Luther

 In een tijd van Godsdienstoorlogen in het Oosten kan het geen kwaad je de onze te herinneren. En dan zo'n aanstich­ter als de monnik Luther. Nu met een tentoonstelling in het Catharijneconvent.

 De 95 stellingen die hij in 1517 aan de deur van de slotkapel in Wittenberg spijkerde waren gericht tegen het monopolie dat de katholieke kerk bezat op de toegang tot de hemel. Om je zonden af te kopen moest je ze betalen. Anders zou je branden in een hel vol demonen.

 Als gelovige kon je bij Luther zonder bemiddeling zelf met God in contact treden. Genade was niet te koop. De Paus noemde hij de antichrist.

 Waarmee de kerk eigenlijk overbodig was. Vooral ook toen hij de Bijbel in het Duits vertaalde zodat je daar de priester niet meer bij nodig had. De net uitgevonden boekdrukkunst hielp. Hij speelde ook nog aardig luit en schreef gezangen.

 Luther was bevriend met de vrijmoedige schilder Lucas Cranach, meester van de naakten onder voiles, die hem vaak portretteerde. Samen brachten ze z'n boodschap.

 Een lieve jongen was hij niet. Over Joden zei hij 'Ten eerste moet men hun synagogen en scholen in brand steken, ten tweede ook hun huizen afbreken en verwoesten.' Over vrouwen: 'De vrouw is bestemd om thuis te blijven.' En over heksen: 'Ik wil de eerste zijn die het vuur van de brandstapel aansteekt.'