Rotkop

 Daniil Charms schreef op 30 augustus 1934:

 'Zoals bekend heeft Bezimenski echt een rotkop.

Op een keer stootte Bezimenski zijn kop tegen een krukje.

Daarna was de kop van de dichter Bezimenski helemaal niet meer om aan te zien.'

 

Hoe je je kop tegen een krukje kunt stoten wordt niet duidelijk. Misschien was de Sovjetdichter Bezimenski dronken.

In Den Haag zeiden ze: 'Als ik zo'n kop had ging ik er naast lopen.'

Bij sollicitaties is het geen erkend argument. Een personeelschef kan niet zeggen 'Uw kop staat me niet aan'.

Mijn vader noemde zoiets 'een ongunstig voorkomen'.

Het is vandaag verkiezingsdag, ik heb tijdens de campagnes erg veel rotkoppen gezien.

Tags: 

Rotkop

 Daniil Charms schreef op 30 augustus 1934:

 'Zoals bekend heeft Bezimenski echt een rotkop.

Op een keer stootte Bezimenski zijn kop tegen een krukje.

Daarna was de kop van de dichter Bezimenski helemaal niet meer om aan te zien.'

 

Hoe je je kop tegen een krukje kunt stoten wordt niet duidelijk. Misschien was de Sovjetdichter Bezimenski dronken.

In Den Haag zeiden ze: 'Als ik zo'n kop had ging ik er naast lopen.'

Bij sollicitaties is het geen erkend argument. Een personeelschef kan niet zeggen 'Uw kop staat me niet aan'.

Mijn vader noemde zoiets 'een ongunstig voorkomen'.

Het is vandaag verkiezingsdag, ik heb tijdens de campagnes erg veel rotkoppen gezien.

Tags: 

Dagboeken in Extaze

 Nooit heb ik een dagboek bijgehouden. Wat ik opschrijf heeft een direct doel, zoals een brief, een klad voor een stukje of aan­tekenin­gen om iets niet te vergeten. Zo gaat het meestal. Scripta manent, veel vertaald als 'Wie schrijft die blijft' was niet meer dan een aanmaning om een goede boekhouding bij te houden, leerde ik. 

 Het nieuwe nummer van het Tijdschrift Extaze is gewijd aan Dagboeken en daar kom je het dilemma tegen. Is het voor jezelf of voor iets of iemand anders. Dat eerste is zeldzaam. Soms kom je een Romeinse potscherf tegen met een korte liefdesverklaring. Echte dagboeken zijn vaak deels onbegrijpelijk. Cesare Pavese bewerkte zijn 'Leven als ambacht tot literatuur.

 Hein Aalders heeft Slauerhoffs nalatenschap nagezocht op dagboeken en vond ze alleen uit 1925-1927 maar verder wel frappante losse teksten. Zoals een stukje voor de Nieuwe Arnhemse courant uit 1931, waarin 'Slau' uitpakt over Hitler: 'Hij is als de kip zonder kop, die nooit een ei legt en alleen omdat hij zo luid kraaien kan, denkt dat hij een haan is. Dat hij het zelf denkt is niet zo erg. Maar dat een groot deel van het Duitse volk het met hem denkt, is wel erg (...) Als men een hond altijd trompetgeschal laat horen bij zijn maaltijd en ten slotte de maaltijd weglaat en alleen de trompet blaast, dan functioneren de spijsverteringsklieren evengoed; zo worden weer dezelfde sappen afgescheiden. Dit is een bekende fysiologische proef. Bij het Duitse volk is het net zo. Het neemt op het laatst met lawaai alleen genoegen, het watertandt zelfs, het ziet de heilstaat nabij.'

En hij eindigt: 'Hitler is niet de berg die een muis baart. Hij is een muis die een berg zal baren, een berg onheil.'

Tags: 

Robert Crumbs wake-up calls

 Crumb ontmoette ik voor het eerst ergens diep in de jaren '70, via zijn vriend, tekenaar Evert Geradts. Hij landde aan in Amsterdam, in zak en as. Ik interviewde hem en het ging over Zap-comix, maar eigenlijk vooral over geld. De Amerikaanse belasting zat achter hem aan, en dan helpt geen Mr. Natural.

 Omdat zijn tekeningen overal verschenen - zonder dat, in die tijd, copyrights betaald werden - dacht de fiscus dat hij wel heel rijk moest zijn zonder belasting te betalen. De tweede keer was toen hij in 1995 met zijn orkestje The Cheap Suit Serenaders op toernee kwam en bij Gert-Jan Blom logeerde. Hij verzamelt 78-toeren muziek en speelt het ook nog steeds. De Cheap Suits werden opgenomen en uitgezonden. En daarna kwam de expositie in Boijmans in 2005.

 Al die keren gaf hij antwoord op vragen, meest van feitelijke, zakelijke aard. En zweeg hij of speelde. Alle vragen en antwoorden zitten immers in zijn werk. En dat omvat een tijdperk in z'n geheel, een generatie.

 Toen ik Anil Ramdas voor het eerst sprak vroeg hij naar de jaren '60. Daar wilde hij over schrijven. Wat moest hij lezen? Ik zei 'Het verzameld werk van Robert Crumb'.

 Die boodschap is niet doorgekomen.

 Crumb is nu 75 net als ik, en woont in Frankrijk met zijn tweede vrouw Aline. Op internet brengt Leo Mele bijna dagelijks een keuze uit zijn werk en dat van andere tekenaars. Mijn wake-up calls.

 https://www.facebook.com/groups/rcrumb/

Tags: 

De douanier

 Robert Walser bracht me bij een andere dromer, Henri Rousseau (1844-1910). Van wie twee echtgenotes stierven en acht van zijn negen kinderen. Rouseau, die als belastingambtenaar bij de douane werkte en in zijn vrije tijd schilderijen maakte, waarom hij lange tijd werd uitgelachten.

  'Jij en ik zijn de grootste schilders van onze tijd', zei Rousseau tegen de jonge Picasso die voor hem een banket organiseerde in 1908, 'jij in de Egyptische stijl en ik in de moderne'. Picasso zou hem hier later achter zijn rug om uitlachen. Dit doek, 'De Droom' (1910), maakte Rousseau, kort voor zijn dood, voor een mogelijke derde echtgenote. Een vrouw op een divan wijst naar het oerwoud waar ze over droomt. Het oerwoud als 'state of mind'. Hoewel hij Parijs nooit verliet, was Rousseaus droomwereld er een van oerwouden vol exotische dieren en prehistorische planten en bomen. Maar de beoogde vrouw was niet geinteresseerd. En de douanier stierf arm en eenzaam. Zijn kunstenaarsvrienden ontfermden zich over zijn graf: Apollinaire schreef een gedicht dat Brancusi in een mooie steen beitelde. In 1981 was er een Rousseau-expositie in Amsterdam. Het affiche van de leeuw en de slapende vrouw in de woestijn hing in vele Amsterdamse studentenkamers. 

Robert Walser en Henri Rousseau

 In zijn laatste roman dwaalt Robert Walser ongeremd rond. Waarneming en overwegingen wisselen elkaar af zonder dat hij orde schept in de wederwaardigheden van hemzelf en zijn alter ego 'De rover', die de wereld leegrooft aan gedachten en verschijnselen. Vertaald door Machteld Bokhove. 

'Maar het is onverantwoord zo vergeetachtig als ik ben. Ooit kwam de rover immers nadat hij zich even bij een boekdrukkerij had laten zien en met de eigenaar een uurtje had staan kletsen, in het bleke novemberbosje die Henri Rousseau-vrouw tegen, helemaal in het bruin gekleed. Hij bleef getroffen voor haar stilstaan. De gedachte ging door zijn hoofd dat hij in de afgelopen jaren op een treinreis midden in de nacht tegen een vrouw die met hem reisde als het ware sneltreinachtig had gezegd: 'Ik ga naar Milaan.' Net zo dacht hij nu heel  flitsachtig-vlug aan toffees die je in kruidenierswinkels koopt. Kinderen eten dat graag, en meneer de rover at ze ook nog altijd graag zo nu en dan, alsof de liefde voor toffees etc. tot de taken van de roversstand behoorde. Met 'Lieg toch niet!' opende nu die dame in het bruin haar betoverende mond.'

Als Walser er over begint moet ik toch mijn kant van de dingen noteren, van Henri Rousseau, de schilder van varens, die uit de oerbossen overgebleven schermachtige planten waarmee hele heuvels begroeid zijn rondom Terhulpen bij Brussel. En van toffees. De buitenkant is zacht en tenslotte bereik je al zuigend het harde binnenste, waarop je nog lang kunt zuigen als je het niet per ongeluk doorbijt. Maar dit, zoals veel bij Walser, terzijde.

Tags: 

De oorlog opruimen

 Nederland kent geen Rudi Vranckx, voor de puinhopen van Aleppo moet ik naar de VRT. Maar vandaag kwam ik er via Zadie Smith, die in haar opwekkende bundel gedachten over politiek en schrij­verij 'Cha­nging my mind' een gedicht van Wislawa Szymborska aanhaalt: 'Einde en het begin', vertaald door Gerard Rasch.

 'Na elke oorlog

moet iemand opruimen.

Min of meer netjes

wordt het tenslotte niet vanzelf.

 

Iemand moet het puin

aan de kant schuiven

zodat de vrachtwagens met lijken

over de weg kunnen rijden.

 

Iemand moet waden

door het slijk en de as

de veren van canapés,

de splinters van glas

en de bloederige vodden.

 

Iemand moet een balk aanslepen

om die muur te stutten,

iemand het glas in het raam zetten,

de deur in de hengsels tillen. (...)'

 Hier breekt Zadie Smith het gedicht af. En ik ben het met haar eens: deze oorlog moet 'blijven hangen', hoeft niet nabeschouwd te worden. Dat opruimen spreekt me aan. Dat is wat overblijft voor de vrouwen: oorlog als huishouden. Mijn moeder zette de glazen deurtjes van keukenkastjes op de plaats van de kapotte voorruit.

Orwell bespreekt

 In de bundel 'Critical Essays' van George Orwell, verzameld in 2008 vind ik 'Confessions of a Book Reviewer' uit 1946. Ze beginnen zo:

 'In een koude maar stoffige zit-slaapkamer bezaaid met sigarettenpeuken en halflege theekopjes, zit  een man in een door de motten aangevreten kamerjas, aan een wankele tafel waarop hij probeert plaats te vinden voor zijn tikmachine tussen de stapels stoffige papieren die hem omringen. Hij kan de papieren niet weggooien  omdat de prullenbak al overstroomt, en bovendien, ergens tussen de onbeantwoorde brieven en onbetaalde rekeningen zit een cheque van twee guineas die hij vergat te betalen bij de bank. Er zijn ook brieven met adressen die in zijn adresboek moeten worden overgenomen.  Hij is z'n adresboek kwijt, en de gedachte er naar te gaan zoeken, of werkelijk naar wat dan ook te gaan zoeken, bezorgt hem acute aanvechtingen tot zelfmoord.'

 'Hij is een man van 35, maar oogt als 50. Hij is kaal, heeft opgezette aderen en draagt een bril, of zou die dragen als zijn enige exemplaar niet chronisch zoek was.'

 Toch komt zijn stuk op tijd bij de redactie: 'Omstreeks negen uur 's avonds is hij relatief helder en tot de kleine uurtjes zit hij op zijn kamer, die kouder en kouder wordt, en de sigarettenrook dikker en dikker. In de ochtend, met uitgeputte ogen, nors en ongeschoren, zal hij een uur of twee naar een vel wit papier staren tot de dreigende vinger van de klok hem aan het werk jaagt.'  

 ps. In 2012 leidde een standbeeld van een rokende Orwell bij het BBC-gebouw tot veel heibel. Hij rookte 'altijd'. Het bleef staan. Met veel peuken van nu eromheen.

Tags: 

Terreinknecht

 Aan de 'materiaalman, die vroeger de terreinknecht heette is morgenavond vanaf 19.30 een voorsteling met verhalen, gedichten en acts gewijd die Bernke Klein Zandvoort organiseert in de clubtent van voetbalclub Wartburgia Drie Burgpad 3 in De Meer. Oa. Paulien Oltheten, Erik Jan Harmens, Erik Bindervoet en Maarten van der Graaff doen mee.

 Ik sta op het Haagse Valkenboschplein, voor de sigarenzaak naast de melksalon van De Sierkan, waar de afgekeurde wedstrijden zijn opgehangen. Van alle kanten komen jongens en mannen aangefietst. Soms is West II, ons district, in z'n geheel afgekeurd door de consul van de HVB, soms mogen alleen de hogere elftallen spelen. De teleurstelling bij het rondsuizende woordje 'afgekeurd' is voelbaar.

 Ik denk aan de terreinknecht van Quick, mijn club, die opgelucht zal zijn. Op een half ontdooid voetbalveld schop je met twee elftallen het laatste gras zo uit de grond. De bal wordt zeiknat en loodzwaar. Een junior krijgt hem al niet meer de lucht in. En de pupillen kunnen het helemaal vergeten.

 De pupillenlat bestaat niet meer, de dubbele, verlaagde doellat, die aan twee haken in een doel kon worden gehangen. Het was ook niet eerlijk, zo'n keepertje met zoveel ruimte boven z'n hoofd. Makkelijk scoren!

 Het domein van de terreinknecht met de ballennetten en de wondermachine waarmee je gipsen lijnen in het gras kon trekken was heil­ig. Zijn waarschuwing niet te trainen in modderige doel­gebieden ook. Ach, er groeide daar toch al geen gras. In de zomer staan er weer bordjes 'niet betreden'. 

Tomas Lieske

 Stel je voor, een zwarte straatbende in de Parijse Rue du Faubourg St.Denis. Niet ver van de pronkgraven van Franse vors­ten. Afrikaanse jongens die mekaar in Afrikaans bargoens geschreven gedichten voordragen. Eerbewijzen zijn het, aan wie? Ja dat zijn de literaire helden van dichter Tomas Lieske. En daarmee trek­ken ze op naar de kathedraal. Want alles kan. Hier het eerbewijs aan W.G.Sebald, zo geïntroduceerd: 'Goa, de supermarkt op het eind van de Boulevard de la Villette bij Stalingrad, heeft naast veel Aziatische producten genoeg ingrediënten voor de echte Afrikaans keuken. Genoeg om de herinneringen levendig te houden. En iets terug op de boulevard vind je een kleine winkel met een echte sangoma, een medicijnman die kruiden, poeiers en gedroogde zeepaardjes verkoopt. Het zijn kleine aandenkens aan míjn verloren wereld.'

En dan komt Sebald, geboren in Wertach:

'Nu ik het dorp verlaat weet ik dat ik het nooit/ terug zal zien, probeer ik alles te onthouden: / de suikersmaak van de witte dovenetel,/ de stemmen van mijn gestorven grootouders/ die na hun dood op de hete zomerzolder thee/ kwamen drinken, het luik dat ademhaalde,/ de milde wind die alle vaantjes draait./ De pisgele, vissige tanden van de waakhond,/ de vermoeide vingertoppen van mijn moeder./ De uit traumafietsband gesneden scharnieren/ van de konijnenhokken, de oneetbare meubels/ van hazelnoottaart, de ritssluiting van hagedissen./ De verende plank op de twee uiterste stoelen/ zodat vier extra kinderen dicht tegen elkaar aan/ geschoven aan tafel kunnen zingen en eten./ De heg met de mathematische spinnen, de last/ van insecten die boodschappen overbrengen/ in onleesbare code, de sepia foto's, het lint/ van de bruiloft, het kinderbestek met inscriptie,/ de kamphelmen in de uniformkast.' 

Zie de bundel 'Keto, stiefcommando'.