Dans

 Tante Nel, die na een reeks van rampen uit Indië was gekomen om gymnastiekles te geven aan de school van mijn vader was zo Hollands-Indisch als het maar kon. Het 'adoe' lag in haar mond bestorven. Al spoedig was ze zijn minnares.

Haar gezin dat in de Haagse vogelwijk woonde, bestond uit Paps, Mams. en haar broer Rein en diens echtgenote Lenie. Paps was een genie - 'Paps kan alles'. Hij was doof en legde overal 'ringleidingen' aan voor slechthorenden.

Tante Nel leerde me pianospelen. nu ja. Het begon met de Tjing tjang babi. Waarbij ik alleen de zwarte toetsen hoefde aanslaan terwijl zij er hele begeleidingen bij improviseerde.

 Het ging om een pianospelend varken 'babi' en het leek of ik dan ook echt kon spelen. Rein had op een onderzeeboot gewerkt, waar hem was aan­geleerd - net als de hele bemanning heel preciese tijden naar de WC te gaan waarvoor vaste tijden bestonden.

 'Paps kan alles'. Tante Nel heeft nog geprobeerd me te leren dansen. Nam me in een ijzeren greep tijdens een uitstapje naar Brugge. Het gebouw kan ik nog aanwijzen. Het behoort tot de mislukkingen van mijn leven: 'nee, nee...'. Doof, blind en kreupel was ik. Een dansend varken. Nooit heb ik een oud-Indisch gast horen praten over de Tsjing tsjang babi. Zelfs Rudy Kousbroek niet.