Schaduwen

 Gisteravond liep ik een lang stil stuk waar maar af en toe een straatlantaarn stond. Een paar keer had ik de indruk dat er iemand achter me liep. Maar wat ik ook keek, niemand. Het was mijn schaduw die soms achter me verdween, dan weer voor me opdoemde. Meerdere schaduwen soms zelfs.

 In zijn boekje 'Shadows' legt Ernst Gombrich uit hoe schilders dat probleem oplosten. Schaduwen blijven raadselachtig. Ze ontsnappen ons voortdurend, veranderen van vorm. Je kunt ze niet vastpakken, ze bieden geen houvast in een wereld waar alles vastligt. Je kunt ook door ze heenkijken.

 De Engelsen hebben zelfs altijd naast hun regering een 'schaduwkabinet', waarvan het spook Jeremy Corbyn de schaduw-premier is. De Grieken meenden dat wij in een hiernamaals onder 'angstig piepende' schimmen zouden voortleven.

 Maar, wat een schaduw werpt moet wel concreet zijn. Vampiers hebben geen spiegelbeeld. Was het niet Peter Schlemihl die zijn schaduw aan de duivel verkocht?

 Lang geleden leerde ik aan een vormingsinstituut het schimmenspel kennen. Een haas met een oogje, met je vingers voor een lamp maken, maar dan verder, met prinsen en prinsessen.

 De wereld van de schaduwen blijft vol raadselen. Op vazen uit de oudheid zie je nooit schaduwen. Ook de Chinezen lieten ze weg. Waarom?

Tags: 

Wrong side

 Chuck Berry groeide op in East St. Louis, wat in zijn biografie genoemd wordt de 'wrong side' of the river  In Den Haag was 'het veen' de wrong side van de stad. Iedere stad heeft een wrong side, van een rivier, een spoorweg.

 Alastair Bonnett beschrijft het in zijn 'Off the map' zo: 'When borders change, some unlucky communities end up on the wrong side of the wire and wake up to find they are foreigners in their own country.'

 Het veen of het zand? Wim de Bie komt net als ik uit het buurtje in Den Haag-West dat de wijk Bohemen is genoemd. Waarom moet ik hem nog eens vragen, hij weet die dingen. Het ligt aan de rand van het kassen­gebied met tuinderssloten waarlangs in onze jeugd de groen­ten nog werden af­gevoerd met platte schuiten. Het veen dus. Aan het eind van mijn straat verhief zich het zand, het hoger gelegen duingebied van Meer en Bos.

 Wim belde toen hij bezig was na de dood van zijn moeder het ouder­lijk huis te ontruimen en ver­telde dat hij in de kruiprui­mte - de huizen daar hebben geen kelders - was geweest.

'En raad eens wat ik daar vond? Zand!' We hadden het er eerder over gehad. Ik ken die kruipruimten, bij mij thuis was er net zoeen, Maar ik moest Wim teleurstellen.

'Dat zand is waarschijnlijk duinzand dat op het veen gestort is voor er gebouwd werd. Ik herinner me resten van de bouw in het tuintje van mijn vader, er zaten nog stukken kalk en baksteen in.

Wim en ik komen van het veen, niets aan te doen.

Wijken

 Engeland heeft zich verstrikt in de wil van het volk. Ernstige, ervaren mensen als Michael Heseltine waarschuwen dat Brexit een stommiteit is waar generaties nog last van zullen krijgen. Maar alweer gaan er stemmen op voor een nieuw referendum.

 Terwijl ieder verstandig mens weet dat je referenda alleen moet houden over simpele kwesties waarover 'het volk' een mening kan hebben die hout snijdt. En die niet geleid wordt door goedkope patriottische sentimenten.

 Helaas de 500 pagina's van het onderhandelingsakkoord met de EU zijn niet eenvoudig. Wat is verstandig? Wat zou de volkswil nog kunnen bijdragen?

 Het referendum, de doodlopende steeg waarin de democratie terecht komt als het populisme z'n zin krijgt. Opgejut door volksmenners als Boris Johnson die er garen bij spinnen.

 En ik raadpleeg Gerard Reve:

 'Ze willen dat ik schrijf/ voor de vooruitgang./ Maar ik kan niet schrijven zoals zij,/ al stam ik van hen af./ Ik moet de wijken van het volk in/ en mijn oor te luisteren leggen:/ zo hoor je nog eens wat./ Wat wil het volk?/ Niet veel goeds, dat is zeker./ Dus ga ik de straat op,/ met mijn eigen vaandel/ Waarop geschreven staat:/ Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!/ Lang leve de dood!'

Hoe een eiland afdrijft

 Wat mankeert er aan ons. Vraag het de Engelsen. Toen ik op het bed van John Lennon en Yoko Ono zat en Yoko zich in zijn ogen vreemd gedroeg zei John: 'She's foreign you know.'

 Daar heb je het. Wij zijn 'foreign'. En reddeloos. Je kunt ons hooguit voor de grap nadoen. Denk aan ober Manuel in Fawlty Towers, de Fransen in 'Allo, allo' of Inspector Clouseau van Peter Sellers. Gekken zijn het, die buitenlanders. Van een minder soort. Je moet er niks mee te maken hebben.

 Na de volksstemming over Brexit schreef ik oa.: 'Desastreuze uitsl­agen voor de moedige mevrouw May. Oorzaak: hoogmoed. Public schoolboy Boris Johnson die ze Brexit aansm­eerde liet zich niet zien.

 In zijn 'Monoloog van een anglofoob' legde W.F.Hermans nog zo mooi uit wat een 'public school' is: '...een soort kostschool. De kost bestaat uit havermout, appelstroop en oude cricketballen.' En hij voegde toe: 'Het is bekend dat er op een public school niets maar dan ook niets onderwezen wordt'.

 Maar het mooist is hoe Michael Flanders en Donald Swan de Engelsen duidelijk maakten hoe ze denken over 'buitenlanders': 'It's not that they're wicked or naturally bad. It's knowing they're foreign that makes them so mad.' Aldus hun 'Song of patriottic prejudice' (1965)

De splendid isolation van Disraeli is niet meer. En ik neurie met Ray Davies:

I'm on an island

And I've got nowhere to swim

Oh what a mood I am in

I'm on an island.'

Gräns

 De trollen zijn onder ons. Nu ja, onder de Zweden, in de film Gräns van Ali Abbasi. Misschien zijn het Finnen. Zoals alle vreem­delingen zijn ze eigenlijk geen mensen, maar hier echt. Iets tussen mens en dier, dat liefst stiekem insecten eet.

 Ze draaien mee in de mensenwereld en dragen zoals Tina een uniform van de douane, welk werk zij wonderlijk goed doet omdat ze alles waarneemt met een extra zintuig.

 Ze ontdekt pas dat ze een trol is als er een soortgenoot de douane passeert. Ze hebben iets Neandertaler-achtigs en zijn niet lief.

 In de film is dat haarfijn uitgewerkt, de tweegeslachtelijkheid komt in beeld, inclusief vreemde geslachtsdelen, zelfs de onmenselijke baby's die ontstaan met een staartje.

 Nee, ze zijn geen mensen, afstotelijk, huiveringwekkend, vies. Alleen grenswacht Tina is geadopteerd en opgevoed door vriendelijke mensenouders en leeft tussen beide soorten.

 Het onderwerp van de film zou 'de vreemdeling' moeten zijn, die eigenlijk niet menselijk is, maar de fantasie van regisseur Abbasi slaat op hol. Er ontstaat een heel nieuw mengras.

 Geert Wilders zou zeggen 'zie je wel'.

Spinnie

 Striptekenaar Stan Lee, grote man bij Marvel Comics, beden­ker van oa. Spiderman en de Hulk. is overleden. Achter die helden gaat altijd een padvinder schuil, die voor zijn oude tante zorgt, die hem opvoedde, en vaak gered moet worden.

 Peter Parker moet zich steeds razendsnel verkleden. Die dubbele iden­titeit vind je ook bij Superman, maar de verlegenheid van Spiderman en The Hulk is hun kenmerk. Ze hebben een lullig baantje en zijn daar het bleekneu­sje. Het inhouden van woede over apert onrecht is hun drijvend thema. Groots zijn de momenten waarop kern‑geleerde Dr. Bruce Banner uit zijn kleren barst, groen wordt en de Hulk, een alles verpletterende reus.

 Lange tijd werden de Marvels in en een Nederlandse versie verkocht als Hip Comics. Ik heb ze in de jaren '60 en '70 veel gelezen. Heel geruststellend.

 Spiderman heette dan Spinneman, kortweg 'Spinnie' en is eigenlijk Peter Parker, freelance fotograaf voor 'De Dagelijkse Klaroen'.

 De Marvel strips zijn heel filmisch. De actie wordt vanuit fantastische hoeken getekend met film noir-effecten, belichting van onderen etc.. Opmerkelijk in de dialogen is de 'Dick Bos-humor' tijdens de vele gevecht. 'Zo mannetje, jij dacht dus..'.

 Natuurlijk, Superman was er eerder, maar die had Lois Lane, de Lee-helden staan in hun verlegenheid alleen.

Van Ieper naar Damascus

 In de gedeelde bundel 'ik hier jij daar' (2017) van Ghayath Almadhoun en Anne Vegter ziet de eerste - een Palestijn geboren in een kamp in Damascus - de Vlaamse herdenkingsstad Ieper. En schrijft over Damascus en Ieper oa. dit:

 'In de stad Ieper waar de geschiedenis in staat is je met stalen ogen aan te kijken en met een slappe hand de slip van je overhemd vast te pakken, waar de afgelopen honderd jaar zo verwarrend zijn dat je niet meer weet waar je staat, waar mannen met snorren als vleugels voldaan op hun dood zijn afgestevend. Zeshonderdduizend mannen verspreid over de akkers, opgelost in de aarde. Hun herinneringen raakten in ontbinding, lekten weg in de bodem en drongen in het gebladerte, de koeienmelk en de klaprozen, ze vervuilden de vlakten met somberheid en een vaag gevoel dat de passerende vrouwen trof met een plotseling verlangen. Hun echtgenoten legden het uit als een lenteallergie, de dichters als een déja vu. De mannen met snorren als vleugels lazen mijn gedicht voordat ik het had geschreven en rolden vergenoegd een sigaret. Ik zag hoe een van hen zijn vinger op de wond van een vriend legde en ik dacht terug aan de ongelovige Thomas. Hij zag mij en dacht terug aan zichzelf. Er zijn daar nog steeds mannen met snorren als vleugels. Er is een eeuw vervlogen en ze zijn er nog. Hun moeders zijn dood en begraven en zij zijn er nog, hun geliefden zijn eenzaam oud geworden met andere mannen en zij zijn er nog. Ze hangen in de ruimtetijd, hun laarzen zitten vast in de modder, hun geweren zijn verroest, hun munitie is beschadigd door het water, het chloorgas verspreidt zich nog steeds en zal zich blijven verspreiden tot het Damascus heeft bereikt. In de stad Ieper is de geschiedenis in staat je aan te kijken met stalen ogen. (...)

Tags: 

Shellshock

 Gisteren, op 11/11 de film 'They shall not grow old' van Peter Jackson. De slag­velden van de Eerste Wereldoorlog in kleur. Zeeën van prikkeldraad. Stukges­choten lichamen in resten uniform. Célines Voyage au bout de la nuit maar dan echt.

 In kleur. Wat maakt dat uit? Heel veel. Het wordt aanraakbaar, voelbaar. Roken, ook pijpjes zolang je kan. Bajonetten op je geweren zetten en dan trenches uit, de dood in. Aan flarden ges­choten worden.

 Veel hospikken zijn er niet. Soms wordt iemand ondersteund door kameraden met een half hoofd naar een EHBO-tent gezeu­ld. Duitse jongens worden uit de loopgraven geleid, heel vrien­delijk. Gedeeld lot leidt tot kameraadschap. Ze wisselen petten. Levende mensen. Het is de kleur die honderd jaar later zegt dat het echt is.

 Dat het ondraaglijke pijn doet. Celine beschrijft de kolonel die nog net een bevel kan geven voor hij in flarden vliegt. Weg kolonel.

 De tanks in actie over de loopgraven zijn verbazend, Maar het zijn de gezichten, hier en daar geanimeerd, die het ­doen. De starre grijns van de dood ligt er al op. Ze kijken je aan. Een enkeling houdt zich nog flink voor hij de loopgraaf uit moet. Starre shellshock blikken naar de camera, die vastlegt wat straks dood zal zijn.

 Wat hou je eraan over? Voorbij het leven bestaat iets als dit. Ik dacht aan de Duitse troepen die op het eind van WOII niet te verslaan waren. Ze bleven vechten, ze hadden alleen nog hun kameraden. Die het begrepen.

Tags: 

Nooit meer ten oorlog

 Dat was de slagzin in Brussel en Parijs bij de herdenking van de wapenstilstand van 1918. Zelden zie je zoveel generaals op tv. Onmatig dikke ook, veel. Generaals sneuvelen zelden. En dat terwijl er op vele plaatsen ter wereld oorlog is, van Konga tot Jemen. De wapenleveranciers zijn bekend.

 Tegelijk keek ik uit het raam en zag een keurig geklede man bij de overburen aanbellen. Er werd niet opengedaan. De man had een van boven een kaal hoofd, een 'maneschijntje'.

 De wapenleveranciers op de televisie moesten de Bolero van Ravel uitzitten. Trump beheerste zich zichtbaar, de toespraak van Macron op zijn oortje verveelde hem duidelijk. Poetin is een betere acteur. Hij keek ik de regenhemel met een 'hier heb ik niets mee te maken'-blik. Merkel was huismoederlijk. De Engelsen ontbraken, alsof de Brexit al een feit was.

 Aan de overkant werd de aanbeller ongeduldig. Hij liep naar de spiegelruit opzij en controleerde zijn uiterlijk, deed iets aan z'n haar. Ging nogeens bellen. Ik keek naar het maneschijntje en gaf hem weinig kans bij de overbuurvrouw.

 De Bolero van Ravel duurt veertien minuten. Een eeuwigheid. Van het begin tot het eind begeleid door een trommel. Alsof er ten strijde getrokken moest worden. Toen was het voorbij. Aftocht.

 De aanbeller aan de overkant gaf het op en liep uit beeld.

Tags: 

Frans Budé

 Lezend in de bundel 'Zoveel nabijheid' van Frans Budé dacht ik aan de marconist op de grote vaart die me uitlegde hoe dat gaat: 'Soms zie je wat hijskranen in de mist opdoemen en dan zeggen ze aan boord: "Daar komt een dorp voorbij." Je moet weten, het schip ligt stil, en de wereld komt voorbij.' In de afdeling 'Overgang en ontwrichting' gaat het bij Budé over die zelfde dingen. Wat beweegt? Wat staat stil? Dit heet 'Overgang':

 'De avond komt met de verte mee, hinkelt even, legt

zich breeduit neer. Niets is hem vreemd als hij langs

het lover strijkt, muren lijkt weg te vagen, gedaantes

 

van in schemer gehulde wandelaars. Zij beklimmen

de laatste heuvel vandaag, klemmen zich vast aan

hun stok als omarmen zij een pas ontdekte minnaar

 

Onverstoorbaar gaat het wegdek hen vooruit, bocht

na bocht. Een vlier langs de kant, zwart en zoet, ploft

in eigen zwaarte neer. Totdat in de vroege ochtend

 

een zachte bries komt opdagen, opwaartse stroom wordt,

overal vandaan, warm, wakkerend - als aanloop tot.’