Rudy’s machines

 Grote mannen als Willem Frederik Hermans en Rudy Kousbroek herken je aan hun voorliefde voor ogenschijnlijk kinde­r­lijk spelen. Hermans prutste aan zijn op het Vossenplein gekochte vloeistofduplicator, maakte er onzinnige gedichtjes voor en Rudy maakte een perfecte katapult uit een Engelse sleutel. We schoten ermee op een boom. Niet gek.

 Maarten Asscher verzamelde nu in ‘Wat nooit eerder gebeurd is’ de ‘mooiste essays over kunst en techniek' van Rudy en ik dacht aan de Zingende Honden, de 'Famous Singing Dogs' van Don Charles die Rudy met liedjes als 'Oh Susannah' tot tranen ontroerden. Waarom? Ook toen ik hem had uitgelegd hoe de geluidsbanden met blafjes in alle toonaarden aan elkaar waren geknipt en het resultaat voorzien van een orkestje was Rudy nog even ontroerd.

 Hier gingen zijn liefde voor dieren en die voor techniek prachtig samen.

 Het stuk dat hij erover schreef ontbreekt in het boek van Asscher. Net als wat Rudy schreef over wat resteerde van de 'Machine van Marly'. Het stadje aan de Seine-oever waar het water werd opgepompt dat de fonteinen van Versailles kon laten spuiten. Rudy raakte bevlogen toen we de vraag stelden hoe de fonteinen van Versailles nu werkten. Hij stormde de trap op en keerde terug met de documentatie. Natuurlijk was hij in Marly geweest. Ik ben daarna ook in Marly wezen kijken. Er is nog wel wat te zien van de decoratie. De houten raderen zijn weg. Van het aquaduct naar Versailles dat bovenop de berg begint rest ook nog wat.