Opruimen

 De Zweedse Margaretha Magnusson schreef 'Opruimen voor je doodga­at', over het Zweedse gebruik döstädning. Dö is doodgaan, städning betekent opruimen.

 Ik dacht aan het kindergebod dat je wel mag spelen maar alles voor etenstijd weer opgeruimd moet zijn. Eigenlijk moet aan niets te zien zijn dat je er geweest bent.

 Huizen overleven mensen en worden weer betrokken. In het huis uit 1890 waar ik woon hebben glas-in-lood makers gewo­ond en gewerkt die nu dood zijn. Er zijn sporen van een binnenbrandje. Niet alles kun je uitwissen. 'Opgeruimd staat netjes' zegt men als een ongewenste gast z'n hielen heeft gelicht.

 Boeken zijn het moeilijkst. Weggooien doe je niet. Er stijgen stemmen van schrijvers uit ze op. Het is moord. Zoals uit voorwerpen ook die van vorige bezitters.

 Magnusson zegt streng: 'Opruimen voor je zelf doodgaat kan heel moeilijk zijn. Je bent immers nog niet dood... Maar je kunt in elk geval vast beginnen met opruimen.'

 Dan komt het kleiner moeten gaan wonen. Het beslissen wat wegkan. In mijn vorige huis betrok ik een zolder die ontruimd moest voor de verbouwing. Het lag er vol, met sinds de oorlog bewaarde kolenzakjes, afgeknipt mensen­haar in papieren zakken, en restjes gestold vet in een grote glazen pot. Dat werden drie containers. De buurman zei: 'Je weet hoe het is er komt van alles de trap op, maar er gaat niks meer naar beneden.'

 Het woord 'uitmesten' valt bij Magnusson. Ze geeft ook tips. Begin niet met foto's, brieven en persoonlijke documenten, want je verzinkt erin en komt niet verder.