Het spoor (3)

 Reisde vandaag met Cyrille Offermans van Maastricht naar Liège-Guillemins, zijn bijdrage aan 'Het juiste spoor' volgend.

 De Maastrichtse stationsrestauratie bleek een HEMA-filiaal geworden, waar ik lang op Cyrille moest wachten. Zijn trein vanuit Sittard stond stil, niet ver van hier, hoorde ik bij de informatiebalie.

 Hij had vertraging opgelopen, vertelde hij later, twee keer. Eerst omdat er ergens tussen Weert en Roermond een 'aanrijding met een persoon' - zoals dat in NS-jargon heet - had plaats gevonden. En toen zijn trein eindelijk vertrokken was gebeurde vlak voor Maastricht nogeens het zelfde: 'ik hoorde plotseling gekraak van metaal op metaal en de machinist ging vol op zijn remmen staan. Toen kwamen de hulptroepen in alle mogelijke uniformen aangesneld.'

 Na een kop HEMA-koffie namen we het boemeltje naar Luik. Nog vorig jaar reed hier een Intercity, maar Nederland en Wallonië drijven uit elkaar. De taalgrens is ook hier een diepe kloof. In Luik bekeken we het meesterlijke nieuwe station van de Spaanse architect Calatrava, een man die de magie van het spoor begrijpt en weet dat een station een tempel moet zijn waar je verlost wordt van jezelf. Graffiti? In Calatrava's Guillemins? Geen enkele! Dinsdag zijn we in de Avonden te horen.

ps. Het boek is te bestellen

 

Op reis met Cyrille Offermans

Het spoor (1)

 Le vrai bonheur, ce n'est que dans les gares - Anatole France

 Onder dat motto heeft Ons Erfdeel het boek 'Het juiste spoor' uitgebracht, waarin Vlamingen en Nederlanders de Bene­lux en Noord-Frankrijk bereizen. Per spoor. Afgewisseld met trein­gedichten en prozaschetsen van oa. Piet Paaltjens, Elsschot, Brak­man, Maeterlinck, Hans Dorres­tijn, Eric de Kuyper, Louis Paul Boon, Victor Hugo en zo meer. Hoe het spoor begon, en dan de gouden tijd rond 1900 dat stations paleizen werden voor de burgerij. Zowat heilige plaatsen.

 De enige Duitser in het boek is W.G.Sebald, met zijn beschri­jving van de reuzenklok in Antwerpse station (1905), in z'n roman Austerlitz: 'De klok bevond zich bijna twintig meter boven de kruis­vormige trap die de foyer met de perrons verbond - het enige barokke element in het geheel. (...) Vanaf de centrale posi­tie die het uurwerk in het station van Antwerpen innam konden de bewegin­gen van alle reizigers worden bewaakt, en omgekeerd moesten de reizigers allemaal naar de klok opkij­ken en waren ze gedwon­gen hun activiteiten daarnaar te rich­ten.'

En dan komt het: 'Maar toch,' zei Austerlitz na een poosje, 'heeft de relatie tussen ruimte en tijd zoals je die bij reizen ervaart, tot op de huidige dag iets illusionistisch en il­lusionairs, wat ook de reden is dat wij, telkens als we van elders terugkeren, nooit zeker weten of we wel echt zijn weggeweest.'

 Vrijdag reis ik met Cyrille Offermans zijn bijdrage na, van Maastricht naar Luik.