Sappelgedichten uit China

 Literair tijdschrift Terras richt de blik op schrijvend China. In de tijd van de grootste volksverhuizing in de geschiedenis van de men­sheid, schrijft Ma­ghiel van Crevel. In de afgelopen dertig jaar zijn driehonderd miljoen mensen van het platteland naar de steden getrokken om te gaan werken in de razendsnel groeie­nde mega-steden.

 Waar leven ze van? Het heet 'dagong' ofwel sappelen. Je kunt ook zeggen moderne vormen van slavernij. En zo verschijnen er 'sappelverzen', op internet. Neem dit van Yu Xiang, vertaald door Jan de Meyer, getiteld '2002, ik heb':

'ik heb een deur, en daarop staat geschreven:/ opgelet! misschien verdwaal je/ Ik heb een paar vellen papier, van het soort zonder ruitjes/ gevuld met mijn onbedeesde zinnen/ maar waar zijn de leuke momenten die ik heb gehad naartoe/ ik heb een versch­rompelde geldbeugel en een heel klein beetje talent/ als ik een gehoorzaam meisje ben/ word ik wellicht een goede dochter, een goede burger, en goede minnares/ dan verlies ik mijn vrijheid en schrijf ik geen gedichten/

 maar ik ben een vies mens, met een paar vuile voeten en een goedkope sjaal/ daardoor wordt mijn man een echte man/ en dat maakt hem gelukkig, dapper, plotseling verliefd op het leven/ ik heb een echte man/ ik heb armen om mee te omarmen/ ik heb een rechterhand, om mee vast te houden weg te gooien vreemden aan te raken/ ik heb een linkerhand, om mee te strelen en om mee te beminnen/ maar waar zijn al die pijnlijke kwesties naartoe/ die complicaties, overbodige sleutelbossen en formules/

 ik heb sigaretten die mijn longen zwart kleuren en mijn vingers geel/ ik heb zelfkennis, ik heb fanatisme en ik heb ook wonden (...)'