Met Ondine de baan op

 't Is niet voor niks dat ik steeds weer terugkom op Ondine en de Kapellekensbaan. Net is de 39ste druk verschenen van Louis Paul Boons meesterwerk. En ik verzink er weer in. Zoals Boon zelf er tijdens het schrijven in de jaren '40 in verzonk.

 Allereerst is het zijn muziekje dat je meeneemt. En dat al begint met de ondertitel 'of de 1ste illegale roman van Boontje.' Ja, illegaal van alle kanten. Indruisend tegen de goede zeden als Ondine zich onder de heren begeeft, die de fabrieken aan de baan bezitten, maar zich vervelen en drinken als ieder­een. Maar ook als hij de machtsverhoudingen tart. En dan op de koop toe de literaire conventies op hun kop zet door de rollen van schrij­ver en lezer te verhaspelen.

 De fabrieken, de filature, de dekenfabriek, gaan hun onder­gang tegemoet, waarvan de ruïnes die ik fotografeerde getuigen, maar ook de arbeidersklasse zakt weg, in drank. Er staan nu geen cafés meer aan de Kapellekensbaan.

 Wat blijft zijn de blikken tussen de cafédochter Ondine en de fabrikant meneer achilles: 

 'Nochtans ze zat er op de knieën van meneer ludovic, maar zij kon zich niet wachten... neen zij kon het niet... van de ogen naar meneer achilles te richten: alleen maar om hem eens toe te lach­en, om eens een oogje te pinken en te weten dat hij er nog was. Zij had graag dat hij er getuige van was als de anderen haar overlikten, alsof hij een kameraad was die begrijpen kon dat zij moest gekoesterd worden door elkendeen... een broer die niet jaloers was en kon verdragen dat haar driften gekoeld werden, maar die in haar iets anders waardeerde, iets dat dieper verborgen zat en waar die anderen geen jota van begrepen een geheim, een zielsverwantschap misschien.'  

Tags: