Colette's oorlog

 In 'De eerste keer dat ik mijn hoed verloor' staat een stukje over de oorlogsjaren 1939-1940 van de oude Colette (1873-1954). Er was verduistering, blauw licht: Net als tijdens de eerste grote oorlog van 1915-1918.

 'Op de tast wandelen door Parijs, dat is toevertrouwd aan de blauwtinten van de nacht...', (...)

 "Weet u nog die avond in de oorlog, op de place Vendôme...?" Ja ik herinner me Marcel Proust, die onder een blauwe straatlantaarn naar adem snakte vanwege zijn astma, en zijn zachtpaarse, ingevallen gezicht vol schaduwen, overwoekerd door een gulzige baard, naar de hemel ophief. Aan zijn gelaatstrekken, aan zijn open mond die de paarsblauw bespikkelde duisternis indronk, konden we zien dat hij niet lang meer zou leven. Hij had nog wel de kracht om de nacht met zijn helblauwe oorlogskleuren te bewonderen. Op dat moment kwam er een luchtaanval en moest ik samen met Proust dekking zoeken in het Ritz hotel. Toen het gevaar geweken was, wilde hij, buiten adem maar bezield door een mondaine goedgunstigheid een rijtuig voor me laten komen, alsof er om twee uur 's nachts rijtuigen te vinden waren... Ik nam afscheid van hem en ging op weg naar Auteuil. Toen ik voorbij de place de la Concorde was, loste Parijs op in de massieve nacht. Ik trok mijn kousen en schoenen uit en liep verder, gerustgesteld nu ik onder mijn blote voeten de weg kon voelen.'

 Lopen in het donker, legt Colette uit, moet je leren.  

Marlina the Murderer

 De muziek bij de Indonesische film Marlina is een effectvolle elektrische sologitaar. Anders niks. Waardoor je enerzijds aan Ry Cooder in Paris Texas denkt, maar ook aan Ennio Morricone. Een mooi ironiserende stijlfiguur van de vrouwelijke regisseur Mouly Suraya, waardoor de film zich verheft boven folklore en het lokale gangsterdom op het eiland Soemba.

 Wanneer Marlina en haar zwangere vriendin Novi zich keren tegen de lokale gangsters gaat dat met de klewang, de lokale machete, en rollen er letterlijk koppen. In ene klap van Marlina is de verkrachter een kopje kleiner

 Eerst wil deze ernstige weduwe - die de mummie van haar echtgenoot netjes bewaart, dat is daar gebruik - de kop van haar verkrachter netje naar de politie brengen, maar de agenten hebben het te druk met pingpongen. Zo worden ernst en slapstick vervlochten.

 De vrouwen krijgen opdracht eten te maken maar vier van hen worden vergiftigd door Marlina's beroemde kippensoep. 

 En dit alles op een weinig bewoond, met geel gras begroeid eiland, waar de elegante Marlina erg mooi uitkomt op haar merrie, met het afgehakte verkrachtershoofd losjes bungelend bij zich in een doek.

De letter U

 Allergieën zijn er in soorten. Zo ken ik een vrouw die alles liever doet dan door de Vijzelstraat fietsen. Op de site van Tijdschrift Terras is een nog krasser voorbeeld te vinden, van de schrijver Iginio Ugo Tarchetti (1839-1869)..

 In zijn verhaal 'De letter U (manuscript van en gek)' vertelt de hoofdpersoon hoe die letter hem tot waanzin dreef. Alles om een letter? Ja. Emilia Menkveld vertaalde zijn relaas.

 Eerst zijn hekel aan de vorm met 'de twee gehate punten en de verfoeide bocht'. De klank komt dan nog. In het Italiaans horen we een 'oe'. Op school schrapt hij alle u's in boeken en wordt weggestuurd. En natuurlijk ontmoet hij louter meisjes met een u in hun naam.

 Hij somt voor de lezer de klinkers nog eens op: a e i o u.

 A - de uitdrukking van eerlijkheid, van eenvoud, van een kleine, maar fijne verrassing. E - Vriendelijkheid, tederheid, volledig in een klank vervat. I - Wat een vreugde! Wat een diepe, intense vreugde! O - Wat een verwondering. En wat een welkome verrassing! Wat een rauwe, mannelijke eenvoud heeft die letter!

 Luister nu naar de U. Spreek hem uit Haal hem uit uw diepste binnenste maar articuleer hem goed: U! Uh! Uhh!!! Uhhh!!!! Huivert u niet? Beeft u niet bij die klank? Hoort u niet het gebrul van een wild dier, een gekerm van pijn, alle stemmen uit de bewogen, gekwelde natuur? Voelt u niet dat in die klank iets dieps, iets duisters, iets duivels zit?'

 En dan volgt zijn levensverhaal. Zijn naam bevatte een U. En hij trouwt tenslotte toch met zijn grote liefde, die helaas Ulrica heet.

 Hij wil dat ze haar naam verandert, ze zwijgt. Hij gaat haar te lijf. En eindigt in het gekkenhuis.     

De kunst van het staan

 'Ga eens even staan'. Het is de moeilijkste opdracht die je een jongen of een meisje kunt geven. Bedoeld wordt een houding die zelfvertrouwen, maar ook een zekere ongedwongenheid uitdrukt.

 ‘Op je gemak,’ noem het zo. Op drachtgever is in deze tijd een fotograaf. Die zich zelden realiseert dat zijn opdracht nu juist inhoudt wat de 'spont­aniteitsparadox' heet. Zegt een dokter 'en nu ontspa­nnen', dan jaagt hij of zij daarmee juist de spanning op.

 Dit probleem is een van de onderwerpen van het buitengewoon spannende nieuwe nummer van Kunstschrift, getiteld 'Ten voeten uit'. Over het maken van portretten of beelden in de volle lengte, door de eeuwen heen.

 De enige plaats waar het 'gaan staan' nog onderwezen wordt is de balletstudio. Weinig mannen daar. Vandaar dat mannen op foto's er doorgaans bijstaan als hobbezakken. Afschrikwekkend voorbeeld: Willem-Alexander door Koos Breukel, met armen slap hangend langs het lijf en benen als kachelpijpen naast elkaar

 Hoe anders dit is geweest zie je aan de in dit nummer afgebeelde mannen. Niet de minsten. Waarbij je kunt lezen wat in eeuwen besproken en geschreven is over zulke cruciale vraagstukken als 'waar laat ik handen en voeten'. Ga eens staan Alex!. Nee, niet zo.

 Waar het om gaat is het juiste mengsel van grandeur en schijnbare nonchalance. Zo gegroeid sinds de Oudheid. Hoe staat een god, een keizer? Elftalfoto's bij voetbal hebben we nog, daar zie de natuurtalenten als Cristiano Ronaldo. Die kan staan als een vorst. De doelpunten komen daarna pas. 

De makreel van Jean Brusselmans

 Hoe verschillend zijn de Nederlandse en Belgische schilderwerelden van de jaren '30, 40 en '50. Je kijkt je ogen uit op wat Jean Brusselmans deed met de zee, landschappen, interieu­rs als je Cobra, Willink en Mondriaan ernaast legt.

 En dat op een afstand van nog geen honderd kilometer. Gerard Reve zou zeggen, maar die mensen waren ook niet katholiek.

 En ik denk aan de zo katholieke plaatjeswereld. Waarin de heiligen uit de kerk toch familie zijn van Kuifje en Lambiek.

 Zo goed als de kermis, het strandvermaak en carnaval bij Tytgat en Ensor afstammen van Breugel.

 Heel de generatie kende de prenten van de Images d ‘Epinal, voorlopers van de strip. Zijn grootouders van moederskant dreven aan de Vlaamse Steenweg een cabaret, er zaten anarchisten in de familie, musici ook, De jonge Jean trad op met het kinderkoor in de Muntschouwburg. Hij verdiende bij als lithograaf. Zijn vrouw en model Marie deed borduurwerk.

 Als bewoner van de voorstad Dilbeek was hij bevriend met Rik, Edgard en Nel, bij wie hij ging eten, wel met een gerookte makreel op zak. Die makreel komt in schilderijen terug.

Tags: 

Jean Brusselmans in Den Haag

 Opeens, tot m'n verbazing een tentoonstelling van de Belgische schilder Jean Brusselmans (1884-1953) in het Haags Gemeentemuseum. Begint hier een doorbraak? Rik Wouters is in Nederland al bekend, maar wie van de vooroorlogse Belgen nog meer? Goed, Magritte. En kortgeleden Delvaux. Maar Gustave Desmet? Leon Spilliaert? Van den Woestijne? Het blijft al zo lang stil.

 Er is hier ook zo weinig kennis van de Belgische beeldcultuur. In de catalogus bij Brusselmans probeert Rudi Fuchs hem nota bene te vergelijken met Mondriaan. Juist nu we met eigen ogen kunnen zien hoezeer zijn werk verwant is met de grapjes van Roger Raveel, de humor van Ensor en Tytgat. 

 Stileren, daar draait het om. Mevrouw Brusselmans moet steeds dezelfde geblokte zwartwitte jurk aan, zoals Nel bij Rik Wouters haar strepenjurk. Het Vlaanderland van Brusselmans, de Oostendse zee, de onregelmatige rijtjeshuisjes, het golvende land, bij Brusselmans worden het zetstukken in zijn theatervoorstellingen.

 Heel bijzonder zijn daarin de wolkenpartijen. Brusselmans' wolken zijn tastbaar. Je kunt ze beetpakken en verderop aan de hemel zetten.

 Vlug gaan kijken ook naar zijn forse penseelstreken. Morgen meer.

Vliegjes (vervolg)

 Hoe het verder ging met de bestrijding van de rouwvliegjespl­aag. Eerst kwamen de behulpzamen. De naamgeving bleek vermoedelijk afkomstig van het verhaal dat deze vliegjes veelal worden aangetroffen in de huizen van overledenen.

 Dit verhaal heeft een geur van waarschijnlijkheid. Oude mensen hebben vaak veel kamerplanten.

 Toen kwam de tip van het wijn schenken voor de insecten. Ik probeerde het. Heb een plat bord volgeschonken met een bodem witte wijn. Ze kwamen er meteen op af. Werden eerst hyperactief. Zaten ook niet meer op mijn handen en gezicht. Het leek of ze mekaar achterna zaten. Renden heen en weer over de rand van het bord. Maar ze doken niet in de wijn, op een enkeling na. Sommige verzopen. De meeste vlogen weg.

 Werden ze dronken? Het lijkt erop.

 Ik dacht aan het werkbezoek dat een bedrijf waar ik in de vakantie werkte bracht aan een Schiedamse jeneverstokerij. Men kreeg er gratis te drinken. Dat ging goed tot een weinig geliefde chef in een vlaag van joligheid over het hekwerkje van het grote jeneverbassin werd geduwd. Het had een mooi einde kunnen zijn, maar hij werd gered.

 Er zijn na twee dagen beduidend minder vliegjes in mijn werkkamer. Nu ik dit tik wel weer op het schermpje. En het bord wijn blijft verdacht leeg.

 Ze hebben me door.

Libanon

 We zijn in Beiroet. Het begint met een burenruzie die de Rijdende Rechter mak­kelijk zou oplossen. Een Christelijke flatbewoner geeft plan­ten water en morst water over de balkon­rand op een lid van een ploeg van de buurtverbetering.

 Er mankeert een afvoerpijpje. Dan legt de Palestijnse ploeg onder leiding van Yasser een afvoergoot aan van een balkon, maar de Christen Toni, een type met een kort lontje slaat die nieuwe pvc-pijp aan barrels. Waarom?

 Het is zijn balkon en hij maakt wel uit etc.. Wat volgt is een klassiek voorbeeld van escalatie. Het wordt een rechtszaak, waarbij je God dankt voor een onafhankelijke rechterlijke macht en denkt aan Polen en Turkije. De nasleep van de oorlog. Daarover gaat de film The Insult.

 Houden oorlogen ooit op? Of blijven de good guys altijd de good guys en in de bad guys altijd de bad guys?

 Geleidelijk blijkt pas wat de vulkanische bodem is waarop deze burenruzie oplaait. Garagehouder Toni komt uit het eens zo idyllische, Chris­telijk bananen­dorp Damour waar in 1976 een Pales­tijnse strijdgroep een bloedbad aanrichtte. Het was de tijd dat Ariel Sharon de Palestijnse vluchtelingen 'kampen' Sabra en Shatila ver­woestte.

 Dat is nooit meer goed gekomen. De Pale­stijnen blijven altijd de dupe, de Christenen de patsers. Hoe Toni en Yasser zich verzoenen? Prachtig is hoe Toni Yassers auto helpt starten. 

Hoerenzoon

 Confabulations ofwel geklets, de aantekeningen van John Berger (1926-2017), kort voor zijn dood bijeengebracht, gaat over schrijven en taal. Schrijven, waarom? En hoe gaat dat dan? Berger begint met de drang dat iets verteld moet worden. Als hij het niet doet, doet misschien niemand het. Hij is niet een echte schrijver, zegt hij, maar iemand die gaten stopt. Een 'stop-gap-man'.

 Hoe gaat dat schrijven?

 'Als ik een paar regels geschreven heb, laat ik de woorden weer terugglijden in hun taal. En daar worden ze meteen herkend en begroet door een menigte andere woorden, die een verwante betekenis hebben, of een tegenstelling of een metafoor of alliteratie of ritme. Ik luister naar hun geklets. Samen strijden ze om hoe ik de woorden die ik koos gebruik. Ze zetten vraagtekens bij de rollen die ik ze toegekend heb.

 Dus ik fatsoeneer de regels, verander een paar woorden en leg ze opnieuw voor. Volgt nieuw geklets. En dat gaat zo door tot er een gemompel van voorlopige instemming is. Dan verder met de volgende alinea.

 Nieuw geklets zet in.

 Anderen kunnen me neerzeten als een schrijver, als ze daar zin in hebben. Voor mezelf ben ik een hoerenzoon. - en je raadt al wie de hoer is, nietwaar?'  

De zee van Kira Wuck

 'De zee heeft honger’ heet Kira Wucks tweede dichtbundel. Tussen iets en niets beweegt bij haar veel, zoniet alles:

 'Het uitzicht veranderde nauwelijks en

lag er loodzwaar bij

toen de eerste schepen aanmeerden

zagen de eilandbewoners dat niet

omdat ze nog nooit eerder een schip gezien hadden

wel de vele rimpels in het water

iets bewoog zich naar ze toe'

 

Iets en niets. 'Is geluk verdwijnen of juist gevonden worden'.

Tweede strofe van 'Beloftes over eten en gegeten worden':

 'Aan de gedekte tafel zien we dat de vorige bewoners

halsoverkop vertrokken moeten zijn

we pakken de levens op die door anderen zijn achtergelaten

trekken oude bloemetjesjurken en overhemden aan

lezen brieven en geven elkaar een nieuwe naam

en voelen ons licht

lichter dan anderen'

Tags: