Moederbrieven

 Mijn moeder schreef in de oorlog, toen ze in Steenwijk woonde, waar ik op 7 november 1943 geboren zou worden, elke dag een brief aan haar moeder, mijn grootmoeder, die uit Den Haag verdreven was naar Leersum.

 Gewone brieven in ongewone omstandigheden. Ze is zwanger en heeft last van misselijkheid en moeite met eten, maar wil dat niet laten merken, zoals in die tijd gewoon was. Er moest wel heel wat gebeuren wilde je de mensen laten merken dat het niet goed met je ging.

 Zo 'stierf ze duizend doden' toen ze misselijk uit een gereformeerde kerkdienst moest vluchten, vooral ook omdat ze in deze oorlogstijd schoenen met houten zolen droeg die oorverdovend klonken tijdens de preek.

 Mijn ouders zijn in de kost bij de bakker in de Woldstraat en eten wat de pot schaft. Haar zwangerschap moet in Steenwijk verborgen blijven, ze heeft 'maaggriep'.

 Nu is het 18 maart 1943 en ze schrijft haar moeder: 'Ik moet steeds denken aan de meisjes of vrouwen die een baby verwachten in vernederende omstandigheden of als de man er niets om geeft'. En: 'Adri (mijn vader) is steeds ontzet over m'n witte gezicht. Dat zijn ze niet gewend van mij. Je voelt je ook zo weggetrokken, vind ik. Als ik verzeker dat het heus beter gaat stuift hij op: 'Eet niets de hele dag, ziet eruit als een vaatdoek en dan 'je lekker voelen!'

 Op 22 maart gaat het iets beter. Ze eet sla en een hele citroen vindt ze verrukkelijk. Maar 'Ik kan geen pap zien en brood ook haast niet, koffie en thee smaken me niet meer en koekjes laat ik ook voorbij gaan.'  

 En in de kantlijn: 'Adri zegt dat hij vreest voor de toekomst, want dat ik nu al de hele dag enkel aan het babytje denk en niet aan hem!'

Sneeuw

 Gisteren zag ik een film van Kaurismäki bij wie sneeuw tot de vaste attribu­ten behoort. En ik dacht aan mijn Finse vriendin Tuula die de wereld omzwierf en nu weer is geland in Fin­land. Finse jon­gens reizen niet, die blijven thuis en drinken.

 Tuula vertelde hoe dat bij haar thuis op het verre platteland ging en liet een foto van haar oude vader zien met een kleine trek­harmonica, in de sneeuw. Voor drank moest je twee uur rijden naar een dorpswinkel. Met als gevolg dat als je terugkwam op de boerderij de gekochte drank alweer op was.

 Het mooiste sneeuwgedicht dat ik ken is van Achterberg en staat in Afvaart (1931):

 Een schuine muur van sneeuwen

komt leunen aan mijn schouder,

geduwd door broeder winter

en zuster stilte, ‑ zou er

nog tijding wezen, ginter

achter het witte scherm, dan vlokken,

sneeuwvlokken, klokken koele kilte

over de wereld en een hart,

elkaar gelijk in den winternacht.

Kaurismäki in Eye

 The essential Kaurismäki, in tien films, vertoont Eye deze kerst. Ik zag vanmiddag de klassieker Calamari Union (1985), gemaakt in de punktijd en doordrenkt van het 'no future, no fun'. Het tegendeel van de fijne avonden en prettige weekenden waarmee je tegenwoordig om de oren wordt geslagen.

 Geen psychodrama, zoals in heel Kaurismäki's werk. Zijn karakters handelen intuïtief en impulsief. Schieten iemand neer omdat z'n gezicht hun niet aanstaat. Zoals het meisje dat een vermoeiende versierpoging beëindigt met een pistoolschot.

 Dat gedrag is absurd genoemd, maar het lucht ontzettend op.

 Het verhaal van Calamari Union is ook idioot. Zeventien jongens van een rockband - die nota bene allemaal 'Frank' heten en waarvan er ook al een paar dood zijn - gaan op weg naar het beloofde land, de luxe wijk Eira. Maar ze komen er nooit aan omdat de wijk nog gebouwd moet worden.

 Wat nu? Een bank beroven? Dat kan. Die impulsiviteit kwam terug in de film waarmee Kaurismäki doorbrak, 'Het meisje van de luciferfabriek' (1990), waarin de onbeweeglijke actrice Kati Outinen de Aki-wereld voorzag van drama.

 De muziek is me bij Aki altijd vertrouwd, van blues, als Elmore James' Sunnyland - de trein naar de zon, maar niet voor jou - tot Chuck Berry en Ben E. King. 

 Ik dacht bij Calamari Union terug aan het moederszoontje dat opeens moed vat, het ouderlijk huis ontvlucht om veertien dagen met z'n vriend de bloemetjes buiten te gaan zetten in Leningrad. Hij sluit zijn bedilzieke moeder op in de kleerkast en steekt de sleutel in z'n zak. Na veertien dagen keren de twee terug en draait hij de kleerkast weer open. De moeder stapt eruit en gaat theeschenken. Einde film.

Mark Smeets schrijft

 In het nieuwe nummer van Piet Schreuders' tijdschrift Furore ontraadselt ornitholoog Lodewijk Wiener de collage op het omslag van Hermans' 'Mandarijnen op zwavelzuur'. Hij had eens een keer ongelijk! 't is een arend, geen meeuw.

 Maar er is meer, zoals een teruggevonden brief van tekenaar Mark Smeets (1942-1999) uit Baarloo, bij Roermond waar hij bij zijn moeder verbleef, aan zijn vriend Evert Geradts in Toulouse. Daarin is sprake van de aardbeving die Roermond trof op 13 april 1992 om 03.20 's nachts met een sterkte van 5.8 op de Schaal van Richter.

 Met als gevolg landv­erschuivingen, oeververzakkingen en zandfonteinen. Hij schrijft: '...vraiment, ein richtiges Erdbeben cher ami (beste vriend) dat mijn slaapkamertje hier midden in de nacht om half vier salvadordaliaans of edvardmunchiaans golfde met staccato geklang-begeleiding uit de verwarmingsradiator. Als er verder niets is, nog niks omgevallen is het wel iets om medegemaakt te hebben. En snappen doe ik het ook niet echt, dat niet het halve huis in elkaar valt van zoiets. Maar snappen is er toch sowieso al heel weinig bij de laatste tijd...' (...)

 Smeets schrijft zoals hij tekent, hinkstapspringend, alsof zijn hersenen altijd meer aandragen dan het papier kwijt kan. Aan Geradts in Frankrijk schrijft hij: '.. mooi he Nederlands. Hoe doe jij dat, met zo'n volledige ontstentenis van het Nederlands praten? Ik zal je bewonderen maar niet benijden. Ik moge dan wel graag mijn dagelijkse spraak larderen met feinscmeckende Leckebissen uit de drie meest voor de hand liggende ons omringende talen, maar omgekeerd, neenee, dat is weer een beetje te veel embarras voor de H.H.Hersenen!'  

 Bij brieven voegde hij vaak tekeningen.

Tags: 

Dorpen en gezichten

 Agnes VArda Is 89 en ze filmt - haar leeftijd vergeet je - Frankrijk, haar Frankrijk in Visages, villages: gezichten, dorpen. Wat in Frankrijk? Plekken waar mensen zijn vergroeid met hun omgeving. Een mijnstreek, een haven, een fabri­ek, een boerderij.

 In de omgev­ing die ze zich eigen hebben gemaakt worden ze door haar assistent gefotogr­afeerd, waarna vergrotingen ervan in het landschap opduiken. Een omarming.

 Varda's compagnon JR draagt een zon­nebril waar ze hem steeds over lastig valt 'net als Jean Luc Godard'. En inderdaad als ze op afspraak bij het huis van Godard aankomen geeft die niet thuis. De assistent - weet ik wel zeker - kreeg opdracht een zonnebril te dragen omdat het gezicht van Agnes Varda met haar uitgegroeide rode haar een doorgaande lijn in de film is. Een tweede gezicht zou afleiden.

 Het Frankrijk van Varda bevat geen steden, we doorkruisen het platteland, van Noord naar Zuid, met een bestelbusje waar een reuzen-fototoestel op staat.

 De foto's zijn - zo anders dan je gewend bent in deze klaagtijd - een eerbewijs aan het land en z'n bewoners. Denk niet dat je mooie plekjes ziet. Boeren, dokwerkers, een zwerver, een mijnwerkersvrouw zijn de personages die Varda aan ons voorstelt.

 En als schitterend signatuur rijden dan haar op kolossale grootte door de assistent uitvergrote tenen, afgebeeld op de tankwagons van een langzaam voorbijrijdende trein voorbij.  

De blik van Jeroen Stumpel

 Je keek,' zei de Marokkaans uitziende jongen dreigend tegen me. Het was in de tram. In zijn ogen was mijn 'kijken' agressie. 'Pas op jij.'

 In het net verschenen boek 'Een kleine geschiedenis van de kunst' wijdt kunsthistoricus Jeroen Stumpel – vaste kracht bij het tijdschrift Kunstschrift – een hoofdstuk aan wat hij noemt ‘De fabricage van de blik’. Hoe kijken wij, en hoe beelden schilders dat af.

 Het zijn de ogen die het hem doen. Jeroen vertelt van ‘het ontzag voor de geheimzinnige macht van geschilderde ogen’ die spreekt uit de ‘oogceremonie’ bij boeddhisten in Sri Lanka. Wanneer de ogen van het beeld worden aangebracht moeten niet-betrokkenen de ruimte verlaten. De schilder kijkt het beeld ook niet recht in het gezicht maar van opzij en wordt na zijn werk geblinddoekt de tempel uit geleid. Het eerste voorwerp waar zijn ogen dan op vallen wordt vernietigd.

 ‘t Is waar, we zien overal ogen. Ze dreigen, maar lokken ook aan, zoals koplampen. Of reclames voor Omo.

 Mooi is Stumpels introd­uctie van de Maestá, de vorstelijke blik recht van voren, die de onderdaan in het gezicht kijkt, waar hij ook is in de ruimte, terwijl men om hem heen de ogen afwendt of neerslaat. Je kunt zo'n blik niet ontlopen.

 En dan komt in dit hoofdstuk de 'blik omhoog' op religieuze schilderijen, die verdween, maar nu weer terug is - voeg ik toe - op het voetbalveld, waar een doelpunt standaard gevolgd wordt door een blik naar het opperwezen, ver boven het stadion.

 Een boek vol vergezichten.  

Donker

 De donkere dagen voor Kerstmis vangen aan. Het gevolg is dat ik elke dag in het duister wakker word met een doorzeurend lied van vroeger, dat de hele dag niet uit mijn kop te jagen is. Vanmorgen was dat 'De witte vlokken zweven dooreen in veld en gaard, 't is of ze 'n sneeuwkleed weven, een lijkwa voor deez' aard'.

 Vooral die lijkwa en dat deez' aard' hebben me altijd gehinderd. Het gedicht leerde ik van de ene van de twee leraren Neder­lands op het deftige gymnasium, Dr. B.C. Damsteegt, een groot spellings­her­vormer, die in commissies zat en een bewonderaar van Werumeus Buning was - 'En de boer hij ploegde voort' - en die in de oorlog toetrad tot de Kultuurkamer.

 De andere Neerlandicus was zijn tegendeel. De Zuiderling A.B.M. Brans was dirigent van het schoolorkest en fan van Godfried Bomans. Inplaats van les te geven las hij de klas grote stukken voor uit Bomans' feuilleton Pa Pinkel­man en tante Pollewop. Zijn lievelingsverhaal was dat waarin het voetbal belachelijk werd gemaakt en de trainer voortdurend de zelfde spelers wisselde: 'Waarin hij aanleiding zag Siemkes wederom met Piemkes te verwisselen.'

 Van Lucebert of Remco Campert is door geen van beiden ooit met een woord gerept. Het was 1960. 

Tags: 

Leven? Of theater?

 In de titel zit het. Charlotte Salomon ‑ nu in het Joods Historisch ‑ stelde zich tegen het leven teweer met een eigen tragikomis­che versie van haar lot.

 Een familie met veel zelfmoorden ‑ oa. haar moeder ‑ een grootvader die haar misbruikte en een verhouding met de zangpedagoog Daberlohn die tegelijk de minnaar van haar stiefmoeder is. Hoe red je je hieruit? Charlotte Salomon sloeg aan het maken van gouaches, in Zuid‑Frankrijk waarheen ze gevlucht was voor de Nazi's. Zo ontstond haar getekende en geschreven levensgeschiedenis. Met de muziek die ze al werkend neuriede en die je erbij moet denken.

 De toon in de meer dan 1000 pagina's tekeningen en tekst blijft merkwaardig licht. Maar de feiten liegen er niet om. Het wonderlijke van 'Leven? Of theater?' is dat het gisteren getekend had kunnen zijn. Afgezien dan van de ‑ schaarse ‑  verwijzingen naar het Derde Rijk.

 De teken- of schilderstijl van de gouaches heeft veel van Matisse, maar doet daarbij in de combinatie met tekst soms denken aan nazaten als Jules Feiffer of Claire Bretécher. De dialoogteksten blijven droog.

 Charlotte heeft een klavertje vier geplukt voor Daberlohn en zegt: 'Dit heb ik voor hem geplukt. Men zegt dat het geluk brengt.' Dan mag hij een tekening uitkiezen. Hij kiest er twee, maar krijgt alleen 'De wei met de gele boterbloemen.' Hij wil ook de andere. Charlotte zegt: 'Nee, ik geef u alleen deze.'

 Daberlohn: 'Ik zou ook graag 'De dood en het meisje' willen hebben. Dat zijn wij met z'n tweeën.'

Charlotte Salomon

 Hoe vertel je je levensverhaal in tekst en tekeningen op - onhoorbare - muziek? In haar 'Leven? of Theater' doet Charlotte Salomon (1917-1943, Auschwitz) het, zo zwaar als het was, luchtig, langs de neus weg.

 In het Joods Historisch hangt het uitgestald, in boekvorm is het te krijgen. Verbazingwekkend zijn haar manieren om tekst en beeld tot een geheel te smeden, zoals in Middeleeuwse prenten met tekstlinten al gebeurt en daarna bleef gebeuren tot in de strips met balloons van nu.

 Salomon kan tekenen, ze kan ook schrijven. En dat op een heel filmische manier. Waarbij haar bizarre levensgeschiedenis - zelfmoorden in de familie - het scenario wordt van een verhaal waar alles in zit, van een gecompliceerde liefdesgeschiedenis tot slapstick, geschiedschrijving en literatuur. Leven wordt bij haar theater.

 'Leven of Theater?'. bestaande uit het Programmaboekje, het Voorspel, het Hoofddeel en de Epiloog krijgt de vorm van een complete voorstelling. 

 'Verstripte literatuur' zinkt erbij in het niet. Vorm en inhoud zijn een. 'Aus einem Guss' ontstaan. 

Op zoek

 De ouderwetse koffer die niet kan rollen bestaat nauwelijks meer maar in de Argentijnse film La novia del desierto (De bruid van de woestijn) speelt hij een hoofdrol. Eigenlijk is het een groot model reistas waarmee Teresa, die haar leven lang huishoudster was bij een familie vanuit Buenos Aires dwars door de woestijn op weg gaat naar een nieuwe baan.

 Die koffer, met al haar spullen, dat is ze zelf. Dat merk je als ze hem onderweg door het woestijngebied waar de hele film zich afspeelt, kwijtraakt.

 Op zoek naar haar koffer komt ze in onbekende werelden en ontmoet de marktkoopman in wiens camper ze hem liet staan. En die een oogje op haar heeft.

 De charme van de film zit in zijn traagheid, de vergeetachtigheid van de plattelandsbewoners. De levens waarin men meent zich iets te herinneren.

 Ergens halverwege geven de debuterende regisseurs Cecilia Aten en Valeria Pivato heel terloops weg hoe de vork in de steel zit door de grijze reistas van Teresa te laten zien op een bovenplank in de camper.

 Maar waar de film werkelijk om draait is het gezicht van Pauline Garcia dat laat zien hoe ze overvallen wordt door het nieuwe, onbekende, na een leven van dienst­baarheid. Zoals haar opeens kokette blik in de zijspiegel van de camper als ze een leven als vrouw van de marktkoopman overweegt.

 Maar nee, het loopt anders met de vrouw en haar koffer.