Waar ik ook kwam in het Zuiden des lands, overal in de jukeboxen zaten meerdere titels van Z.Z.Naam. Een korte naam die net op het kartonnetje paste. Getikt op de kartonnetjes die toen in elke jukebox het repertoire aangaven. Zo kon B4 aanduiden 'Smokkelaar'.
Z.Z.Naam was verreweg de populairste artiest in het Zuiden. Ik hield wel van haar snerpende, Country & Western-achtige stem, meestal op tekst van Johnny Hoes: 'Hij was een smokkelaar, die diep in de nacht. Steeds weer zijn smokkelwaar, de grens over bracht'. Ze heette eigenlijk Mary Bey.
Een keer heb ik haar ontmoet. Filmer Joost Kraanen had in 1985 het idee opgevat dat de Z.Z.Naam een soort Nederlandse blues vertolkte. En zo zat ik met Mary en Honeyboy in een kleedkamer van de Meervaart, waar de meeste bluesconcerten gegeven werden, gepresenteerd door Harry 'Cuby' Muskee. Ik moest ze aan mekaar voorstellen en een praatje maken. Zelden een groter misverstand meegemaakt.
'So she is the singer without a name?'
Honeyboy keek verbluft naar de manke vrouw. Maar lachte niet. Zelf had hij tenslotte ook een dubbelzinnig pseudoniem. Je kon in de blues ook 'Sugercane' heten en 'Dust my broom' zingen.
'Blues has alwas been a womens market', zei Muddy Waters.
Daarna praatte ik met Honeyboy afzonderlijk over de laatste nacht in het leven van Robert Johnson, waar hij bij was. Een betwijfeld maar mooi verhaal.