Iselle

 Nog maar kortgeleden was ik als vreemdeling verdacht. Hippies hadden Drogen bij zich en ik werd als regel aan grenzen meenomen naar een douanehok. Vaak had je daar lange schragentafels waar je al je bagage en lijfgoed moest uitstallen. Net als de migranten nu.

 In ons geval vrij veel omdat mijn vriendin eenvoudige manier van inpakken had. Je nam vrijwel het hele huisraad in tassen mee mee. In zo stond ik menigmaal op het perron van Iselle tussen de toilettassen en wegwaaiend toiletgerei. Het duurde lang, maar je raakte eraan gewend. Behalve als er voetb­allen was, dan stonden de douanes bij het scherm in hun hok en werd je doorgewuifd.

Maar de Fransen waren erger. Ik werd hun hok ingeduwd en moest me daar spiernaakt uitkleden. Mijn vriendin wachtte buiten bij onze pakken en zakken. Goddank vond de douanier in mijn paspoort de aanduiding 'journaliste'. Waarop hij zijn collega's wenkte ons door te laten. Die begrepen hem niet meteen.

'E maintenant la fille?' Vroeg er nog eentje gretig. 'Neeenee laat maar gaan.' 

Oponthoud als regel minstens een uur. En daarna je verspreid rondliggende bagage zelf weer inpakken.

Niet zo'n gek idee die Europese Unie en Schengen.