De ereburger

 Een schrijver moet weg uit het dorp waar hij werd geboren en opgroeide. Tenminste als hij daarover wil schrijven. Er bestaat zoiets als de vuile was en die hang je niet buiten. Je eigen nest bevuil je niet.

 In El ciudadano ilustre van de Argentijnen Mariano Cohn en Gaston Duprat doet de schrijver Mantovani het toch, krijgt er zelfs de Nobelprijs voor.

 Hij keert nooit meer naar het dorp terug, totdat hij na veertig jaar in Europa te hebben gewoond wordt uitgenodigd ereburger te worden.

 Waarom gaat hij toch terug, voor een keer? Een al te menselijke ijdelheid, een dromerij? Maar er komen meteen al barsten in het beeld. Mantovani kan het spel niet meespelen zoals het dorp dat verwacht. 

 Het mooie van de film zit in de langzame onthulling van de onverenigbaarheid van dorp en schrijver. Een kleine gemeenschap kan niet bestaan zonder gedeelde leugens. Op een waarheidsspreker zit in Salas niemand te wachten.

 De huldigingen zijn mooi tragikomisch. Het sociale liegen gaat de schrijver steeds slechter af.

 'Waarom schrijft u niet over de mooie dingen?

 Alle dilemma’s van het schrijven komen voorbij, haarfijn op de spits gedreven. Als het erop aankomt, zoals in de confrontatie van Mantovani met Salas is het levensgevaarlijk.