Bovenop de Arc de Triomphe heb ik gestaan, vijftig meter, wat een onding. De gymnastiekleraar waarmee mijn gymnasiumklas Parijs bezocht startte zijn excursies elke ochtend vanaf de Arc, vanwaar vele wegen voeren.
Anders kon hij zich in Parijs niet orienteren met zijn Belgische buschauffeur.
Napoleon had het ding nog niet klaar voor zijn zegevierende terugtocht in 1806 en later waren er teveel nederlagen geweest. Het ding is pas onder Louis-Philippe afgebouwd. Al die tijd stond er maar een beginnetje.
De naamgeving, ook van de Champs Elysees en de vlam van de onbekende soldaat moet wel voortkomen uit het dodenrijk. In de Elyseese Velden bestaan immers de gelukzalige doden voort. De Dood of de Gladiolen? Allebei.
En zo fietsen een kleine honderd afgebeulde dwazen vandaag liefst zo'n twintig keer de Elyseese Velden op en af, om de Arc heen en terug. Waarom? Om de Gloire? Waar in Frankrijk alles om draait. Maria de Medici had haar uitzicht vanuit het Tuilerieen paleis al zo gedacht.
Bij de eerste tien fietsknechten was nauwelijks een Enfant de la Patrie. De winnaar was Colombiaanse koffieboer. Dat die vandaag wint is niet meer dan rechtvaardig. Maar dan nu de gladiolen. En de roodwitblauwe straaljagers!