Dienstmeisje

 De stadstaat Singapore. Een ijzeren regime, waarin roken en gebrek aan discipline hard worden aangepakt. Iedereen is rijk, althans niet arm, woont goed en heeft een Filipijns dienstmeisje dat je mag afsnauwen of erger.

 De film Ilo Ilo van Anthony Chen gaat over hiërarchie en geld ten tijde van de crisis eind jaren '90. En hoe die twee hand in hand gaan. Een echtpaar met twee banen en een lastig zoontje. Er kan geen lachje af tot een Filipijnse dienstbode wat aardigheid in huis brengt. Maar dan. Met de crisis komt armoede en verandering. De man wordt werkloos. De dienstbode moet terug naar de arme Filipijnen maar haar aardigheid blijft achter.

 Zelf sta ik vaak versteld over hoe mensen ondergeschikten of bedienend personeel behandelen. Net als Arnon Grunberg, die als hoogste doel heeft het de ober naar de zin te maken.

 Mijn moeder had dat ook. Haar beste vriendin was de werkster, juffrouw Molewijk, uit Loosduinen. Ze was zeer dik. Kwam ik uit school dan boende ze de traptreden. Nog zie ik de halfhoge kousjes die haar kuiten omspanden. Als juffrouw Molewijk kwam, twee maal 's weeks, maakte mijn moeder tevoren extra schoon.

 Tussen de middag at ze mee, net als de Filippijnse in Singapore, maar bij ons had ze het hoogste woord. Dat kon, mijn vader bleef over. Nog hoor ik haar vertellen hoe ze als ze 's middags alleen thuis was aardappels voor zichzelf kookte, die ze dan heel alleen opat, met jus.

 'Ik vind het zo lekker he..'.

 Zelf weet ik – net als Arnon – nog steeds niet hoe met personeel om te gaan, anders dan excuserend.

Tags: 

Turist

 Van ski weet ik niets, soms zie ik in de zomer in verlaten skioorden wat het aanricht. Maar de wereld van sneeuw­vermaak in toeristenreservaten hoog in de bergen ken ik niet.

 Regisseur Ruben Östlund maakte er een psychodrama, zowat een  griezelfilm. Arnon Grunberg zag in de mannelijke hoofdrol Tomas, die bij een lawine zijn telefoontje meegrist en zijn gezin in de steek laat meteen 'de mens', en schreef vanmorgen 'De mens, ook de man, is een vluchtdier'. Ik denk alleen maar, deze man blijkt dus een lul te zijn. En die ontdekking valt hem zelf nog het zwaarst. Maar ook dat blijkt gaandeweg mee te vallen.

 Grappig is dat tenslotte niet eens zijn vrouw - die daar toch in de meeste culturen als eerste mee belast is - de 'continuïteit' van het gezinnetje waarborgt, maar hun twee jonge kinderen. Ze moeten wel, hun ouders zijn niet wijzer.

 Onder zo'n kaasstolp in het hooggebergte is er na de bijna-ramp tijd te over voor psychologiseren. Over het verschil tussen mannen en vrouwen en de vraag 'wat had ik gedaan?'

 Dan blijkt de een anders geconditioneerd dan de ander. Wat die conditionering is merk je pas als er iets rampzaligs gebeurt. 

 Het jammerende schuldgevoel van Tomas valt door de mand als sociaal gewenst emotievertoon. Daaraan herken je de lul.

 De kinderen tenslotte, dat is heel mooi, zien de bijna fatale lawine aankomen en registreren de reacties van hun ouders. Het is even slikken. Maar ze zeggen niets. Ik zat te wachten tot het scenario hun getuigenis in het drama zou vlechten. Maar ze accepteren wijs en zwijgend: 'papa is een lul'. Ze troosten hem zelfs. Of zijn vrouw Edda dat ook blijft opbrengen?

 

Tags: 

Het oor tegen de muur

 Zo'n tien jaar spraken Arnon Grunberg en ik wekelijks op de radio. Af en toe ging het over zijn ouders. Huiselijke details. Als de tv te vervelend werd legde zijn moeder, vertelde Arnon, in de meterkast haar oor tegen de muur. Dan kon ze de gesprekken van de buren volgen, die interessanter waren.

 'Ze is onze enige luisteraar,' zeiden Arnon en ik vaak. We realiseerden ons altijd dat ze meeluisterde en vroegen ons wel eens af wat ze ervan zou denken, want de afspraak was dat ik alles kon vragen en dat hij naar beste weten zou antwoorden. Toen het uitzendtijdstip te laat voor haar werd stuurde ik haar Cd’s ervan. We zorgden dat ze ons goed zou kunnen ontvangen. Toen de Avonden niet meer op de middengolf uitzond gingen we op zoek naar een DAB toestel voor haar.

 Nu is ze opeens gestorven.

 Soms belde Arnon uit zijn ouderlijk huis, maar niet vaak. Zijn stelregel was toen dat hij daar nooit meer zou overnachten. Ik deed dan de groeten. Er bestaat een boekje met Cd van onze gesprekken. Dit jaar hielden ze op.

 Ze wist wie ik was. Eenmaal ben ik bij haar thuis langs geweest in Amsterdam‑Zuid en heb haar geïnterviewd. Het werd uitgezonden op 18 oktober 2004 in de Avonden. Ik kreeg een kopje thee en een erg grote Bossche bol, die ik met een gebaksvorkje opat. Intussen stond de televisie vrij hard op ARD en of ZDF. Ze is een Duitse vrouw dacht ik.

 Ze sprak over Arnon. En over haar plakboeken, waar het leven van haar zoon werd geboekstaafd.

 'Heeft u dat stuk in het Parool gelezen?' Dat had ik.

 'Komt niet in het plakboek.' Het plakboek was haar laatste woord.

 Arnon en ik spraken vaak over zijn vakanties met haar, altijd naar Duitsland, naar plekken waar hij vroeger met zijn beide ouders was geweest. Vaak waren dat ook plaatsen waar ik met mijn eigen ouders geweest was. Mijn vader was leraar Duits. Zo kwamen wij beiden terug in Ahrweiler, Bad Neuenahr, Bergisch Gladbach, de Kaiserstuhl.

 Vaak zag ik haar fietsen bij mij om de hoek, kennelijk op weg naar de Albert Cuyp. Koket als steeds, met haar rode brilmontuur en haar bontkraagje. 

Tags: 

Arnon leest Heine

 Toen ik vrijdag Studio Desmet binnenkwam zat daar Arnon Grunberg met veel plezier een vertaalde tekst van Heinrich Heine voor te lezen, geregisseerd door Annette den Heijer. Ze bleken bezig met hoofdstuk 9 uit de Memoiren (1854). Het wordt een luisterboek. Dit is wat ik hoorde: 

 'Ook in de liefde is er, net zoals in de rooms‑katholieke religie, een voorlopig vagevuur, waarin je eerst moet wennen aan het gebraden worden voordat je in de echte eeuwige hel terechtkomt. Hel? Mag je de liefde zo'n lelijke naam geven? Nou, als u wilt, wil ik haar ook wel met de hemel vergelijken. Helaas kun je bij de liefde nooit precies uitmaken waar ze het meest op de hel of op de hemel begint te lijken, zoals je ook niet weet of de engelen die we daar tegenkomen misschien geen verkapte duivels zijn, en de duivels daar verkapte engelen. Oprecht gezegd: wat een verschrikkelijke ziekte is de liefde voor vrouwen! Daartegen helpt geen inenting, zoals we helaas hebben gezien. Zeer verstandige en ervaren artsen adviseren een verandering van plaats en zeggen dat de afstand tot de tovenares ook de betovering verbreekt. Het principe van de homeopathie, waarbij de vrouw ons geneest van de vrouw, is misschien wel het meest probate middel.

(...)

Want het effectiefste tegengif tegen vrouwen zijn vrouwen; al betekent dat dat je de duivel met Beëlzebub uitbant, en in dat geval is het middel vaak nog erger dan de kwaal. Maar het is altijd een kans, en in troosteloze liefdestoestanden is een wisseling van inamorata beslist het raadzaamste, en ook hier zou mijn vader terecht kunnen zeggen: `Nu moet er een nieuw vaatje worden aangestoken.'

(...)

 Vandaag schrijft Arnon op zijn weblog over wat dan volgt. Zie de link. de titel luidt Harry, zoals Heine thuis genoemd werd. Er komt een cd bij met liederen van Nederlandse componisten op teksten van Heine:Heine in Holland , het luisterboek heeft als ondertitel De autobiografie van Heinrich Heine voorgelezen door Arnon Grunberg.

Tags: 

Halfvol

 Heet het personage dat de Tsjechische dichter Michael March in het leven riep om zijn halfvolle - of halflege - gedachten een stem te geven.

 In januari presenteerde Arnon Grunberg - die de introductie schreef - samen met March in Utrecht de bundel die De Contrabas ervan uitbracht. Arnon had hem leren kennen als organisator van het Praagse literatuurfestival. Sindsdien stuurde March hem stukjes Half Vol. Zoals:

 'Half Vol betrad het rijk van de tragedie - 

een oud, gemankeerd universum wreder dan de oorspronkelijke zonde.

''Verschrompeld in extase'' - aan de kant van een wijngaard -

vocht hij als een jonge plant.

 Half Vol, Half Leeg? Arnon, die de dichter in Utrecht ondervroeg legt op de link uit dat de interviewer - wanneer hij iets niet begrijpt - altijd voor het zelfde dilemma staat: moet je de dichter laten gaan of hem onderbreken om te vragen 'wat bedoel je?' Waar ik aan toevoeg 'met de kans dat het antwoord niet zozeer verheldert maar zijn uiteenzetting integendeel nog gecompliceerder maakt'.

Tags: 

Juffrouw (3)

 Vanmorgen kwam D'Openhertige Juffrouw via Antiqbooks in de brievenbus. Ze valt niet tegen.

 Al zijn haar bekentenissen waarschijnlijk toch door een man geschreven, ze zijn meer dan een vrouwelijke schelmen­roman. De juffrouw ziet seks - ook in het huwelijk, een hoer met één klant - als handel. Goed geld en goede seks moeten hand in hand gaan. Maar geil­heid mag geen zwakte worden. Als ze soms bezwijkt voor haar eigen ver­liefdheid of begeerte komt dat haar steev­ast duur te staan. De man in kwestie kan rekenen op - vaak komis­che - wraak.

 Het boek is net als de Ragionamenti van Aretino een grote aanval op de hypocrisie. Daarbij is zij echter niet alleen de hoofdfiguur maar ook de 'schrijfster'. En zo kan ze haar collega-schrij­vers - die 'Sotte Poëten' met hun 'voddige en lamme rymen' voorhouden dat ze geen versc­hil ziet tussen haar werk als hoer en schrijven om de lezer te vermaken. Verleiden is haar werk. En daar goed mee verdienen.

 Het is soms of ik Arnon Grunberg hoor. We praatten hier eens op deze manier over

Individu

 'Wie denkt dat het individu met huid en haar geliquideerd wordt, denkt nog te optimistisch.' Schrijft 'Teddie' Adorno in 1945 in Los Angeles. In stukje 88 van zijn opnieuw vertaalde Minima Moralia.  

 Wat is er nu, 68 jaar later van zijn voorspelling uitgekomen? Voor 'het individu' mag je in zo'n geval lezen 'ik', lijkt me. Daar komt wat Arnon Grunberg giste­ren zei op neer toen we het hadden over het hardnekkige cultuurpessimisme.

 Adorno kan zo mooi chargeren. Hij beschrijft de doodsstrijd van het individu, dat zich redt - het krijgt zelfs bescher­ming, als een soort museumstuk en wordt in natuurreservaten gekoe­sterd. Het is 1945 en er zijn heel wat gevluchte - vaak Joodse - intellectuelen in de Verenigde staten die gezien worden als 'colourful personalities' en zich volgens Adorno verkopen 'als hartver­warmers in de commerciële kilte'. Je ziet komisch Hollywood oprijzen. Van de Marx Brothers tot Woody Allen. Hofnarren van het kapitalisme in zijn ogen. Vergeet immigrantenzoon Andy Warhol niet.

 'Hun bedrijvige, ongeremde temperament, hun plotselinge inval­len, hun originaliteit, ook al zou die bestaan in hun bij­zondere lelijkheid, en zelfs hun koeterwaals maken van hun menselijkheid een verkoopbaar clownspak.' Zou het waar zijn? Wat Adorno vergeet is dat ook veel van het management van het Amerikaanse enter­tain­ment werd overgenomen door immigran­ten, en dat ze hun weg vonden in de beste u­niversiteiten, al loopt er soms een professor Pnin tussen.

 Intel­ligen­tie is onuitroe­iba­ar. En zie, Teddie, daar steekt het in­dividu weer de kop op.

Ondergang

 Vanavond vroeg ik Arnon Grunberg in de Avonden naar z'n idee over cultuur­pessimisme, waarover ie donderdag jl. in de Volkskrant had gezegd: 'Alles verandert behalve cultuurpessimisme'.

 We verbaasden ons erover dat vooral intellectuelen er steeds weer aan ten prooi vallen. Sinds Oswald Spengler - overtuigd tegenstander van de parlementaire democratie van Weimar - in 1922 succes had met z'n Ondergang van het Avondland is het niet meer opgehouden, tot Adorno en de Dalrymples van nu. Arnon bracht het terug tot een leeftijdskwaal. De tijd niet meer kunnen bijbenen in het zicht van hun eigen ondergang, de dood. En dan klagen over de jeugd van tegenwoordig. Willem Brakman, zei ik, zou de bron zoeken bij 'slachtoffers van een gelukkige jeugd'.

 'Früher war alles besser.' De teloorgang van het individu in het technologisch tijdperk. De massamedia en het verlies aan diepgang. Hoe is het mogelijk dat telkens weer verstandige mensen als bijvoorbeeld Rudy Kousbroek in deze val trappen? Kennelijk is niets menselijks ze vreemd.

 Komende vrijdag houdt Tijs Goldschmidt de derde Rudy Kousbr­oek-lezing. En wat je ook van een bioloog mag verwachten, toch geen cultuurpessimisme. Misschien tegenspraak.

Radio

 Meer dan televisie is radio een bron van heimwee. Ik heb een voorkeur voor radio die van ver weg - en lang geleden - komt, maar sinds de FM komt alle radio van dichtbij. Toch, de oude middengolf heeft Europa veel goed gedaan.

 Voor oudjaar schetste Arnon Grunberg in enkele krantenregels een portret van zijn vader - die op 16 december 2012 100 ge­worden zou zijn, als radioluisteraar. Hermann Grünberg zat tijdens WOII onder­gedoken in Nederland. Niet als Jood maar als gedeser­teerde Wehrmach­tssoldaat: 'Daarna werd radio zijn grootste passie. Vrijwel de hele dag, ook als we aan het eten waren luisterde hij naar Duitse radio­zenders, Deutsche Welle, Deutschlandfunk.'

 Als ik raden mag zat bij hem als geboren Berlijner ook de RIAS-midden­golfzender, de Duitstalige Run­dfu­nk im Amerikanischen Sektor in het pak­ket. Luistergedrag waaruit een reusachtig heimwee spreekt. Morgen zal ik Arnon vragen wat z'n vader opzocht, muziek? En zo ja wat voor muziek - Arnon noemde eens het lied van de Moor-soldaten. Nieuws? En hoe zijn reacties waren op wat hij hoorde. En dan de heimweevraag: heeft Hermann ooit in ernst overwogen terug te gaan naar Berlijn?

 Toen ik eens bij moeder Hannelore thee dronk en een Bossche bol at stond de Duitse televisie, ARD, ZDF onophoudelijk aan

Tags: 

Ondergronds

 Morgen is Arnon Grunberg terug in de Avonden, bij uitzondering op dinsdag. Wat me herinnert aan ons filmplan.

 We bedachten een film die geheel zou moeten bestaan uit beelden van bewakingscamera's. Omdat je op zo'n centraal paneel altijd minder ziet binnenkomen dan je zou willen. Steeds weer ontsnappende gestalten, schimmen. Zoekend naar catacombisch proza kwam ik bij 'Een metamorfinist' van Anneke Brassin­ga, in 1997 verschenen in het blad Raster en nu online:

 'Met regelmaat de gipssekssociëteit voor behaarde bejaarden bezoeken, in een ondergrondse parkeergarage. Uit de catacomben dag en nacht het vrolijk galmen van brekend gips en het orgiastisch gebrul van de aldus onthaarde bejaarden. Zelf een gipsontheffing hebben vanwege welig krullende schaam en baard. Die laten bij schroeien door een hoogpotig sletje met opgevoerde krultang onder haar leren opklaprokje. Goedkoper dan de kapper, en elke ervaring is een belevenis. Niet altijd de Himalaya hoeven beklimmen of huis opknappen. Op konen rozebot­telblosjes voelen gloeien, weer buiten staand, verkwikkende brandlucht snuiven. Nu eerst een uurtje Bloem lezen en dan naar Moeder, met haar in de rolstoel naar de pedicure. De uitgestoken eksterogen mee naar huis mogen nemen. Krenten in de pap. 'De trots om het vergeefse.'

Pagina's