Er was geen opvolger op de boerderij. Oom Kees Bierens en tante Mien hadden een enkele zoon gehad, Willem, een briljante econoom, die toch nooit boer geworden zou zijn. Maar bovendien in 1940 werd neergeschoten door de Duitsers onder Dordrecht, waar hij dienst deed bij het regiment wielrijders, waar ook mijn vader diende.
Ik heb foto's van hem in uniform. Heel zijn legeronderdeel werd in 1939 gefotografeerd aan de Oosterscheldedijk bij een bezoek aan de Kettingshoeve.
Dood en begraven. Na die dag zijn Kees en tante Mien nooit meer in de kerk op Tholen geweest omdat 'Onze Lieve Heer zich niet aan de afspraak had gehouden'.
Jaren later zou het elektra de Kettingshoeve bereiken. Maar Kees weigerde. En zo liep op de Kettingshoeve alles op accu's en batterijen, zelfs de stofzuiger van tante Mien.
Kees bleef boer tot zijn laatste snik. Eens deed hij de Kettingshoeve over aan zijn meesterknecht Maris en kocht een huis in Tholen‑stad, waar hij zich verveelde. Hij kon het niet laten zich met alles te bemoeien en verscheen op zijn tachtigste nog elke ochtend om zeven uur op de boerderij.
Maris zocht ander werk.
Dit duurde niet lang. Kees slipte met zijn brommer in de rails van RTM - die het goederenvervoer op de eilanden verzorgde - en kwam in het ziekenhuis. Waar hij na veertien dagen schelden de geest gaf.