Odol

 De reden dat mensen trouwen moet wel zijn om iemand te hebben die ze kunnen vragen 'Ruik ik uit mijn mond?' En er dan op kunnen vertrouwen dat de ander niet liegt.

 Vroeger leerden echtparen elkaar kennen op dansles. Mijn broer was een vaardige danser. Bij de zg. medaltest haalde hij zijn brons, zijn zilver. Maar toen hij voor zijn goud zat sloeg het spook van de slechte adem toe.

 De mond komt het dichtst bij de ander. Hij was er doodsbang voor. Vaak hield hij de rug van zijn hand voor zijn mond en ademde ertegen of in zijn handp­alm. Om te controleren. Mij vroeg hij ook wel eens aan hem te ruiken voor hij naar dansles ging. Ik lachte hem uit. Hij ging over op Odol mondwater. En gorgelde de hele dag.

 Dit komt boven nu de Vorlesebühne op 2 september over stank gaat. Ik denk meteen aan de door Gerard Reve zo gev­reesde' 'putlucht' na het drinken van veel rode wijn. Hoe ruik je? Lijflucht is een samengestelde geur. Elk mensonderdeel ruikt immers weer anders. Je hebt mondlucht, oorsmeer, oksel­geur (vers of oud), voetzweet, een heel scala aan geuren met elk een apart aroma. Waarom is dat zo? Is het om de weg te kunnen vinden op andermans licha­am? Alleen een hond heeft er iets aan.

 In de herbergen van de Gouden Eeuw sliepen alle gasten samen in een groot bed, behalve de zeer dure. Hoe het daar rook? Het antwo­ord moet wel zijn 'ze roken het zelf niet'.

 Mijn broer heeft zijn goud gehaald. Dankzij Odol.