Mooi

 Ik ben niet mooi, ik  doe mooi, zei mijn als aantrekkelijk bekend staande collega. En ze vertelde het verhaal van Marilyn Monroe, die met een vriendin over straat liep. Onopgemerkt. 'Wat raar, zei de vriendin, niemand herkent je.' Waarop Monroe zei 'O, wacht maar, zal ik haar even doen?' En ze liep als een filmster. En jawel, draaiende voorbijgangershoofden alom.

 Baldassar Castiglione schreef in 1507 aan het hof van Urbino zijn 'Boek van de hoveling'. Waarin hij ten strijde trekt tegen de 'gemaaktheid' van de Italiaanse Renaissance. Anton Haakman vertaalde het. Er is nu een uittreksel.

 Hertog Guidobaldo regeerde, zijn vrouw Elisabetta organiseerde het hofleven. Op zekere dag ontstond een wedkamp, hoe zag de ideale hoveling eruit. Baldassar Castiglione legt het uit aan de dichter Ariosto. Daaruit:

 'U hebt vast wel eens opgemerkt dat een vrouw op straat, op weg naar de kerk of iets anders, of tijdens het spel of bij een andere gelegenheid, de zoom van haar rok zo optilt dat ze zonder erg haar voet en vaak een stukje van haar been laat zien? Vindt u de vrouwelijke gratie en verfijning van haar fluwelen laarsjes en haar glanzende kousen niet een buitengewoon bevallig gezicht? Dat bevalt mij en naar ik vermoed u allen zeer, want iedereen is van oordeel dat verborgen en zelden geziene bevalligheid bij zo'n vrouw eerder natuurlijk is en aangeboren dan geforceerd, en dat zij er niet op uit is daarom te worden geprezen.'