Voor wie niet of niet meer weet wie Hans Faverey (1933-1990) was, nu zijn vrouw ook gestorven is, dit. Hij werd in Paramaribo geboren, studeerde psychologie en werkte aan de Leidse Universiteit. In 1969 trouwde hij met Lela Zeckovic en woonde in Amsterdam-Zuid. Zijn eerste bundels werden 'onbegrijpelijk' genoemd, maar zijn werk werd later toegankelijker. Klank en ritme doen er veel toe. Hij was een begaafd pianist. Vaak probeert hij de tijd (die alles kapot maakt) stil te zetten. In 1989 bleek dat hij ongeneeslijk ziek was. Dit is zijn gedicht (nr. 2601) uit: 'Hinderlijke goden', 1985.
'HOE ZIJ RECHT STAAT; DAT IK ZIE
Hoe zij recht staat; dat ik zie
hoe zij dit doet door zo te staan
zoals zij gewoon is: haar voeten
iets uit elkaar, haar armen
neerhangend, haar kin iets omhoog;
zo snel denkend, dat haar stem eerst
liever wacht of het de moeite loont
om het te zeggen. Juist zij is het
die afkomstig is uit zichzelf. Al
wie haar nadering heeft herkend,
al wie haar stem heeft doordroomd:
die zal zich nooit kunnen vergeten.
Hoe onmooi is haar schoonheid.
En hoe welluidend op haar handpalm
alles zal kunnen verstuiven tot het
nooit heeft willen bestaan.