Kort na 1900 verschenen er schilderijen van Delaunay en meer Futuristen van wielrenners en andere sportlui in actie. Ik vond dat prachtig. Zo ernstig als wielrennen nu is, zo’n onzin vonden intellectuelen het toen. Ik hoor nog Arie Kleijwegt, grote meneer van de radio in gesprek met Hein ‘Tarzan’ van Breenen, in de Amsterdamse Keizerstraat.
Dat was ‘u’ en ‘meneer ‘ voor en na tegen de grote verslaggever. Later bij terughoren bekende hij me het genant te vinden.
Nu we zelf kunnen horen wat er in zo ’n wedstrijd omgaat stijgt mijn achting voor denkers/doeners als Steven Kruijswijk nog met de dag. En ik ben terug bij de diepe ernst waarmee ik bij ons in de straat een eigen Tour organiseerde. Ploegen van twee man, meer waren er niet. Maar waar het om draaide was eigenlijk de shirts met opschriften. Dan was het pas echt. Onze moeders werden aan het werk gezet en knipten en naaiden vijf ploegen bij elkaar.
Opschriften op stof waren nog zeldzaam. Maar als je zo ’n shirt droeg fietste je meteen ontzettend veel harder. Vraag maar aan Kruijswijk!
Studie voor ''Cyclisme'' van M.Metz (1911)