Augustinus

 Nooit raak ik uitgekeken op de kruisiging. De stervende naakte man met onder aan het kruis zijn moeder, zijn vriendin, maar ook altijd een bonte groep vrouwen in de elegant­ste kleren die je maar kunt verzinnen, behangen met juwelen. Ze zien er uit of ze net van de kapper, de kleermaker en de juwelier komen. De stervende zou hun parfums moeten kunnen ruiken.

In dit tafereel vermoed ik de kern van het katholieke geloof. De tegenspraak is schijn. Deze dingen bestaan naast elkaar en zijn daarom elk voor zich niet minder waar. In het Catharijneconvent in Utrecht zag ik eens een tentoonstelling over het kloosterleven. En zie daar lagen in vertaling de kloos­terregel van Augustinus uit het jaar 397 met een in­leiding van Kees Fens. Hoogst verwarrend om eerst al die vrouwen te zien en daarna te lezen wat nonnen ‑ echtgenoten van Christus ‑ allemaal niet mochten.

 'Of u nu loopt of stilstaat, in uw kleding en in al uw bewegingen mag u niemands lust opwekken.'

Wat rook de stervende zoon Gods?

 'Wassen van het lichaam en gebruik van het bad vindt niet voortdurend plaats, maar om de zoveel tijd zoals gebruikelijk, dat wil zeggen eens per maand.'

 'Ook al valt uw oog eens op een man, u mag de blik nooit strak op iemand gericht houden.'

 Kerkvader Augustinus had een vriendin en leefde als een heiden voor hij zich bekeerde. Hij wist waar hij het over had.

Tags: 

Slapine

 De naam Beverley Nichols is voor mij verbonden met het boek 'De boom die was gaan zitten' (1949), dat me op mijn vijfde jaar in het landgoed Huis te Eerbeek werd voorgelezen door tante Ans, toen ik zelf nog niet lezen kon.

 Na haar verhuizing heb ik het boek nooit meer teruggezien. En nu heb ik het opeens in handen. En ontdek ook hoe tante Ans dingen veranderde. Zo maakte ze van Mevrouw Bunzing een Mevrouw Stinkdier, de vrouw waar iedereen voor terugdeinst.  In de zittende boom is een winkel van een oude dame waar de dieren van alles kunnen kopen. Ook het slaapmiddel Slapine. Er is, zoals bekend, veel slape­loosheid onder dieren. Hoe kom je aan Slapine? Let op:

'Altijd, als een kat of een hond of een veldmuis of een ander dier ligt te slapen, zit er in de lucht, die het uitademt, door zijn neus of door zijn mond, een klein beetje Slapine. Die blijft tegen het plafond hangen, of ze vliegt het raam uit. Maar als je een stopfles neemt, en die dicht bij de slapende neus houdt, dan komt er heel wat van de Slapine in de fles en daar blijft het dan zitten. Als je de kurk erop  doet en de juiste toverspreuk over de fles uitspreekt, kun je het wel een maand lang bewaren. En als je het dan weer uit de fles giet, raak je er van in slaap.'

 Eerder beschreef ik al - uit m'n hoofd - hoe de misdadige Sam van Slapine Wakkerine maakt, een soort speed. Lees maar na.

 De plaatjes van Isobel en John Morton Sale heb ik nu weer. Zoals van de heks met haar padden die je in je oog spuwen. En van Mevrouw Stinkdier. En ik ben weer vijf jaar oud.

 Met veel dank aan Mark Olofsen.

Fawlty Towers

 Randy Newman vroeg me eens waarom Europa niet net als de Veren­igde Staten een geheel kon worden. Ik zei dat ik dacht dat het door het taalverschil kwam: 'Als iemand je taal niet of slecht spreekt dan denk je toch dat hij een beetje ie gek is.' En ik haalde Fawlty Towers aan: 'I know nothing, I am from Barcelona.' Niet Basil Fawlty maar Manuel, die raar praat, is gek.

 Op Sardinie kwam ik een Italiaanse schoolklas tegen die blij verrast de buitenlander begon aan te spreken. 'Do you speak English' vroegen ze, aangemoedigd door hun leraar, de een na de ander. Maar als ik 'Yes' zei bleef het stil. Duitsers en Fransen spreken Engels tegen Neder­landers, de lingua franca van de EU.

 Vreemd dat binnenkort de Engelsen, die al geen talen spreken ook geen Europe­anen meer zullen zijn. Wat ze voor hun gevoel al nooit waren. Je hebt Engeland en 'the con­tinent'. De overtocht, de crossing, is voor het gevoel niet alleen een oneindige zeereis, het is een psychische barriere die Napol­eon, noch Hitler ooit durfden oversteken. En nu, vijftien januari 2019 zal de ironie ernst worden.

 Basil Fawlty zal besluiten dat het Verenigd Koninkrijk uit de EU moet, die immers een samens­choling van krankzinigen is. Hoor hoe raar ze praten!

Tags: 

Bestaan

 Veel schrijvers werken met de seizoenen mee. Breekt de lente aan dan fluiten ook in hun roman de vogels de personages om de oren. Fernando Pessoa's Boek der rusteloosheid is geen roman, maar een soort van dagboek van zijn personage Bernardo Soares, en schrijvende kantoorman. Waarin op 8 januari 1931:

 'Ik heb lang niets meer geschreven. Maandenlang al leef ik niet meer, duur ik slechts voort tussen het kantoor en mijn fysiolog­ie, terwijl innerlijk mijn denken en voelen stilstaan. Helaas betekent dat geen rust: rotten is ook een proces.

 Ik heb niet alleen lang niets geschreven, maar ik besta zelfs al lang niet meer. Ik geloof dat ik nauwelijks droom. De straten zijn straten voor me. Ik doe mijn werk op kantoor zonder me van iets anders bewust te zijn, hoewel ik vaak verstrooid ben: in plaats van na te denken slaap ik dan. , maar ik ben wel een ander achter mijn werk.

 Ik besta al lang niet meer. Ik ben volkomen rustig. Niemand onderscheidt mij van wie ik ben. Zojuist merkte ik dat ik ademhaalde, alsof ik dat nu pas of nu pas voor het eerst had gedaan. Ik begin te beseffen dat ik een bewustzijn heb. Misschien kom ik morgenvroeg weer tot mezelf en neem ik de draad van mijn eigen bestaan weer op. Ik weet niet of ik me dan gelukkiger of minder gelukkig zal voelen. Ik weet niets. Ik hef al wandelend mijn hoofd op en zie dat op de helling naar het Kasteel de zon, die er recht tegenover ondergaat, in tientallen ramen brandt met een felle weerschijn van koudvuur. Rond deze harde, vlammende ogen is de helling lieflijk zacht van het einde van de dag. Ik kan me tenminste bedroefd voelen en bedenken dat die bedroefdheid zojuist werd gekruist door het plotselinge tingelen van een tram, die ik met mijn oren voorbij zag rijden, de toevallige stemmen van pratende jongelui en het vergeten gefluister van de levende stad.

 Ik ben al lang niet meer ik.'

Tags: 

Werk ohne Autor

 Florian Henckel von Donnersmarck, bekend van Das Leben der Anderen, ging uit van het leven van schilder Gerhard Richter.

 En stortte zich weer in de Duitse geschiedenis. Een schilder in DDR-Dresden maakt socialistisch realisme. Werk waarin hij zelf niet voorkomt. Immers decadente Westerse kunst gaat alleen maar over Ik, Ik, Ik.

 Hij vlucht naar het Westen, waar Joseph Beuys zijn leraar wordt in Düsseldorf. Die zegt: 'Wat waar is, is mooi.' Als schilderen geen vak meer is dan ben je er alleen nog zelf. En zo komt Kurt uit bij jeugdfoto's en karakters uit zijn leven die de Duitse geschiedenis verpersoonlijken.

 Hij gaat zijn eigen verhaal schilderen. Zo heeft hij als jongetje gezien hoe gekken werden af­gevoerd om het ras zuiver te houden. De chef-arts die dat deed wordt merkwaardigerwijs nu zijn schoonvader. En pleegt abortus bij zijn eigen dochter om zijn familie zuiver te houden.

 Ik zag een legpuzzel vol al te toevallige samenlopen, die aan het eind, toen het laatste stukje op z'n plaats gelegd was, inderdaad precies bleek te kloppen. Wat hindert, kunst moet onaf genoeg zijn om de toeschouwer wat ruimte laten.

 De geschiedenis is er. Wat kan je er als kunstenaar nog aan toevoegen? Zo zijn we terug bij Beuys.

Linksaf

 Museum is geen beschermde titel. Loopt je café in een dorp in Oost-Vlaanderen slecht dan hang je wat Langcat-borden en affiches op en het opschrift 'Biermuseum' aan de gevel.

 In zijn boek 'De museale snelweg af' bezoekt Karel Schampers nauwelijks bekende musea in België en Noord-Frankrijk. Ik hou ervan, de woonhuizen van lang gestorven schilders die de gemeente of hun familie onderhoudt voor schaarse bezoekers. Soms lastig te vinden. In moet altijd nog naar het Museum Gust De Smet in Deurle aan de Leie, even voorbij Gent en Sint Mar­tens Latem. Let op de openingstijden! Hij liet zijn huis annex atelier met honderden werken na aan de gemeente.

 En dan meteen door naar het grotere Museum Dhondt-Dhaenens, vlakbij, waar de collectie van een rijk echtpaar te zien is. Onbekende Tytgats ga ik er zien, Frits van den Berghe, Ensor, Spilliaert en De Saedeleer. Het Raveelmuseum en het graf van Gerard Reve zijn om de hoek.

 En dan naar Tournai/Doornik voor het door Horta in jugendstil gebouwde museum vol onbekend werk van Franse impressionisten en zelfs Van Gogh. Aangevuld met Bruegels en Gossaert. Maar eerst wat beter worden.

 En een dag later toch eindelijk het Zwembad dat een Museum werd in Roubaix, gebouwd voor de arbeiders. Met beelden en schilderkunst uit de 19de eeuw rond het nog altijd gevulde bassin.

 Is daar het museum? Ja, en dan nog even linksaf.

Tags: 

Landschap van de geest

 De titel van 'Wanderlust' van de Amerikaanse Rebecca Solnit verwijst naar de 19de-eeuwse Körperkultur, naar de turnvereniging van Vater Jahn. Naar de sportieve zomerkampen waaraan Franz Kafka deelnam en als enige zijn onderbroek aanhield. Maar, hij is wel assistent-badmeester geweest.

 Lopen, het ene been voor het andere zetten, kan met bijna alles te maken hebben. Van militaire parades tot processies, van wedstrijden of 'silly walks' tot de begaanbaarheid van wegen. Zelf loop ik met een stok.

 Als mensen steeds de zelfde route kiezen door onbebouwd land, ontstaat er een paadje, een weggetje. De beschaving baant zich een weg te voet. Het landschap wordt aanraakbaar, ruikbaar, hoorbaar en verzet de geest door steeds nieuwe indrukken.

 Vrouwen op straat blijft penibel. Een hoer is nog steeds een streetwalker.

 Zoals Willem Brakman het 'denkfietsen' benoemde was er altijd al het 'denklopen'. Natuurlijk is de geest ook een landschap. Maar pas de laatste tijd is het lichaam terug op straat, in parken. Het bewegen ervan om gezondheidsredenen is nog recenter. De zondagse familiewandeling, meer was er niet. Mijn vader heeft nooit gewandeld en toen de auto er eenmaal was ook nooit meer gefietst.

 Geleidelijk leerde ik dat met elke stap die je zet de wereld verandert, dat hoe je loopt beïnvloedt hoe je denkt. Je hoort het. Lopen is ook muziek maken. Kinderen huppelen. Maar meestal gebeurt het ongemerkt. Schilders als Caillebotte hebben dat gezien en de wandelaars voor altijd stilgezet. Zolang je nieuwsgierig blijft naar wat er om de volgende hoek is leef je.

Engel

 Nachoem Wijberg heeft een bundel gemaakt die heet 'Om mee te geven aan een engel'. Waarin hij de lezer meeneemt naar het rijk van het onzekere, het vluchtige. Waar je engelen ontmoet, toeristen of vluchtelingen. Het omslag zegt dat hij schrijft 'over engelen die tussen ons bewegen en meenemen wat wij opgeven of kwijt kunnen.' Reddende engelen? Een hemelse opruimdienst?

 In bijna elk gedicht gaan ze rond. Dit heet eenvoudig 'Engel':

 'Stel, wie de wereld gemaakt heeft van wat een moment was alsof het al opgegeven was,/ zegt dat hij een engel is geworden/ omdat hij bang was anders helemaal geen werk meer te hebben. Of omgekeerd,/ wie een engel lijkt/ wordt gevraagd iets kleins terug te brengen naar van wie het kwam, maar hij weet,/ niet meer/ wie het was, dan wordt hij het zelf maar.

 Wat denk je dat je niet op kan geven/ zolang je hier nog even blijft, begin met proberen waar je misschien nog zonder kan,/ al wil je dat niet waar ze je kunnen zien. Je vindt een afstand­sbediening voor/ andermans vleugels en loopt langs de huizen terwijl je op knoppen drukt,/ kijkt niet eens door de ramen wat er gebeurt, maar loopt snel verder wanneer je/ schreeuwen hoort.

 Wat ligt in die hoek,/ tegen de muur, twee stapels lakens? Nee, het is een lage bank/ en er zitten twee engelen op zo lang al, ze zijn in slaap gevallen, niet tegen elkaar aan.

 Een toerist of een engel komt tegen/ wie een moment geen toerist is - als hij zijn papieren niet kwijtgeraakt was zou hij/ het kunnen laten zien,/ en dan wordt hem gevraagd: maar weet je zeker dat je die niet weggegeven heb?

Pessoa's theekopje

 Er is een nieuwe, herziene, en uitgebreide druk van het Boek der rus­teloosheid van Fernando Pessoa, vertaald door Harrie Lemmens. Dit is aantekening 366:

 'Zinloze landschappen als op Chinese theekopjes, die beginnen bij het oor, rondlopen en abrupt eindigen aan de andere kant van het oor. Die kopjes zijn altijd zo klein... Waarheen en met wat voor porseleinen (...) zou dat landschap zich uitstrekken, dat nu niet verder gaat dan het oor van het kopje? Sommige zielen kunnen een diepe pijn voelen om het feit dat de landschappen op Chinese waaiers niet driedimensionaal zijn.'

 Het theekopje moet dus niet met de hand beschilderd zijn, maar met een stempel bedrukt, dat niet helemaal past. Pijnlijk, elke keer dat je er naar kijkt. Zoals de uit stof met een groot bloempatroon zelf gemaakte rok die mijn moeder op vakantie droeg. Waarvan het bloempatroon bij de naad aan de achterkant eindigde in een grote, halve dahlia.

 Waarmee ze door Venetië liep.

Tags: 

Wandelen

 In de oude tijd had je een paard, wie arm was moest te voet. Maar er waren schrijvers en filosofen die het wandelen ontdek­ten als een speciale manier om de geest aan het werk te zet­ten.

 In haar op z'n Duits 'Wanderlust' genoemde boek schrijft Rebecca Solnit een geschiedenis van het wandelen. Jean-Jacques Rousseau beschreef als eerste de omstandigheden waaronder zijn overpeinzingen al wandelend ontstonden. Die wandelingen zijn ook genummerd. Zo beschrijft hij in wandeling nummer vijf  het geluk dat hij vond op het eiland St.Pierre in het Zwitserse meer van Bienne. Botaniseren en bootje varen in landelijke rust, dat was het. Later probeerde hij in Ermenonville bij Senlis zo'n eilandje na te laten maken in een vijver, waar hij begraven werd. W.G. Sebald schreef er over.

 Ook Sören Kierkegaard wandelde, vooral in Kopenhagen. Eerst converserend met zijn vader in de huiskamer. Later ontving hij zelden mensen thuis maar ontmoette ze op straat. De straten van Kopenhagen waren zijn ontvangstruimte. Daar hoorde hij nieuwtjes en roddel en kon hij ontmoetingen kort houden.

 Een eenzame wandelaar zondert zich af van de wereld en heeft er tegelijk contact mee. Het wandelen maakte hem ook los van zijn getob en gepieker. In 1848 schrijft hij hoe jij 'op weg naar huis wordt overvallen door gedachten die dringend moesten worden opgeschreven. Thomas Hobbes had een oplossing, in de knop van zijn wandelstok liet hij een inktpotje monteren.