Het andere Mauritshuis

 Wie in het Rosa Spier Huis tentoonstelt, zoals nu Emo Verkerk, Joost van den Toorn en Rudy Klomp, weet dat de omgeving, net als het Mauritshuis maar dan anders, gaat meespreken. Electrische rolstoelen rijden er doorheen, verzorgsters lopen mee.

 De serie lino's van kalkoenen die Emo tot mijn verbazing maakte lijken bestemd voor de keramische borden met herkenbare koppen van Van den Toorn.

 Ze eten hier straks kalkoen.

 Tegelijk blijft het werk overeind. Het hangt hier of het er thuishoort. De Spinoza's van Verkerk, zijn Jeroen Brouwers- of Aby Warburgportretten, de klonterige objecten van de 'pararealist' Klomp.

 De drie waren hier eerder, ze noemen zich zelfs de Rosa Spier groep.

 En ik weet weer waarom ik zo gehecht ben aan de schilderijtjes in het wachtzaaltje van de trombosedienst waar ik elke drie weken mijn nummertje trek.

Tags: 

Amsterdam Art (2)

 Terwijl musea niet kunnen ophouden met verbouwen en steeds minder overhouden voor kunst zoeken galeries uitwegen. Ik kwam nu ook een verrassende pure internet galerie tegen, waarover later meer.

 Wat op de Amsterdam Art Fair nog meer opvalt dan in eerdere jaren is de grote verscheidenheid. 

 De houten beeldjes van de Japanse Hideki Linuma laten karikaturen van meisjes en vrouwen zien die met zichzelf geen raad weten. Wat moeten ze dragen? Hoe moeten ze staan of zitten.

 De metalen mannen-beelden van Bas de Wit maken karikaturen van wat mannelijkheid moet verbeelden. Wat doet een man? Hij worstelt met een hark. Een man verstrikt zich in zichzelf. Bij zoveel vrouw-afbeeldingen is dit een passende toevoeging. 

 En dan de merkwaardige noem het landkaarten van Kim Habers, die soms ontploffen, opbollen of in video van binnen worden opengesneden. Alsof haar steden en landschappen uit hun voegen barsten, er uit willen.

 Emo Verkerk komt naast zijn portretten nu ook met wat op het eerste gezicht zomaar een oog lijkt. Maar nee, er omheen rijst een gezicht op. Dat van Walter van der Star.

 NB. De Unruly Gallery met hun Online GRoup EXposition.. Zeer de moeite

 http://www.unrulygallery.com/

Tags: 

Zomerexpo kriebelt

 Zacht giechelend een museum uitlopen, dat gebeurt niet alle dagen. Vanmiddag liep ik zo de tuin van het Haags Gemeen­temuseum uit, pal langs het 'Collier voor een plataan' van Janine Melai en Den Haag in. De jaarlijkse 'Zomerexpo' met kunst van onbekenden is beter, geestiger, vaardiger dan ooit.

 Alle kunst is ideeënkunst. Zelfs hardline realisten kunnen niet zonder vondst. Dat merk je in het Haags Gemeentemuseum. Het eigene geeft de doorslag. Dat ene waar­door de toes­chouwer meteen denkt 'ja'.

 Een rijke oogst dit jaar, van 277 dingen, uit 3000 inzendingen. In meerderheid schilderkunstig. En natuurlijk zie je sporen. Die van Tjebbe Beekman, Emo Verkerk, Berlinde de Bruyckere, Marlene Dumas, Robert Zandvliet.

 Thema is 'woest'. Nu ja, woest. Maar wat overheerst zijn knipogen, grapjes, kleine grapjes.

 Wat te denken van het wonderlijke mengsel van een gipsafgiet­sel van een gezicht en een filmprojectie van dat zelfde gezicht. Waardoor het gezicht voortdurend verande­rt. Ook omdat de projectie in het gips reflecteert. Onzegbaar. Ga kijken naar 'Restrained' het meesterstuk van Sanne Maes. Of het volkomen chaotische 'poppenhuis zonder poppen' van Mari­ken Tönis opgedragen aan de bewoner, meneer Wallace.

 De inzendingen zijn losjes thematisch geordend rond een klassiek werk. Zo is de omgekeerde rode hond van Baselitz een gids in de dierenzaal. De hond wordt komiek, vooral als hij aan z'n lijn rukt, zoals bij Henrique van Putten. 

 Of het vrouwengezicht dat geheel uit haar bestaat, als een eigentijdse Maria Magdalena van Geertje-Geeske Geertsma. 

 De Zomerexpo onderstreept nogeens wat ik pas riep over ­het museaal verdriet. Want wanneer en waar zijn deze dingen ooit nog te zien behalve hier en nu. In musea? Vergeet het. In galeries? Als er geld in zit. Sommige werken zijn hier al te koop. En verder?

 De zomerexpo heeft door z'n uitgekiende selectie een unieke voortrek­kersfunctie. Maar om met Gerard Reve te spreken: 'Moed­ig voorwaarts. Waarheen?' 

De droomvrouwen van Mela Yerka

 Vanmiddag op Art Rotterdam kon ik een extra stap buiten de tijd zetten. Ik ontmoette de vrouwen van de Poolse schilderes Mela Yerka, overgekomen uit Londen.

 Ze studeerde in 2011 af van het Central Saint Martins College of Art en schildert - onder meer - 19de eeuwse vrouwen die haar boeien. Even verderop hing Emo Verkerk. Ze leken wel famil­ie. Hier zie je haar met Rachel Felix (2014).

 Mela Yerka kiest karakters die zoiets ongrijpbaars als 'cultuur' bepalen, zegt ze. De onvoorspelbare en oncontroleer­bare kracht die mensen richting geeft. Die macht heeft over ons leven van alledag.

 Zo verdiepte ze zich in de gruwelen van de sprookjes van de gebroeders Grimm en hun invloed tot vandaag. En daarna in de vrouwelijke archetypen uit de 19de eeuw die ze nu schild­ert, minnaressen van beroemde mannen, met hun seksuele netwerken.

 Als een vorm van emancipatie en vrouwelijke invloed. Neem deze twee:  Rachel Felix was een veelgeprezen klassieke actrice van Zwitserse komaf met in Parijs vele minnaars, onder wie Napoleon de Derde. Ewelina Hanska was getrouwd met Balzac, had na diens dood vele minnaars en eerder al een relatie met Victor Hugo.

 Mela Yerka strooit gewoonlijk wat marmergruis over haar schilderijen. Dat het zacht glanst. Ze was niet in Rotterdam Vandaar deze foto.

 In de stal van de Londense galeriste Maria Stenfors trof ik alleen een Engelstalig meisje. Zo druk als het verderop was, zo stil was het bij haar, of ze een geheim bewaarde.   

Tags: 

Jerofejevs zelfspraak

 Wie veel in zichzelf spreekt, luidop misschien zelfs, hoeft zich geen zorgen te maken. Het is, leerde ik, juist de manier om een persoonlijkheid bij elkaar te houden.

 Zelfpraat is voor schrijvers essentieel. In het drank-epos Moskou op sterk water (1969) is Venedikt Jerofejev niet alleen, de schrijver spreekt in meerdere stemmen. Zo zijn er de Engelen van de drank, die die hem bemoedigen of juist manen tot beheersing. Daarnaast spreken wat heet zijn fiere hart en zijn gezonde vers­tand. In het hoofd van Jerofejev is het nooit stil. Nog steeds is hij met de trein op weg naar Petoesjki. Nu inspecteert hij de inhoud van zijn schamele koffertje: de drank is bijna op - en wendt zich tot God:

 "'Kijkt u toch eens, Heer, rosé van een zevenendertig....'

 En in blauwe bliksems gehuld antwoordde de Heer mij: 'En waartoe heeft de heilige Teresa haar stigmata nodig? Die heeft ze immers ook niet echt nodig. Maar ze zijn haar dierbaar.'

 'Ja, precies!' antwoordde ik geestdriftig. 'Zo is het met mij ook, bij mij is het net zo - het is me allemaal dierbaar. Maar nodig heb ik het echt niet.'

 'Kom, als het je zo dierbaar is, Venitsjka, moet je maar eens wat gaan drinken,' dacht ik bij mezelf, maar toch bleef ik nog treuzelen. Zou de Heer nog iets tegen me zeggen of niet? De Heer bleef zwijgen. Nou ja, best. Ik pakte een kwartlitertje en ging naar het balkon. Zo. Mijn geest heeft vier en een half uur achter elkaar opgesloten gezeten en naar vrijheid gesmacht. Nu laat ik hem los... Dan kan hij eindelijk eens feestvieren en zich lekker helemaal laten gaan. Ik heb een glas en ik heb een broodje, dan hoef ik straks niet over te geven. En ik heb een ziel die op het ogenblik nog maar op een heel klein kiertje openstaat voor de werkelijkheid om me hen. Zit mee aan mijn dis, Heer!

 (station SERP I MOLOT - KARATSJARAVO)

 En meteen sloeg ik een glas achterover.

 (station KARATSJARAVO - TSJOECHLINKA)"

 En dan komt - ondanks zijn gebeden - de weerslag:

 " - de inhoud van het glas klotste nu eens ergens tussen m'n pens en m'n slokdarm, dan weer kwam de hele boel naar boven, dan zakte de zak weer een eind naar beneden. Het was daarbinnen net de Vesuvius, of Herculaneum en Pompeï..."

Jerofejev

 Veel portretten van schrijvers in het Haags Gemeen­temuseum bij Emo Verkerks 'Graag of niet'. Een zaal apart voor zijn Russische held Venedikt Jerofejev (1938-1980), bekend van zijn ode aan de drank 'Moskou op sterk water' (1969, het verslag van een 'meerdaags delirium'.

 Drank, hoe er aan te komen. Hoe te leven met de effecten. Het liegen en draaien. De psychologie van de dronkaard reikt niet verder dan van hier naar het volgende glas. En als dat er door onvoorziene omstandigheden niet staat, naar de volgende openingstijd. Het voorafgaande, de katers, het ziek zijn is vergeten. Jerofejev legt het uit, heel het boek is een alleenspraak, een betoog in trance.

 De ergste tijden van de dag blijken die tussen het sluiten van de cafes en het openen van de stationsrestauratie in de ochtend, in de hoop dat daar wat te krijgen is. Maar nee, zelfs geen sherry. Wel gebakken uier.

 Waarom is iedereen toch zo onbeleefd tegen hem, zo gaat zijn alleenspraak. Waarin de engelen van de drank hem soms bemoedigend toezingen. Tot ook die hem in de steek laten. Dan vertrekt eindelijk de trein naar Petoesjki. En daar is drank aan boord.

 Emo heeft er een schilderij aan gewijd.

 Heel mooi is ook het alcoholistenperspectief. Dat overal drank ziet. Ga maar na: Gogol schreef dode zielen natuurlijk in benevelde toestand, Moesorgski lag straalbezopen in de goot en componeerde in een roes, Koeprin en Maksim Gorki 'waren hun hele leven ladderzat'. En Tsjechov? Jerofejev schrijft:

 'Wat waren Anton Tsjechovs laatste woorden? Weet u 't nog? Hij zei "Ich sterbe," dat wil zeggen "ik ga dood". En daarna zei hij nog: "Schenk me champagne in." En toen ging hij pas dood.'

Belle van Zuylen schrijft

 In het werk van Emo Verkerk duikt naast helden als Joseph Roth en Jerofejev ook Belle van Zuylen (1740-1805) op. Ik lees haar en begrijp wat tijdg­enoten als James Boswell en Benjamin Constant meemaakten. Ze was - in al haar bescheidenheid - intelligenter en geestiger dan zij.

 Intelligentie als handicap voor een vrouw. Ze kon onmogelijk trouwen. Ging met de mannen om die ze leuk vond. Een man die dat geen probleem vond en daarbij nog de goedkeuring van haar adellijke ouders kreeg was niet te vinden. De man van wie ze hield en met wie ze levenslang correspondeerde, Constant d'Hermenches, was achttien jaar ouder en getrouwd.

 Ze werd schrijfster, net als hij. Hun brieven - die ze had willen weggooien - bleven bewaard. Het begon zo, op 9 september 1762:

 'Je ziet dat ik wel erg blind zou moeten zijn of erg behaagziek om toe te stemmen in dit plan van een geregelde briefwisseling en een intieme omgang. Het spijt me, moet ik bekennen, dat ik af moet zien van de mooiste brieven die er bestaan en van het plezier openhartig te schrijven aan een man die mij zo goed begrijpt, bij wie niets verloren zou gaan. Jammer genoeg zijn er maar weinig dingen waarin ik genoegen schep, brieven als de jouwe zouden mij plezier doen, mij vleien, mij wat leren; de opoffering valt mij dus des te moeilijker, ze is zo groot dat ik er niet helemaal van overtuigd durf te zijn dat ik ertoe in staat ben; toch zal ik er mijn best voor doen, en om te beginnen geef ik je maar geen adres op waar je mij kunt antwoorden.'

 'Het doet mij genoegen dat je ingenomen bent met mijn stijl en mijn verzen, er zal wel iets waars zitten in je loftuitingen. Wat je zegt over de pretentie om geestig te zijn is heel juist, ik zal het zoveel mogelijk ter harte nemen. Eigenlijk is het geen bewuste pretentie: als ik mij amuseer zeg ik zomaar wat door mijn hoofd gaat, dat is niet altijd op zijn plaats. Als ik mij verveel ben ik helaas zo oprecht te geeuwen en in te slapen, dat kwetst en irriteert. Er wordt gezegd dat ik niet om een gewoon gesprek geef en dat ik mijn geest boven alles verheven acht. Men vindt het ook niet goed dat ik meer wil weten dan de meeste vrouwen; maar men weet niet dat ik, omdat ik veel last heb van een sombere melancholie, mij niet gezond voel, zelfs bijna niet leven kan, als ik niet voortdurend geestelijk bezig ben.'

 De melancholie..

Emo Verkerk en Belle van Zuylen

 De schilder van nu ziet de schrijfster die leefde van 1740-1805. En valt voor haar. Wat er al niet omgaat in de boekenkast van Emo Verkerk.

 In de Amsterdamse galerie Willem Baars trof ik een net voltooide serie portretten van Belle van Zuylen. Welkom naschrift bij zijn grote Graag of niet-show in het Haags Gemeentemuseum. Lezen betekent bij Emo Verkerk het je letterlijk eigen maken van een schrijver - hier schrijfster. Met alle middelen, waaronder de schilderkunst. Noem het verliefdheid: Emo omvat, omhelst Belle. Ik herken het. Een omslagfoto kan bepalend zijn, de geur van een boek of de bladspiegel.

 En dan. Belle van Zuylen schrijft. Een brief, in 1768:

 'Mijn zinnen zijn net als mijn hart en mijn geest begerig naar genot, gretig naar de felste en de verfijndste indrukken. Niet een van de dingen die ik zie, geen klank, gaat voorbij zonder mij een gevoel van geluk of leed te verschaffen, de lichtste geur doet mij aangenaam aan of maakt mij misselijk; de lucht die ik inadem, wat zachter, wat fijner, beïnvloedt mij met alle variaties die zij zelf inhoudt. Oordeel nu over de rest, over mijn verlangens en over mijn afkeer. Als ik geen vader of moeder had, zou ik misschien Ninon (De Lenclos, de courtisane, W.) zijn, alleen subtieler en standvastiger; ik zou niet zoveel minnaars hebben: als de eerste aardig was geweest, geloof ik niet dat ik zou zijn veranderd en in dat geval weet ik niet of ik zo erg‑schuldig was geweest; ik zou tenminste door mijn deugdzaamheid het kwaad hebben kunnen herstellen dat ik de maatschappij had aangedaan door het juk af te werpen van een wijselijk ingestelde regel. Maar ik heb een vader en een moeder, ik wil ze niet in het graf helpen of hun leven vergallen...'.

 En dan overkomt Emo wat een verliefde gebeurt, hij ziet haar overal. De titels van zijn portretten getuigen van een wervelwind aan associaties. Belle te paard op een Amsterdamse gracht, in Scheveningen aan zee, klavecimbel spelend in een salon. Altijd prachtig gekleed. Zelfs Johan Huizinga leest haar. Belle bestijgt een keukentrapje in de sneeuw. Wat een mooie, rossige vrouw, met dat altoos opgestoken haar.

 Emo Verkerk leesschildert haar.

Emo Verkerk en de schrijvers

 De vele 'schrijversportretten' van Emo Verkerk zijn meer dan dat, getuigenissen van een lezer die leeft met Gerard Reve, die hij goed kende, de grote drinker Joseph Roth, Slauerhoff, Spinoza, Leopardi of Jerofejev, die altijd drinkt en 'in elke volgende zin een ontsnapping zoekt uit de vorige'.

 Aan Jerofejev (1938-1990, in Nederland bekend van 'Moskou op sterk water') is een heel kabinet gewijd in het Haags  Gemeentemuseum. Naast Verkerks ezel staat de boekenkast waaruit hij Gogol pakt en leest: 'Ga zitten, mijn voerman, klingel, mijn belletje, kringel opwaarts, paarden, en draag mij weg uit deze wereld! Verder, verder, zodat er niets meer te zien is, niets meer.' En zo door, tot je weet hoe Emo Verkerk en Nikolaj Gogol met elkaar verbonden zijn.

 Wat is het verschil tussen zijn beelden - de talrijke vogels die je in Den Haag om de oren vliegen - en zijn schilderijen? Hij vergelijkt zijn uit baksteen, touw, hout en dekzeil gemaakte Zomereend (2000) met zijn portret 'Vincent van Gogh in Londen' (2014): 'Die beelden zijn geschreven taal en die schilderijen zijn gesproken taal, met intonatie en noem maar op. Als ik naar een schilderij kijk dan hoor ik mijn antwoordapparaat. Als ik naar zo'n vogel kijk dan is er gepaste afstand. Dan zie ik wat ik gemaakt heb in het verleden. Die schilderijen zitten nog in de tijd, met alle bijkomende ruis van het maken.'

 De catalogus geeft zijn schildersidee: 'Kijken is een creatief proces. Het heeft niets te maken met waarneming, met het onderscheiden van iets dat buiten ons een eigen bestaan heeft.'

 Waarna hij relativeert: 'Nou natuurlijk heeft het wel met waarneming te maken, maar toch minder dan we vaak denken, snap je, dus in zoverre is alle kijken een illusie. Daarom is schilderen ook zo leuk. We maken al kijkend een wereld.'

Emo Verkerk wekt tot leven

 Het Haags Gemeentemuseum uitkomend stuitte ik op Emo Verkerk, die juist aankwam voor de opening van zijn grote overzicht 'Graag of niet'. En kon ik hem meteen van m'n duizelend enthousiasme vertellen.

 Ik hoorde mezelf praten, uitkijkend over de vijver en de stenen kikker erin, achter Emo. Die kikker kent hij, net als ik. Je portretten, zei ik - al wat hij maakt noemt hij portretten - komen van alle kanten. Optelsommen zijn het van je gedachten en waarnemingen over het onderwerp, conclusies. Ja, conclusies, beaamde hij, terwijl naast ons de rij groeide. We spraken af dat ik naar Den Helder zou komen, waar hij niet zomaar woont. Den Helder is een sleutel, het Marsdiep, de boten, de vogels.  

 En nu achteraf, zie ik hoe schilderijen onder zijn handen worden uitgebreid met geschroefde stukjes metaal, gelijmd glas of kunststof, zodat ze zich verheffen. Als zijn geknutselde vogels die overal boven je hoofd de ruimte in steken. Gelijkende vogels, in volle vlucht. Of zittend als lokeenden of opgezette dieren. Verkerk achtervolgt ze met z'n kwast, beschildert ze, plakt een gevonden plastic oog op, wekt tot leven.

 Emo 'is niet zo van woorden' zegt hij in de catalogus. 'En de combinatie van woorden en schilderijen vind ik al helemaal moeilijk. Je gaat dingen vastpinnen die zo mooi losjes in het visuele zitten, en dat heeft iets van het uitleggen van een mop.'

 Hij vertelt ook over zijn bezoek aan een indianenmuseum in Montreal, samen met Carel Visser. Die achteraf zei: 'Je liep daar als een geslagen hond.'

 Emo: 'Ik was heel diep geraakt, een hele diepe snaar. Als je het hebt over fine art nou er is niet meer fine art dan natuur. Schone kunst. Je hoeft ook helemaal nooit te stofzuigen in de natuur! Dit was de natuur zelf in al z'n onbegrijpelijke raadselachtigheid. Natuur zeg ik? De materie zelf! Ook al werden er vermoedelijk geesten uitgebeeld. Deze artefacten zijn dus alles behalve artificieel.' Later meer. 

Tags: 

Pagina's