Paradijs

 Op het gymnasium zat ik in de klas met een kleinzoon van Frederik van Eeden, Matthijs. Die zich onderscheidde door klassiek gitaar te spelen bij een schoolavond in de gymnastiekzaal en een spotvers van zijn grootvader voor te dragen, geschreven onder het pseudoniem Cornelis Paradijs:

 De Tachtigers rekenden namelijk af met de generatie dichter-dominees voor hen. Dichter-dominee J.J.L.ten Kate werd onsterfelijk door Van Eedens 'Grassprietjes of Liederen op het gebied van Deugd, Godsvrucht en Vaderland' (1885). Waarin deze passage:

'Maar Goddank! zingt nu cantaten...

Daar komt J.J.L. ten Kate!

Dankt den Heer met snarenspel

Voor Ten Kate J.J.L.'

 Wat Matthijs de bijnaam Thijsje Paradijs opleverde.

Met Mathijs liep het niet goed af. Er was een verjaarspartijtje bij hem thuis waar eerst de vriend van zijn moeder aanzat en daarna zijn vader, de zoon van Frederik, die nieuwslezer was bij de radio. Hij verdween weer vlug.

Ze waren arm. De moeder van Matthijs had bij gebrek aan geld voor flesjes limonade een rij oude melkflessen gevuld met aangemaakte Ranja en Rojo limonadesiroop. Daar trokken de gymnasiasten hun neus voor op. 

Later bezocht ik hem in Amsterdam in de Burgemeester Tellegenstraat en nog later in een inrichting bij Amersfoort, waar we moeizaam door een parkje wandelden. Niet lang daarna had hij zelfmoord gepleegd.