Onder dat motto heeft Ons Erfdeel het boek 'Het juiste spoor' uitgebracht, waarin Vlamingen en Nederlanders de Benelux en Noord-Frankrijk bereizen. Per spoor. Afgewisseld met treingedichten en prozaschetsen van oa. Piet Paaltjens, Elsschot, Brakman, Maeterlinck, Hans Dorrestijn, Eric de Kuyper, Louis Paul Boon, Victor Hugo en zo meer. Hoe het spoor begon, en dan de gouden tijd rond 1900 dat stations paleizen werden voor de burgerij. Zowat heilige plaatsen.
De enige Duitser in het boek is W.G.Sebald, met zijn beschrijving van de reuzenklok in Antwerpse station (1905), in z'n roman Austerlitz: 'De klok bevond zich bijna twintig meter boven de kruisvormige trap die de foyer met de perrons verbond - het enige barokke element in het geheel. (...) Vanaf de centrale positie die het uurwerk in het station van Antwerpen innam konden de bewegingen van alle reizigers worden bewaakt, en omgekeerd moesten de reizigers allemaal naar de klok opkijken en waren ze gedwongen hun activiteiten daarnaar te richten.'
En dan komt het: 'Maar toch,' zei Austerlitz na een poosje, 'heeft de relatie tussen ruimte en tijd zoals je die bij reizen ervaart, tot op de huidige dag iets illusionistisch en illusionairs, wat ook de reden is dat wij, telkens als we van elders terugkeren, nooit zeker weten of we wel echt zijn weggeweest.'
Vrijdag reis ik met Cyrille Offermans zijn bijdrage na, van Maastricht naar Luik.