Geur en smaak

 Het is warm en straks gaat het regenen. Ik verheug me op de geuren die dat losmaakt uit de straatstenen. Ik ruik het al. Maar wat ruik ik? En hoe geef ik daar woorden aan?

 Sinds ik het boekje 'De taal van smaak' van Reinier Spreen in huis heb keer ik terug naar de tijd na het gewelddadige amandelknippen, toen ik opeens veel scherper rook en proefde dan voorheen. De geur van tantes vulde hele kamers achter de schuifdeuren. Maar hoe die te omschrijven? Restjes parfum, oud ondergoed gemengd met lijflucht? Eens kwam ik per ongeluk - dit was streng verboden - de ouderlijke slaapkamer binnen en hoe het daar stonk!

 En nog verwart zoiets schijnbaar eenvoudigs als de aardappel me hopeloos. Ze ruiken en smaken steeds zo totaal anders: gekookt warm of koud, gebakken, gefrituurd en dan eenmaal of tweemaal, als puree of als chips? Het lijkt van een andere vrucht afkomstig. Proeven doe je vooral met je neus. 

 En, schrijft Spreen: 'Bijna niemand weet dat geuren zo essentieel zijn dat we onze levenslust verliezen als we ze niet meer kunnen ruiken. Mensen die hun reukzin kwijtraken, na een ongeluk bijvoorbeeld, zijn er na een jaar psychisch veel slechter aan toe dan mensen die blind worden. Ze hebben geen plezier meer in eten en drinken, in hun partner, in seks. Er is een sterke link tussen depressie en een verminderde reukzin.'

 Gerard Reve rook erg lekker, kruidig. 

Tags: