Stoeptegel

 Toen ik in een nieuwbouwstraatje in Loenen aan de Vecht bij Anil Ramdas thuis kwam wees hij me trots zijn erf. Heel zijn voor en achtertuintje waren betegeld, met stoeptegels van dertig bij dertig, vier en een halve centimeter diep. Heel Surinaams, legde hij uit. Wie het zich in Paramaribo kan permitteren liet zijn tuin betegelen. Normaal was de oprukkende wildernis, de modderpoel. De tegel als symbool van beschaving.

 In de nieuwe bundel van Geert van Istendael, die 29 dingen en 1 afscheidszang heet gaan het over dingen. Van beddenlaken tot deurklink. En zie daar is de tegel, die in België - het kas­seienland - 'betontegel' heet.

 'Miljoenen en miljoenen en miljoenen.

dertig bij dertig centimeter, grauw

en ruw, op stoepen, op perrons, op pleinen.

Zij dienen glanzende en vuile schoenen,

heerscharen norse knechten, zwijgend, trouw,

steun, onvoorwaardelijk, in elk seizoen.

Altijd gelijk. Op hen heeft tijd geen vat.

Wat mos misschien dat aan hun voegen vrat.'

Tags: