Schapenvacht

 Toen ik na een nacht in z'n Normandische kusthuis in Ault aan Thom Mercuur vroeg waarom de zee 's nachts licht geeft, zei hij 'De zee zuigt het licht overdag op en straalt het 's nachts weer uit'.

 De beroemde Finse architect Juhani Pallasmaa zegt dat zintuigen voortdurend gezamenlijk opereren. Als je ziet hoor en ruik je tegelijk ook. Hij wilde niet meer een uitsluitend visuele architec­tuur maar gebouwen voor alle zintuigen en schreef 'De ogen van de huid'. Alle zintuigen, oog, oor, neus etc. zijn immers gespecialiseerde stukjes huid. Aan hem dacht ik bij 'Eiland' van Dorien Dijkhuis, in de nieuwe Extaze:

 ik stond een avond op de steiger van het eiland/ achter me gleed de veerboot terug de nacht in/ een verlichte zaal waar mensen waren/ de nacht was donkergroen

 op de dijk graasden schapen het zilveren gras/ hun vacht hield de dag nog vast, als zeilen bij zonsondergang/ voor me ademde het bos, daarachter sliep het dorp/ ik wist dat er ergens een bed was

 ik dacht aan jou, hoe jij niet hier bij mij was/ maar ergens ver weg een boek las, in de kroeg zat/ lachte, sliep, misschie­n/ aan mij dacht

 dat ik juist daarom het zilver zag, het donkergroen/ de adem van het bos, het flakkerend verlangen/ in een schapenvacht

Na Thom Mercuur

 Thom Mercuur (1940-2016) is niet meer onder de levenden. Maar wie het gedenkboek bekijkt dat in 'zijn' museum Belvedère in Oranjewoud te krijgen is ziet hem rondgaan. Daar en in zijn huis in Ault aan de Picardische kust, waar ik eens logeerde en de golven op de rotsen me een nacht vergezelden.

 En nu lees ik dat ook - onder meer - Foppe de Haan daar de nachtelijkse golven heeft gehoord. Zonder twijfel is Foppe ook meegeweest naar de haven van Le Tréport om de vis te kopen, die Thom 's avonds bereidde.

 Zee, en hoe je die schildert, vis en hoe je die eet. Bij Thom was wat aan de kusten gebeurde een geheel, een grote voorstelling. Ik weet nog hoe hij me in Le Tréport meteen vroeg 'spreek je Frans?' Terwijl ie dat huis daar toch vele jaren had en iedereen kende. Ik rekende af.

 Fries sprak ik weer niet. Thoms tweede museum - de vliegende schotel op pootjes bij Lauwersoog, half in zee - is er niet gekomen. Zijn dood was daar een gevolg van, denk ik nog steeds.

 Hij commandeerde vriendelijk en kreeg doorgaans zijn zin. Vaak belde hij me op, uit de auto, en gaf me het adres van een schilder waar ik onmiddellijk op atelierbezoek moest voor de radio. Dat deed ik dan, meteen.

 Thom Mercuur was het bewijs dat je aan kunst kunt doen, kunstboeken kunt uitgeven en zo meer zonder een klassieke, geschoolde kunsthistoricus te zijn. Op een heel andere manier. Namelijk door schilders te kennen.

 Morgen wat verder in Belvedère te zien is, oa. Krin Rinsema. Dochter uit een avantgardistisch Fries kunstenaarsgeslacht. 

Tags: 

I.M.Thom Mercuur

 Vannacht, even na drie uur stierf Thom Mercuur. Hoorde ik net van onze vriend Dave Meijer. Thom, die nooit ophield alles tegelijk te zijn en te doen: kunstverzamelaar, uitgever, kok, architect.

 De bouwer en directeur van het museum Belvedère in Oranjewoud was tot het laatst druk met een nieuw museum, te bouwen op Lauwersoog, een vliegende schotel boven het water vol kunst waar je ook kon eten. Want dat was het met Thom. Hier zie je hem met Dave aan de kade in Le Touquet vlak bij zijn huis aan zee in Ault, waar we logeerden en zijn theorie over het licht van de zee aanhoorden. Waarom, vroeg ik, na een nacht aan de branding en veel naar buiten kijken, is de zeespiegel 's nachts zo licht. Thom meende dat de zee overdag het licht in zich opzoog en dat bewaarde.

 In Le Treport kochten we vis voor die avond. Thoms schilderijenverzameling - nu bij Belvedère - omvatte heel veel zee, strand en vis. Schilderijen en eten gingen bij hem hand in hand. Ik heb eens een maaltijd bij hem gegeten in zijn gemaal - terwijl zijn verzameling lokeenden ons aanzag - die uit louter paling bestond, ik at als nooit. En overleefde.

 Hij was een Fries en niet zuinig, zijn Friesland was dat der 17 oude provinciën, inclusief Picardië.

 Zijn museum op Lauwersoog, boven zee, een schitterend ontwerp, ging net niet door. Verdrietig. Wie omhelst dit plan? Ons bedachte bezoek aan Roger Raveel kwam er niet van omdat Raveel stierf.

 En nu is ook Thom heen.

Tags: 

Het water van Jonas Snijder

 Vanmiddag bij Thom Mercuur in zijn expositie-gemaal in Gersloot bij Heerenveen, om het werk van Jonas Snijder te zien. Water hangt daar, niks als water. Rustig, onrustig, rimpelend, klotsend, spiegelend. En kijk je uit het raam dan zie je het zelfde, aan alle kanten water.

 Snijder de Amsterdammer werkt met pastelkrijt. Indrukwekkend hoe hij het water in zijn macht heeft. In Museum Belvedère, in het nabije Heerenveen is hij tegelijkertijd een van de zes deelnemers aan 'Lichtobservaties' in series. Daar hangt behalve water van hem ook een serie bos. Hij groepeert zijn pastels in 'blokken', die als geheel een spanning hebben. Die composities lukken wonderwel. En zo kom je aan een wand terecht in wat een woud is. Dat woord. Boomstammen waardoorheen een open plek kan schemeren achter struikgewas en stronken. Zodat meteen de vraag rijst waar was ik. Dit zijn verdwaalbossen.

 Voor zijn waterwerken - nieuw voor mij - geldt ook zoiets. Water verdubbelt, verveelvoudigt de wereld. Verdwalen in water, dat kan. Wie lang genoeg naar een bewegend wateroppervlak kijkt is weg. Dat overkomt je bij het werk van Jonas Snijder. Er is een erg mooie catalogus.

 Eerst dus naar Belvedère en daarna naar Gersloot. Dit is voorlopig Thom Mercuurs laatste tentoonstelling. Hij gaat even zuidwaarts, Spanje, Portugal. Uitrusten. Of ie daar musea wil zien?  'Ja, maar niet te veel,' zegt de Friese vriend, 'Ik hou niet zo van dat katholieke gedoe.'

Fries?

 Bestaat er een Friese schilderkunst? Een Friese identiteit? Het lijkt me een schijnprobleem. Als genoeg mensen er zo over denken is het zo.

 Thom Mercuur, stichter van Museum Belvedère denkt er zeker zo over. Voor hem is Friesland zo groot als de zeventien provinciën, discussie gesloten. De vraag wat het waard is mag ieder voor zich beantwoorden.

 Vanmiddag zag ik in Belvedère de schilderijen van Willem van Althuis, een ontdekking van Thom. Maar voor mij deed het er werkelijk niets toe of ze in de Po-vlakte gemaakt waren of in Dronrijp. Hardnekkige mist komt in waterijke gebieden veel voor, dat staat vast, en is voor schilders vaak bruikbaar. Het oogt goed en suggereert veel.

 Willem van Althuis (1926‑2005) begon laat. Een stratenmaker uit Dronrijp, die na reizen door Amerika tenslotte in Heerenveen belandde en daar schilderles nam. Wat hij maakt ligt op de grens van iets en niets. Dat sprak ook K. Schippers aan, die in 1975 een documentaire over hem maakte waarin Althuis weinig zei.

 Mistig kan net zo goed spannend en suggestief zijn als vaag en uitdrukkingloos. Dat laatste overheerst bij Willem van Althuis. Hoe hard hij soms ook probeert Mark Rothko-effecten te bereiken, zijn mist verhult dat hij niet veel te zeggen heeft en meer een poetser is dan een schilder.

Tags: 

Eb en vloed (3)

 Vanavond is ie te horen in de Avonden. Thom Mercuur (72), na het Belvedère in Oranjewoud bedenker van een nieuw museum dat er in 2014 moet staan.

 Eb en vloed, op ijzeren poten in het zeegat bij de haven van Lauwersoog, waar land, lucht en water samenkomen. De getijden onder je voeten, Thom's collectie maritieme schilderijen uit Friesland tot België en Frankrijk aan de wanden. En vis op je bord, want vis en vissers zijn niet alleen om naar te kijken. 'Organisch' heet dat. Er ligt een bokking op een bord klaar voor het avondeten als ik bij hem binnenkom. Aanraken, kijken, eten. De zee trekt, altijd. Binnenkort gaat ie het Duitse en Deense wad verkennen. Ook daar wordt geschilderd.

 Het museum zal opgaan in het landschap. Zoals Belvedère dat doet in het landgoed Oranjewoud, zo zal je in Eb en vloed uitzien op de vissershaven en Schiermonnikoog in de verte. Rond wordt het, en van het zelfde ijzer als de schepen ginds. 'Goedkoop in het onderhoud.'

 Vanavond meer over de vele manieren waarop land aan zee grenst. In zijn jeugd allereerst bij de verbazingwekkende Afsluitdijk.

Tags: 

Eb en vloed (2)

 Morgen naar het Noorden om te horen wat Thom Mercuur samen met architect Gunnar Daan en ontwerper Gert Jan Slagter heeft uitgedacht. Eb en vloed: een Kunstpaviljoen aan het zeegat van Lauwersoog.

 Waar tezamen moet komen wat Mercuur drijft. Het staat er zo langs de neus weg in zijn 'Bidboek' aan de provincie: 'Twintigste-eeuwse en hedendaagse kunst gerelateerd aan natuur, vis en zee.'

 Wat je in musea uit het raam ziet van de omgeving heeft invloed op hoe je naar het tentoongestelde kijkt. Of het nu in het Mauritshuis is, in Teylers of in het MMKA in Arnhem. Maar dit? Zou je ergens ter wereld een museum vinden waar binnen en buiten zo in elkaar grijpen? Hier bewegen de getijden onder je voeten en ligt een geschilderde vis even later op je bord. De horizon wenkt en de vissersschepen bewegen aan de wand en in de verte.

 In 1969 werd het Lauwersmeer afgedamd, een ramp voor de vissers, voor de omgeving een historische vergissing. Misschien kan Thom er iets van goedmaken. Zoals de Finse architectuurguru Juhani Pallasmaa zei: 'Ik ervaar een bouwwerk met al mijn zintuigen tegelijk.'

Tags: 

Eb en vloed

 Binnen een jaar kan het er staan. Zegt Thom Mercuur, eerder stichter van het Belvedère Museum in Oranjewoud.

 Ik zag zijn bidboek dat ie voor de provincie Gronin­gen maakte: een kunstpaviljoen, in de haven van Lauwersoog. Een vliegende schotel, geland bij de aan­legsteiger voor de boot naar Schiermonnikoog, aan het zeegat, op de grens van land en water. Ontworpen door Gunnar Daan.

 Eb en vloed. Zo zal het heten. Net als zijn afscheidsten­toonstelling drie jaar geleden in Oranjewoud. Volgende week ga ik naar hem toe voor de Avonden. Dan zal ie het me voor ogen toveren. Zie de tekening: het wordt rond en staat op palen boven de getijden. Twee verdiepingen. Op het dak komen zout­min­nende planten. Daaronder eten en drinken, uitzicht en een per­manente kunstcollectie, maar ook ten­toonstellingen.

 Zeeschilders bij de vleet. In het bidboek zie ik al Jan Roos, schilder van de haven van Harlingen, maar ook zijn vriend Roger Raveel, Klaas Gubbels, Robert Zandvliet en Constant Permeke uit z'n verzameling. Het wad van Thom Mercuur reikt tot ver langs de Franse kunst. Dit is het plan, de kans dat het doorgaat groeit met de dag.

Tags: 

Jan Snijder (2)

 Wat is een landschap? Zet je voeten erin en met elke stap verandert het. Al lopend schep je een wereld. Daarover kun je praten met Jan Snijder.

 Het getijdenlandschap van het wad wordt bij hem lichamelijk, tastbaar.  Van water tot modder tot vaste grond. Zand, blubber en al wat daar tussen ligt. Plus de vogels die daarin thuis zijn. 't Is maar goed dat verf - in zijn geval eitempera - zo mooi tussen vast en vloeibaar zwerft. Lagen over elkaar, dik en dun.

 Snijder wandelt waar hij woont, op het wad en over de eilanden. Zijn schetsboeken zijn zelden direct materiaal, meer om zich in te prenten. Eenmaal thuis komt de improvisatie. Het oproepen van de ervaring, en tegelijk wat die losmaakt. Het knipperen tegen de zon. Jan Snijder spettert je van het doek tegemoet.

 Maar die spontaniteit is schijn. Hij werkt met het doek op de grond. Zodat ie heel vloeibare verf kan gebruiken. Eitempera, waar je zowel olie als water aan kunt toevoegen en dat snel droogt. Ondanks alle de schetsen in het veld is er geen compositie vooraf. Die ontstaat al doende. En is nooit panoramisch, Snijder kiest altijd voor één scène. Morgen na 22.00 in de Avonden meer.

Jan Snijder (1)

 Ontmoette ik vanmiddag in het Tripgemaal in Gersloot, samen met Thom Mercuur die daar zijn werk heeft opgehangen. Temidden van wat wel de grootste verzameling lokeenden ter wereld moet zijn.

 Alles klopt. Jan Snijder hoort tot de schilderskring die Mercuur om zich heeft verzameld. Snijder is een waterschilder. Hij vertelt hoe hij urenlang aan waterkanten doorbrengt. Water ziet er altijd anders uit, en lang niet altijd als water. Zijn indrukken krabbelt hij in schetsboekjes, net als Isaac Israels dat eens deed. In zijn hoofd ontstaat gaandeweg het idee voor een momentopname. En later, in het atelier krijgt dat moment vorm. En ontstaat er een schilderij dat eruit ziet of het aan de waterkant vliegensvlug, nat-in-nat op het doek is geslingerd.

 Maakbare momenten. Die de hurkzit aan de waterkant bewaren, de eeuwig andere beweging van deining tegen basalt of verrotte paaltjes. Zoals hier bij wat wel een wak lijkt waar eenden samenscholen. Of? Waar bij anderen strakke horizonten hun wil opleggen is bij Snijder alles voortdurend in beweging. Onuitputtelijk landschap.