Robert Seethaler en de doden

 Als de doden op hun leven konden terugzien, wat zouden ze ervan vertellen? Een verhaal. Of de herinnering aan een moment, een bepaald gevoel?

 Als er iemand sterft kan ik meestal niet nalaten te denken wat ik tegenover hem of haar verkeerd heb gedaan. En wat nooit meer goed te maken is. De roman Das Feld van Robert Seethaler gaat over 'de laatste dingen'. Over wat je niet begrijpen kunt. Je leert eerst een man kennen die elke dag naar een uithoek van het kerkhof in een kleine stad gaat, daar zit onder een berkenboom en zijn gedachten laat gaan over de doden.

  'Het opduiken en verdwijnen van de gezichten in zijn hoofd deed hem plezier, en soms lachte hij zachtjes in zichzelf, met voorovergebogen bovenlichaam, de handen gevouwen over zijn buik, de kin op de borst gezakt. Als iemand hem op zo'n moment uit de verte had geobserveerd, misschien een tuinman of een verdwaalde kerkhofbezoeker, dan had hij de indruk kunnen krijgen dat de man aan het bidden was.

 De waarheid is: hij was ervan overtuigd dat hij de doden hoorde spreken. Wat ze zeiden kon hij niet verstaan, Maar hij hoorde hun stemmen net zo duidelijk als het vogelgekwetter en het gezoem van de insecten om hem heen. Soms verbeeldde hij zich zelfs in de zwerm van stemmen aparte woorden of flarden van zinnen te kunnen onderscheiden, maar hoe ingespannen hij ook luisterde, het lukte hem nooit de fragmenten tot iets zinvols samen te voegen. Hij stelde zich voor hoe het zou zijn als elke afzonderlijke stem nog eenmaal de gelegenheid zou hebben gehoord te worden. Natuurlijk zouden ze over het leven spreken. Hij dacht dat de mens misschien pas dan een slotoordeel over zijn leven kon hebben als hij zijn sterven achter zich had gebracht.'