Jan op Cuba

 In het Amsterdamse World Cinema is Cuba zeer aanwezig. Vanavond zag ik 'Het merkwaardige verhaal van Jan zonder iets'. Deel uitmakend van Go Cuba!, het filmproject aldaar met Nederlandse steun. Er kan weer iets. En zie! Een film over de droevige economische erfenis van Castro. Het beeld vult zich met alle artikelen in de supermarkt waar Jan geen geld voor heeft.

 Hoe door het leven te gaan, steeds ritselend, hosselend, oplichtend? Familie in de VS moet je hebben die geld stuurt.

 Gescheiden geldstelsels zijn er zoals vroeger in het Oostblok. Aparte winkels. Je kunt je pesos omwisselen in 'CUC'. Er zijn twee munteenheden, en daarnaast ook dollars. Verbazend hoe Ricardo Figueredo Oliva daar film van maakt. Paspoorten zijn onbetaalbaar. Het zou Jan vijfhonderd keer zijn eigen salaris kosten om het land uit te kunnen.

 Armoe, en een eigen zaakje beginnen als kapster of bloemen verkopen wordt vrijwel onmogelijk gemaakt. Bij Jans minieme salaris komt een maandelijkse uitkering in voedselbonnen, waarbij zeer veel suiker, daar heeft Cuba meer dan genoeg van.

 Het initiatief om oude energie vretende ijskasten in te ruilen voor nieuwe Chinese faalde. Ze gingen steeds stuk. Net als de broodroosters. De film is een razendsnelle, kleurige stapel mislukkingen.

 Nooit was ik op Cuba. Nooit had ik een affiche van Che Gueva­ra aan de muur. Ook niet mee geweest met de roemruchte studentenreis in 1965, een jaar na Harry Mulisch. . 

 Vorig jaar zag ik 'Terug naar Ithaka' van de Fransman Laurent Cantet. Met verhalen over het verloren geloof in de Nieuwe Orde. Over liegen en je beste vrienden bedriegen om in leven te blijven. 

 Morgen is er meer World Cinema en Cuba in Rialto, Amsterdam. 

Tags: 

Pernath

 Hugo Claus zou naar Amsterdam komen. Ter gelegenheid van een herdenking van zijn vriend, de Vlaamse dichter Hugues C.Perna­th (1931-1975), Het moet 1985 geweest zijn. In Paradiso. Ik zou opnamen maken, er stond een radiowagen voor de deur.

 Guido Lauwaert had alle Vlaamse hulptroepen opgeroepen. Freddy de Vree en wie al niet. De stad hing vol affiches. Claus! dat zou volk trekken.

 Een warme avond. Maar de zaal bleef leeg, merkwaardig. Geen kip. We dachten dat het aan Ajax lag, dat die avond Europacup s­peelde.

 Ik besloot toch maar te beginnen. We nemen het op, zei ik tegen Claus, dan kunnen ze het later toch horen. Hij schudde het hoofd en begon met zijn gedicht 'Het graf van Pernath'

 En zo deden we ons best voor een lege zaal. Achteraf dronken we nog een glas in de Paradisokelder. Keken wat Ajax en gingen de straat op.

 Om daar te ontdekken dat heel die avond boven de ingang het verlichte bordje 'VOL' had gebrand.

 Een stukje Pernath, zoals daar voorgedragen. Uit het slot van zijn 'Inleiding tot mijn getijdenboek' (1964).

 'De kamers zijn nu leeg, eens bewaard/ De voorbije liefde voorbij./ Opnieuw dekken vreugde en honger/ De tafel en snijdt het nieuwe mes/ Onhandig/ En rechtvaardig.

 En weer blijft hun eenzaamheid, gedurende/ Het gehele tijdperk der smart/ Dat hij en zij nooit zijn te scheiden/ Dat slechts, alles of niets, het toeval/ Aan hun deuren is voorbijgegaan.

Terremoto

 Aardbeving, gisteren in de buurt van Norcia, zeker zo zwaar als die van 2009 in L’Aquila. Ik ken het ritueel. 'De mensen slapen op straat, er kunnen naschokken komen', zegt de televisie.

 Mijn eerste keer was in Pisa, op de stille zuidoever van de Arno. In de koffiebar kwamen heel de avond studenten aangerend, die toen nog geen telefoontjes hadden. Ze moesten in de rij wachten voor gettones, telefoonmunten om hun moeder te bellen.

 En zo hoorde ik telkens weer 'Mama, mama, come va?' En de dreigende onomatopee 'terremoto'. Mei 1976 moet het geweest zijn. De nieuwsprofessoren legden het met schoolborden op de RAI uit. Ik knipte het kaartje uit de Corriere waar de aardbevingsgevoelige gebieden in grijs of zwart op stonden.

 De regering beloofde snel herstel en bijstand. Maar iedereen weet dat dat er niet van komt. Het geld verdwijnt. Wat Berlusconi ook beloofde na de aardbeving in 2009 het puin ligt er nog.

 De Camorra, de Napolitaanse mafia zit er tussen. Terzijde, in Italië en overal ter wereld spelt men mafia met een enkele f, behalve in Nederland.

 Een onderzoek naar de besteding van het Europese hulpgeld was vernietigend. De aardbeving bleek een lucratieve bron van inkomsten voor de Camorra. L’Aquila, koel en hoog in Abruzzen, was zo'n mooie stad. Norcia ook, als je uit Perugia komt richting Ascoli.  En dan wat verderop, Amatrice..

Turkse angst

 Zoveel berichten over Turkije en geen idee hoe angst er daar uitziet. In World Cinema draait - donderdag opnieuw - 'Abluka' (Frenzy, 2015). Een vervallen achterbuurt van Istanbul in de winter. Beton en modder.

 De buurt moet worden gezuiverd. Van wat? Van wie? Allereerst van zwerfhonden. Van twee broers schiet de ene ze bij bosjes af, maar eentje houdt hij verborgen als huisdier en verzorgt z'n voorpoot. De andere broer mag na twintig jaar uit de gevangenis op voorwaarde dat hij spion wordt in de buurt. Als vuilnisman kan dat makkelijk.

 Emin Alper laat zien hoe angst en wantrouwen een onontwarbaar net spannen over iedereen.

 Wie het regime niet zint is 'terrorist', net als nu.

 De politie zet straten af en vangt mensen, net als nu. Gaande de film leer je dat het er niet toe doet wie wie achterna zit en waarom. Gülen? Erdogan? Mensen of honden? Dit is zoals het daar gaat. Alleen die ene hond wordt gekust totdat zijn baasje Ahmet wordt neergeschoten. 

 Eens leerde ik dat 'hond' een vreselijk scheldwoord is daar. 

Vlucht

 Vluchten zit me in het bloed. Van jongsaf ontwierp ik vluch­troutes, bracht ze in kaart. Wie schreef er over vluchten? Voor sommige onderwerpen moet je bij biol­ogen wezen. Al was Dick Hillenius (1927-1987) tegelijk com­ponist en dich­ter. 

 Het moet een onderwerp zijn dat hem na aan het hart lag. Dieren vluchten voor hun belagers, verstoppen zich. Een zigzag wegrennende haas is prachtig. Diep in je zit die haas.

 'Er is niets bestendiger dan vlucht/ de wens tot vluchten/ de herinnering aan vluchten/ uit de heksenkring van omstanders/ palissaden om een ongeluk/ gesprekken, de eisen, de zachte dwang/ de gele lichten der bewaarhuizen/ samen naar de Mattheus/ het bloedende hoofd wordt bonkend ingezet/ meeleven, samenleven, de oude handen/ niet weg te slaan als kakkerlakken

 Niets bestendiger dan de vlucht/ momenten van gelukkige eenzaam­heid/ sterremos, de geur van verschroeide duinen/ de kleur en het gevoel daarvan'

 Waar was je? We zagen je nergens meer. Ik koos het moment zorgvuldig. Even naar de WC, en dan bij terugkeer het moment dat iedereen alweer druk in gesprek is.

 Afscheid nemen is zonder eind. Vrouwen zijn er het slechtst in. Raken weer in gesprek. Soms komt nog iemand je ach­terop in de steeg en moet je haast aanroepen, desnoods ziekte. 

Uit: Ademgaten, Denken over dieren, D. Hillenius gelezen door Tijs Goldschmidt. 

Jans Muskee laatste dag

 Vandaag de laatste dag in de Utrechtse Schoutenstraat, om de hoek van het Neude. Wat ik vergat te vermelden is dat z'n site onlangs van Facebook is verwijderd. Dat gebeurt - leerde ik - als er een klacht binnenkomt bij, ja wie? En die instantie besluit de steen des aanstoots te verwijderen.

 Mij lijkt me dat een eervolle onderscheiding, zei ik Jans. Hij had het ook zo ervaren.

 Hoe kwam ik bij zijn werk? Bladerend op Internet stuitte ik er jaren geleden op. Niet toevallig natuurlijk, Onder vriendjes was vroeger de vraag al: 'En? Staat er nog wat in?'

 Op de achterste rij van m'n vaders boekenkast vond ik Playboys uit 1953, Casanova en Samuel Pepys.

 Die geheimenis zit in het werk van Jans. Het mengsel van opwinding en benauwenis die uitgaat van naaktstranden.

 Je kijkt er beleefd omheen. Maar ziet het toch. 

 Jans heeft die zelfde esthetiek. Halverwege opwinding en doe maar gewoon. In een quasi-realisme dat soms doet denken aan de Wachttoren van de Jehova's of de vroegere krantjes van katholieken voor Jong Verloofden. Noem het surrealisme.

 Hij gebruikt voor de grotere scenes modellen die hij fotografeert, vroeger aangekleed uit z'n verkleedkist, nu mogen ze hun eigen kleren meenemen.

 Ik staar me blind op gympen, op tassen en bizarre kleurcombinaties in kleren, die toch gewoon van de straat komen.

Tags: 

Papier in Rijswijk

 Als papieraddict was ik vanmorgen toch nog even in het dorp Rijswijk, dat zo mooi ingeklemd ligt in Den Haag, maar zijn op een heuvel, een duinwal, gelegen kerkje uit 1200 bewaarde. Voor de Papierbiënnale.

 Sinds mijn jeugdjaren in Eerbeek weet ik dat papier door een bepaald soort artistieke dames met een zekere heiligheid wordt bekleed. Net als de fiets. Je moet er veel bomen voor kappen, maar dan heb je ook iets dat niet 'chemisch' is.

 Voor mij blijft het materiaal: licht, zacht, aanraakbaar.

 Jammer dat de uitgeknipte spiralen, draaiend op een breinaald op een kurk en bewogen door de stijgende lucht van een kaarsvlam, in Rijswijk ontbreken.

 De Papierbiënnale 2016 brengt weinig nieuws, maar voor mij genoeg.

 Eerbeek kwam op me af. Weer reden de vracht­wagens van de zeven papierfabrieken door het land: 'De Hoop voor golfcarto­n', De Zeeuw, Huiskamp en Sanders en natuurlijk Schut. Getrok­ken door de chauffeurs van Schotpoort.

 Terug naar de Biënnale: Tracy Luff maakte golfcartonnen bomen voor haar 'Return to the forest'.  De afbladderende stukken papier van Yoko Karaoka die wel oud behang lijken, waar je graag je plamuurmes achter zou zetten, de boomblaadjes van Paul Andrew Hayes (2016) ritselend als populieren­blaadjes. En ook de grafiek van Dorthe Goeden gaat terug op de boom.

 Terwijl ik denk aan de dag dat achter het stationnetje van Eerbeek een goederenwagon was opengebarsten en de rails bezaaid lagen met etiketten van Flipje Tiel, die bij Schut gemaakt werden. Alle dorpsk­inderen zwermden uit om ze te verzamelen, want er zaten 'punten' op, waarvoor je albums kreeg. Alsof er goud gestrooid was..

Jans Muskee en het gewone

 Vanmiddag Jans Muskee gesproken in Dak, Schoutenstraat 10 in Utrecht, waar zijn Groninger tentoonstelling wordt voortgezet, en nog luttele dagen - tot en met zondag - blijft. Pak je kans en zie zijn schilderijen. Na een eerste rondgang bekende ik hem dat een - ingehouden - giechel me had bevangen en niet wilde wijken.

 We kregen het over ironie als een vorm van ernst. De scenes uit het dagelijks leven die hij opvoert zitten vol details als de drie tongen in het grote doek 'Hallo Jumbo', die m'n ruggengraat raken. Ook de penetrante kleuren die hij gebruikt in zijn oliepastel.

 Het pijnlijke van het gewone, of wat daarvoor moet doorgaan. Hoe zeg je het. Je kunt het beter schilderen. Maar wie kan dat?

 De gruwel van het alledaagse. Zoals je het ziet in 'Stay tuned or live', waar een jongen zijn zwangere vrouw helpt haar stretchbroek uit te trekken.

 Het toekijkend stel, de jongen met een Marquez boek in de hand. De bizarre kleurencombinaties in hun kleren. De twee vazen die manshoog toekijken. En zo door.

 De regie van Jans Muskee laat je griezelen. Om wat? Om wat zo gewoon is. Later meer.

Tags: 

Almovódar

 Het wordt lachwekkend. Toch gaf Almodóvar zijn acteurs de opdracht ingehouden te spelen. Jammer dat het scenario verre van ingehouden is. Zoveel ziekten, doden en gewonden zie je maar zelden. Zoveel Goede tijden, Slechte tijden-clichés. 

 Het oude lied, maar dan op z'n Spaans. Een dochter die zomaar - ze mist thuis een 'spirituele dimensie' - de benen neemt, een moeder die daar levenslang onder lijdt, dat moet heel de film dragen. Een kleine onenigheid die maakt dat een geliefde de zee opgaat om te vissen, juist als er een storm losbreekt. En verzuipt. Schuldgevoelens?Graag!

 Grote krantenstukken, dat wel. Waarom?

 Wat Julieta zo onuitstaanbaar maakt is dat je ondanks alle vertoon van emoties en diepe gevoelens geen van de karakters en hun motieven - en dat zijn er vrij veel - leert kennen. Zodat je nooit weet wat er op het spel staat en niet geïnteresseerd kunt raken in wat ze beweegt. Ondanks lang aangehouden camera-blikken.

 Julieta laat mensen zien die gestuurd worden door opwellin­gen. Hun onbegrijpelijk gedrag heet dan een mysterie. Gaan emigreren, en daar zonder opgaf van redenen weer van afzien. 

 Veel raadselachtige verdwijningen ook. Heel menselijk.

Mui

 Het was op de dag als deze dat ik bijna verdronk. Als je op Kijkduin over de houten trap naar het strand afdaalde, voorbij wat restte van het witte badhotel en de fietsenstalling die mijn grootvader nog gepacht heeft. Kwam je bij een houten hok van de Noord‑ Zuid-Hollandse reddingbrigade. Waar het leitje hing, met in krijt 'temperatuur zeewater'.

 De mannen van de reddingmaatschappij droegen uitgebleekte blauwe shirts en verwassen oranje kuitbroeken. Ze hadden elk een koperen toetertje bij zich. Waarmee ze langs de waterlijn patrouilleerden. Ging iemand te ver in zee, dan klonk de toeter en volgde een waarschuwing.

 De reddingboot op wielen stond paraat in het zand.

 Dan pas omgaf je de akoestiek van strand en zee. De rollers die uitvloeiden. Meeuwen, kinderstemmen. Een man die een emmer met zure bommen droeg en riep 'zoetzuur' terwijl een vliegtuigje de letters ROXY in de lucht schreef.

 Onvergetelijk was de zeer dikke. Die zwetend over het strand sjokte met een grote leren tas vol Elseviers Weekblad. Zijn zakdoek met vier knopen in de hoeken op het zwetende hoofd, roepend 'Elsevjee.'

 Op zo'n dag verdronk ik bijna. Gisteren leerde ik van de televisie dat ik was meegezogen in een mui. En werd uitgelegd wat ik had moeten doen.

 Nooit de betekenis van dat woord geweten. Wel veel gehoord.

 Mijn redding staat beschreven in het boekje 'Muzenstraat'.