Afwezig

 Na drie dagen kan ik mijn computer weer bereiken. En leef, denkend aan het schoolmeisje wiens mobieltje in de gracht was gevallen, waarop ze de hand voor de mond slaand in meisjesschrik uitriep 'Ik ben dood'.

 Tijdens mijn beddagen (nee, geen corona) was ik koortsig overal, laatstelijk in Gargnano aan het Gardameer in de reuzenvilla Pen­sione Giulia, waar Mussolini in de laatste periode zijn maîtresse Clara Petacci onderbracht, die hij 's avonds met een motorbootje bezocht. De SS zat ik de kelder en luisterde alles af. Zijn echtgenote, donna Rachele, boerenmeisje uit zijn geboortedorp Predappio zat een villa verder op aan het meer, waar ze een koe hield op het gazon, die ze zelf molk, uit angst dat de Duce vergiftigd zou worden.

 Ik ontmoette er Margaret en David, bejaarde Engelsen die elke zin openden met 'during the war'. Er waren in Engeland toen geen insecten, zoals hier, omdat Churchill heel het land had laten besproeien met het nieuwe DDT.

 De eigenares van Villa Giulia had Mussolini nog meegemaakt en zoals elk meisje was ze verliefd op de Duce. En nog.