Via ducale

 Wanneer al je oriëntatie wegvalt, je geen idee meer hebt waar je bent dringt zich vanzelf de geschiedenis op. De zeer oude hectometerpaaltjes, de in de rots uitgehakte bochten in de weg, de met losrakende stenen ondersteunde bochten.

 En temidden van tijdloze bergen word je het verleden in gezogen. Achteraf neemt dat vorm aan. Ik sla na, met hulp van Henk Beentje. En zo kom ik terecht bij Maria Luisa van Bourbon-Parma, vorstin van Lucca als opvolgster van Napoleons zuster Elisa. Na 1814 zette het congres van Wenen de ons welbekende familie Bourbon-Parma in Lucca neer.

 Het pasje dat ik overging was de Foce a Giovo (1674 meter), niet geasfalteerd. En dan de afdaling langs wat eens de Via Ducale was, de weg der graven. Vanaf 1818 werd hij gebouwd in opdracht van Maria Luisa en Francesco IV graaf van Modena, die een grote weg wilden tussen hun vorstendomen over de Apennijnen, buiten het hertogdom Toscane om.

 Hier liep eens hun grens. Het werk begon in 1819 en de weg werd feestelijk geopend door beide vorsten, die elkaar daarboven, waar ik stond, voor het eerst ontmoetten. Er schuilt een mogelijke liefdesgeschiedenis achter. Eenmaal terug in Lucca, sprak de gravin graag en veel over 'de besneeuwde hoogte' - daarbij zinspelend op de sneeuwwitte haardos van de graaf. Aan het hof zei men: 'Als ze op besneeuwde hoogte komen moeten de koeien terug naar het dal'. En nee, zo mooi was ze niet.

 De grafelijke weg werd al spoedig vaak onbegaanbaar door vele instortingen. Ik zag ze. Toen hij politiek niet meer nodig was werd hij verwaarloosd.