Foto en dood

 De fotografie blijkt een van de belangrijkste uitvindingen van deze eeuwen te zijn. Omdat hij over de dood heen reikt. Net als iets later de geluidsopname. Zet je een muziekje op of draai je een film dan is er een dode in de kamer. En dat is heel gewoon.

 Voor de Zweedse schilderes Gunnel Wahlstrand (1974, nu in Boijmans) niet. Omdat de dode in de kamer haar vader is die zelfmoord pleegde toen ze een jaar oud was. Ze erfde foto's. En wekt hem tot leven door daar groot formaat schilderijen van te maken, in inkt. Vaak naar foto's die hij zelf gemaakt heeft. Zodat zij zich al schilderend in hem kan verplaatsen. Dit zag hij. Meestal staat hij er zelf niet op. Al is er een pasfoto. 

 Veel ervan zijn typisch Zweedse zomerfoto's, zonnige dagen bij een buitenhuis aan zee.

 In de catalogus staat onder meer een heel goed essay van de Zweedse toneelschrijver Lars Norén over fotografie en dood, en over haar werk. Over het verlies ook. Verlies dat je aan iemand bindt en je tegelijk bevrijdt. De verlorene kan immers elk moment terugkeren. De verloren vader 'wiens afwezigheid altijd zal blijven leven, glim­lach­end of pijnlijk, dichtbij of op een draaglijke afstan­d'.    

  Een levende afwezigheid. Ze is overal geweest waar hij eens in het licht stond, waar hij foto's maakte, elke kamer waar ze woonden en die nog intact was.

 Noren vergelijkt de schilderijen van Wahlstrand met de schoenen die Joan Didion altijd bewaarde van haar dode echtgenoot: de schoenen die ze niet kon weggooien, immers: 'wat zou hij moeten dragen als hij terugkwam'.