de tuintjes

Achtertuintjes

't Is achtertuintjesweer.. Geuren en geluiden van barbecue en tuinspuit.. Hier en daar bestek. Men eet buiten, in mijn jeugd een betoverende gebeurtenis. De huiskamertafel met z'n balpoten stond in het gras. Binnen was buiten geworden. Zelfs m'n vader had een goed humeur.

Nu heb ik alleen een balkon, maar dat is genoeg. Ik zie uit en denk - altijd weer - aan het balkon van de familie van Doorn in Arnhem. En het verhaal dat Johnny van Doorn schreef over zijn pianospelende vader. Het slot van zijn debuut 'Mijn kleine hersentjes'.

'Op een zwoele zomeravond, even na zonsondergang, gaf mijn vader een briljant recital met onder andere een wals van Chopin en 'Melodia' van Rubinstein. De piano stond in de achterkamer. De balkondeuren waren open.'
(...)
'Toen de laatste noot verstierf, was er een moment stilte. De natuur hield zijn adem in. Maar dan richtten de mensen in de tuintjes zich op, en brachten mijn vader een staande ovatie. Een enkeling riep zelfs 'bis! bis!'
Met een welverdiend glas bier in de hand boog mijn vader op het balkon, verlegen.' 

 

Tags: 
vuurwerk...

Centra Pats Boem (1)

Het gedicht waarmee Johnny van Doorn op z'n 15de jaar debuteerde was het fameuze Vuurwerkgedicht. In de woorden van biograaf Nico Keuning: '''Naïeve woorden en begrippen', versneld uitgesproken tot een toerental van zo'n 250. Uit zijn mond knallen de ontploffingen, gillende keukenmeiden en het ooohhh-geroep van het publiek tijdens een 'koninginnedag' in Park Sonsbeek:

'Centra Pats Boem
zichtbare knal
wit helt 't licht
bolle wit bolle wit bolle wit
de aarde wit zwart
de weg gelig licht
kijk daar 'n man met een sigaar'.

Onverstaanbaar, maar herkenbaar vuurwerkgeluid.
Na afloop stapt een kunstschilder op de vijftienjarige Johnny af: Dat is 'n gedicht man.
'Toen besefte ik dat ik dichter was.'
Vanaf dat moment is de geluidspoëzie een van zijn nieuwe acts.''

Maar waar komen die woorden vandaan? Volgens de dichter Jacob Groot vindt de tekst gedeeltelijk zijn oorsprong in het gedicht CENTRA van I.K. Bonset ofwel Theo van Doesburg, dat begint met de woorden 'CENTRA PATS ZICHTBARE KNAL'.
Het gedicht staat in Rodenko's Nieuwe Griffels Schone Leien.
De bloemlezing (eerste druk 1954) 'die op zijn minst een
decennium lang de verplichte initiatiecursus voor de ware poëzieadept was'.
Ook, denkt Jacob, voor de jonge Johnny van Doorn. En hij vervolgt: 'Ik herinner me vaag dat hij deze specifieke herkomst bij gelegenheid nadrukkelijk aanstipte. Omdat de herinnering vaag is moet ik die verifiëren. Maar bij wie?'
Maar ik kan me niet herinneren de Rodenko bij Johnny thuis te hebben gezien of in het blauwe KLM-koffertje waarmee hij Nederland doorkruiste. En wat meer zegt, Yvonne van Doorn herinnert zich het boekje ook niet. Maar toch, vanwaar de vreemde woordcombinatie CENTRA PATS BOEM?
Morgen meer.

Johnny, Hans Sleutelaar en Jan Cremer in 1975

Johnny van Doorn (2)

Anders dan Bart Chabot denkt komt de kreet 'De geest moet waaien' niet van Johnny van Doorn maar van de dichter Hans Sleutelaar. De tweede prozabundel (1977) van Van Doorn draagt die titel ook omdat Sleutelaar daarbij als redacteur optrad. Johnny heeft me nog voorgedaan hoe Hans Sleutelaar deze legendarische tekst uitsprak. Zijn Sleutelaar-imitatie was beter dan het origineel, kan ik getuigen: 'Waaieh... geest moet waaieh...'.

Johnny was bij alles een voortreffelijk imitator, zijn overslaande Vinkenoog-stem onvergetelijk: 'Ik ben de dichter van de haat, ik ben geboren in een smalle straat..'  
De Sleutelaarstem daarentegen had in Johnny's mond een onovertroffen zeurderige, wat wegwerpende toon. Hij kwam van pas in de volgende anecdote, die Johnny me eens vertelde.
Op zekere dag troffen hij en Hans Sleutelaar elkaar in de stad, en Johnny nodigde Hans uit bij hem en Yvonne in Noord te komen eten. Waarop Hans een bloemetje wilde meenemen voor de gastvrouw.
Johnny vond dat overdreven. Maar Hans stond erop. Zeggende (hier komt de Sleutelaar stem); 'Dat vinden die vrouwtjes leuheuk.'
Johnny haalde z'n schouders op. Vond het onzin. Maar eenmaal aangekomen op het adres Het Laagt 145 reageerde Yvonne precies zoals voorspeld: 'O Hans, bloemen, wat enig.'
En ging ze onmiddellijk in het water zetten.
Waarop Hans Johnny aankeek en (met de Sleutelaar-stem) zei: 'Zie-je-nou-wel.'

Zaterdag zijn biograaf Nico Keuning, Johnny's vrouw Yvonne en de letterkundige Bertram Mourits (die schreef over de samenwerking Van Doorn-Sleutelaar) van 10 tot 12 te gast in de weekendbijlage van de Avonden om te praten over de biografie 'Oorlog en pap'. 

Tags: 
De Avonden (za) 28 november uur 3
Beluister fragment
De Avonden (za) 28 november uur 4
Beluister fragment
bij Johnny in de keuken, jaren '80: ''We mogen blij zijn dat we de jaren '60 te bóven zijn gekomen''

Roes (2)

In de aanloop naar het gesprek met Lieven de Cauter over 'De archeologie van de roes' ging ik m'n eigen roeservaringen na. Die met LSD was uitputtend. Het duurde zo'n 24 uur. Na een uurtje zag je de muren golven. Een paarse muur bleek uit rode en blauwe stippen te bestaan die vibreerden. Steeds kon je kiezen uit de binnenwereld, met gesloten ogen en die buiten. Niet dat dat veel uitmaakte. Het brein ging dóór. Zo zat ik een strip te lezen, die zich vanzelf voortzette als tekenfilm. Iemand gaf over op een helderblauw geschilderde vloer en wat ik - omlaagkijkend - zag was een koraalrif in een helderblauwe zee, waarna ik in een vloeiende overgang aan dat strand stond. Het woei er. Achteraf vreemd rook het er niet naar kots, mijn neus was afgeschakeld. Makkelijk kon je verstrikt raken in iets angstaanjagends.

Mijn ervaringen kwamen merkwaardig overeen met die van mijn vriend Johnny van Doorn. Binnenkort zijn ze te lezen in zijn postuum verschijnende boek 'Oorlog & pap'. Behalve zijn biografie door Nico Keuning bevat dat namelijk ook de tekst van de gelijknamige elpee uit 1980. Daar beschrijft Van Doorn 'Prachtige schaduwpartijen binnenskamers. Delftsblauwe golven, zonnebundels waarin stofdeeltjes als briljanten schitterden. Mijn lichaam leek gewichtloos aan mijn hoofd te hangen. Het huis waar we doorheen zweefden was een sprookjesgrot geworden. We stapten de deur uit. De mensen zagen eruit als stripdieren.
Intenser dan ooit rook je in het voorbijgaan de geuren van Verval, vleugjes parfum, een onverwachte zilte zeebries, benzinedampen, terwijl de oren gespitst waren op de geluiden van de grote stad die - verdomd - een bijna mystieke samenhang vertoonden. Alles wat ik zag kon ik naar believen, vergroten en verkleinen. Bijv. van een tram een dinky-toy tram maken. 
(...)
De kamer waarin ik zat was een ijskoude duistere spelonk geworden, waarin ik treiterend langzaam gemarteld werd met ontelbare geniepige weerhaakjes. De ene hel volgde de andere op. Monsterlijke kreaturen beten me, en krabden me met hun Klauwen. Of je nou je ogen sloot of niet, deed er weinig toe. In de opeenvolging van hellen stierf je duizend doden. Op een gegeven moment was ik onderin een krocht in het drijfzand geraakt. Ik werd opgeslorpt. Mijn moeder stond aan de kant te gillen. Ze gooide een touw naar me, dat ik net niet kon pakken. Half stikkend vermoedde ik dat DIT best wel eens Mijn Echte Dood kon zijn. Tot ik bovenin de krocht een smal reepje Blauwe Lucht ontwaarde. Dat gaf me houvast. Mijn geest kwam furieus in opstand. God mag weten waar de woorden vandaan kwamen, maar uit alle macht schreeuwde ik: 'Wilskracht! Marsch! Vooruit! Vuur!' 
En ik schóót uit de krochten van de geest. Ik herkende mijn kamer weer. 'Kitscherige hersenspinsels,' dacht ik. 'Het is gewoon het spookhuis op de kermis.'

Achteraf bleek Johnny een overdosis LSD vermengd met Belladonna te hebben genomen.

Tags: 
Johnny op school

Johnny van Doorn (4)

Bij de biografie door Nico Keuning komt ook het teruggevonden 'libretto' van Johnny's langspeelplaat Oorlog & Pap (1981). Cellist Ernst Reyseger en slagwerker Martin van Duynhoven verzorgden de geluidseffecten. Een fragment van kant twee:

('psychedelische' kakafonie van Ernst en Martin)

't Kabaal gehoord? Jaaa? Zo is het een kleine stap naar de LSD. Halverwege de Sixties kregen we er duchtig mee te maken. Talloze vrijgevochten mensen van mijn generatie gingen het gebruiken, LSD. We wilden weten wie we eigenlijk waren, en wat dat allemaal om ons heen beduidde, we wilden kosmische sensaties ondergaan want zonder dàt leefde je niet echt, dachten we. LSD, het middel van de toekomst, gonsde 't door de Westerse metropolen.
We hebben het geweten. Ik heb er nù nog wel eens pijn in mijn kop van.

(zoemerige klanken t/m kleurenpracht)

Zonder flauwekul, in het begin was het best aardig. Het vibreerde er op los. Soms kon je zelfs door de muren heenkijken – erg handig zoiets. Tippen van de sluiers werden opgelicht. GOD HIMSELF die door de verwarmingsbuizen sprak. TIK TIK, zei de verwarming – en inderdaad: the sounds of the Radiator. De geluiden van het Straálende. In morse sprak de Heer tot ons. En wat een licht en kleurenpracht!

Echter – voor ik me in het jeugdbederf stort, en dat ben ik geenszins van plan – is een Waarschuwend Woord noodzakelijk. Blijf er van af! Ik heb tientallen mensen gekend die in het middel zijn gebléven, de Kluts kwijtraakten en de Kluts niet meer konden terugvinden.
Vleermuizen, wandelende lijken, zwarte gaten.
Voor je het weet, zit je in het gekkenhuis.
Ik heb een persoon meegemaakt die onder LSD niet meer wegwilde uit het portiek van een lingerie-winkel waar hij zich had geposteerd.'

Tags: 
tekstcorrectie aan de keukentafel, bij Johnny thuis op het Laagt in Amsterdam-Noord (1984)

Johnny van Doorn (1)

Dezer dagen zijn Nico Keuning - biograaf van oa. Jan Arends en Bob den Uyl - en ik allebei in de weer met Johnny van Doorn (1944-1991), die dit jaar 65 geworden zou zijn. Reden voor de Bezige Bij om zijn werk - dat gebeurt dit najaar - weer onder de aandacht te brengen.

Nico is bezig met een monografie, waarvoor inmiddels uniek materiaal beschikbaar is gekomen uit de archieven Johnny's vrouw Yvonne (oa. een verzoenende brief aan zijn ouders na zijn tumultueuze optreden op Poëzie in Carré in 1966).
Ik schrijf schetsen van wat ik met hem meemaakte in de vele jaren van onze samenwerking.
En verder het uitbrengen van een nog ongepubliceerde tekst, namelijk het onverkorte 'libretto' van de langspeelplaat Oorlog & Pap, die in 1981 verscheen.
Een 'hoogstpersoonlijke documentaire' volgens Van Doorn 'over de geschiedenis van een generatie, die tegelijk mijn eigen geschiedenis is'.
Johnny van Doorn als chroniqueur: 'In razende vaart doorkruisen we de jaren veertig, vijftig, zestig en zeventig van het twintigste-eeuwse Nederland'. De tekst bevat ook terzijdes, regie- en muziekaanwijzingen voor cellist Ernst Reyseger en drummer Martin van Duynhoven en zo meer.
Groots denken was Van Doorn eigen. Vandaar dat hij voor de zekerheid op de plaat zette: 'deel 1'.Wat tot op deze dag de vraag naar een deel 2 oproept.
Later meer.  

Tags: 
rustig moment in de keuken in Amsterdam-Noord (jaren '80)
Johnny van Doorn (1944-1991)
'denk aan Theo Eerdmans'

Oudjaar bij Johnny en Yvonne

Hoe het kwam, geen idee, maar plotseling stond de warrige haardos van Johnny van Doorn in lichterlaaie. Een aureool van vuur was ontbrand rondom zijn gezicht. Gek genoeg had hij het zelf niet in de gaten.

Dat vuurwerk had ik in de Van Woustraat gekocht, met mate, maar toch. Johnny was er doodsbenauwd voor. Prevelde al doende af en toe flarden van zijn beroemde Vuurwerkgedicht, zijn eerste klankpoëzie uit de jaren '50. En riep bij herhaling 'Oppassen, denk aan Theo Eerdmans'. Waarmee hij doelde op het legendarische vuurwerkongeluk dat de grote quizmaster uit onze jeugd was overkomen.Eerdmans stond met oudjaar op straat met z'n kinderen vuurwerk af te steken. Hij gebruikte daarvoor een brandende sigarenpeuk. En toen, ach, wat deed de ongelukkige?Hij stak een rotje aan bij de lont, en in plaats van het vervolgens van zich af te gooien, wierp hij per ongeluk de sigarenpeuk weg en stak het rotje in z'n mond. Te laat bemerkte hij zijn vergissing. Denk om Theo Eerdmans!Met vereende krachten blusten we Johnny's haar - het viel mee - en gingen terug naar binnen. In de jaren voor hij plotseling stierf (1991) bracht ik menige oudejaarsavond door bij Johnny, zijn vrouw Yvonne en zoon Sindbad, in hun flat in Amsterdam-Noord. Freek de Jonge deed zijn conference, voortdurend luidop geïnterrumpeerd door Johnny. En dan werd er gekookt. Een soepje, een romige puree (spreek uit 'piree') en een salade of eigengemaakte bitterballen. Johnny kon voortreffelijk koken.

Tags: 
eenden van Constant Artz (coll. Nusselder)
meer eenden (coll. Nusselder)
Bernard Nusselder

Woensdagmiddaglicht

De schilder Bernard Nusselder (ook lange jaren verantwoordelijk voor de platenhoezen van Philips-Phonogram en ontwerper van het universele plastic CD-doosje) kende de in 1951 overleden eendenschilder Constant ('Cons') Artz. Hij was als jongeman bijna leerling of assistent bij de eendenschilder geworden, maar Artz vond hem niet goed genoeg. Nusselder was niet in de wieg gelegd voor eenden. Zijn werk neigde meer naar Pyke Koch.Maar assistentie was nodig, de eendenschilder werkte fabrieksmatig.

Hij gebruikte grote stukken meubelplaat, waarop hij vier identieke eendenschilderijen tegelijk maakte. Als ze klaar waren zaagde hij de plaat in vieren en lijstte in. Van elke vier schilderijen bewaarde hij er één op zolder 'voor mijn pensioen'. Hij verkocht niet slecht, in de Verenigde Staten moeten vele tientallen eenden van Cons Artz aan muren hangen.Nusselder bezit nog twee van die schilderijen. Ze deden me onmiddellijk denken aan het verhaal van Johnny van Doorn over het Arnhemse schilderijenfabriekje waar hij 'de Toets' aantrof, de oude meester die het magische 'woensdagmiddaglicht' aanbracht op rijen identieke doeken met visstekjes. Cons Artz wist van woensdagmiddaglicht en kleine glimmertjes. Of hij zich ook per eendje liet betalen, zoals Henriette Ronner extra jonge poesjes in rekening bracht, is niet bekend. Eenden van Artz hangen momenteel in 's Graveland in Galerie Wijdemeren.

Tags: 
Johnny van Doorn (1944-1991) tijdens een happening onstreeks 1963.
Foto Cor Jaring, gekregen van Jasper Grootveld.
''In vriendschap geplastificeerd door R.Grootveld op 30 sept. 1995.''
Met Johnny aan de keukentafel in zijn huis in Amsterdam-Noord (1987).

Gelukkige doden (2)

Met mijn vriend Johnny van Doorn zit ik op de Hoge Veluwe. Hij is midden in een gloedvol betoog over de zandgronden van zijn jeugd en wijst extatisch naar de toppen van de sparren: 'Ginder ligt Duit-se-land!'En dan zie ik hoe over het terras van De Koperen Kop een mannetje komt aangezet, hij beent recht op Johnny af.

'Van Doorn, Van Doorn,' roept hij, 'ik krijg nog een tientje van je.'Ontsteld roept Johnny: 'Man scheer je weg. Even ontstegen aan het stadse gewoel en dan komt daar zo'n snuiter om een tientje.' Zijn taalgevoel bereikt archaïsche hoogten.Heel Nederland krijgt nog een tientje of een geeltje van Johnny.Een dag later moeten we naar de Bezige Bij. De boenwaskraaktrap op. Achterin boven huist de redacteur van Johnny, die zo bang voor die man is dat hij me mee wil hebben bij het inleveren van drie nieuwe verhalen. We noemden hem onder mekaar het ijskonijn, kortweg 'het konijn'.Daar zitten we, als twee schooljongens. De alcoholist Van Doorn -altijd in geldnood- durft daar niet om drank te vragen op dit uur! Het konijn weet het en zegt op lijzige toon: 'Wat willen jullie drinken, cola, Sprite, appelsap...?' Johnny drinkt 's middags om half vier een flesje Sprite. De redacteur leest ter plekke de drie verhalen, terwijl wij zwijgend toekijken en Sprite drinken. Johnny knapt bijna. Eindelijk, eindelijk doet het konijn de velletjes terug in het mapje. 'Mum, aardig, moet nog wel wat aan gebeuren.'Johnny heeft z'n voorschot. Zelden is iemand zo snel van de Van Miereveltstraat naar Bodega Keyzer gekomen. Nooit heb ik het konijn meer gezien, Johnny daarentegen ontmoet ik nog bijna dagelijks in de stegen van wat hij zo graag noemde het 'spookslot Amsterdam'.

Tags: