stuiver en vooral de Broederenkerk, welks naam ik mijn moeder nog hoor uitspreken als ik in het kinderzitje achterop zat, naar de stad.

 Van het deel van de oude stad bij het station was weinig over sinds het Engelse bombardement van 14 oktober 1944, al lagen de bruggen kapot in de IJssel.

 De kapotte Broederenkerk was het eerste wat je zag voorbij de puinvlakten. 'Kijk daar heb je de Broederenkerk al.'

 Zondag was ik voor het eerst van mijn leven in deze kerk, nu bibliotheek, om een stukje voor te lezen uit de door Hans Heesen, die in de Laarstraat woont, samengestelde website, zeg gerust Encyclopaedie van schrijvend Zutphen door de eeuwen heen, van Staring tot J.C.Bloem. Ik ben er een voetnoot in, net als Wim Brands.

 Vlak voor ik met anderen in aanwezigheid van de burgemeester een stukje zou voorlezen trof het noodlot me, en lag ik in het voorportaal van de Broederenkerk, en even later in het Gelre Ziekenhuis, waar men zich ontfermde over de man uit het Westen des Lands. 

Sappelgedichten uit China

 Literair tijdschrift Terras richt de blik op schrijvend China. In de tijd van de grootste volksverhuizing in de geschiedenis van de men­sheid, schrijft Ma­ghiel van Crevel. In de afgelopen dertig jaar zijn driehonderd miljoen mensen van het platteland naar de steden getrokken om te gaan werken in de razendsnel groeie­nde mega-steden.

 Waar leven ze van? Het heet 'dagong' ofwel sappelen. Je kunt ook zeggen moderne vormen van slavernij. En zo verschijnen er 'sappelverzen', op internet. Neem dit van Yu Xiang, vertaald door Jan de Meyer, getiteld '2002, ik heb':

'ik heb een deur, en daarop staat geschreven:/ opgelet! misschien verdwaal je/ Ik heb een paar vellen papier, van het soort zonder ruitjes/ gevuld met mijn onbedeesde zinnen/ maar waar zijn de leuke momenten die ik heb gehad naartoe/ ik heb een versch­rompelde geldbeugel en een heel klein beetje talent/ als ik een gehoorzaam meisje ben/ word ik wellicht een goede dochter, een goede burger, en goede minnares/ dan verlies ik mijn vrijheid en schrijf ik geen gedichten/

 maar ik ben een vies mens, met een paar vuile voeten en een goedkope sjaal/ daardoor wordt mijn man een echte man/ en dat maakt hem gelukkig, dapper, plotseling verliefd op het leven/ ik heb een echte man/ ik heb armen om mee te omarmen/ ik heb een rechterhand, om mee vast te houden weg te gooien vreemden aan te raken/ ik heb een linkerhand, om mee te strelen en om mee te beminnen/ maar waar zijn al die pijnlijke kwesties naartoe/ die complicaties, overbodige sleutelbossen en formules/

 ik heb sigaretten die mijn longen zwart kleuren en mijn vingers geel/ ik heb zelfkennis, ik heb fanatisme en ik heb ook wonden (...)'    

Breitners stegen

 In zijn Amsterdamse jaren waren er nog veel meer stegen of 'gangen', met namen als Keizerrijk - waar Bordewijk als jon­getje met een dienstmaagd bij haar familie kwam. Nu zijn de meeste met hekken vergrendeld of verdwenen.

 Willem van Zoetendaal maakte het boekje 'Spleten in de stad' met foto's en tekeningen van George Hendrik Breitner (1857-1923). Een duistere steeg wordt zo een koker met aan het eind soms in de verte een meid die voorbijkomt of schoonmaakt. De momenten waarop Breitner wachtte.

 De grafiek ervan beschrijft Van Zoetendaal zo: 'Als je op een "staand" vel papier een smalle straat in perspectief tekent, ontstaan vier ­driehoeken: links en rechts met huizen, kleiner wordend naar de einder aan de onderkant van de straat en bovenaan het papier een ruimte in de vorm van een rafelige V. Wanneer je er nog eentje tekent en nog een wordt die V (de hemel, de lucht) door geaccentueerde goten en daken een steeds andere restruimte (...).'

 Breitner tekende honderden schetsboekjes vol op zijn stadswandelingen. Hij hield van doorkijkjes.

 Hij maakte 3000 foto's, op de afdrukken waarvan vaak de punaise-afdrukken te zien zijn. Zo ontdekte hij, zegt Van Zoetendaal, hoe spannend het is als iemand zijn hoofd uit een raam steekt. 

Tags: