De familie Snoek

 Mijn eerste stappen in de onbekende stap brachten me van het monumentale station naast de dierentuin naar Hotel Cecil. Eerst toch even de dierentuin binnengelopen. Daar had een grote gorilla op ons zitten wachten, die achter mijn rug en die van vriend, de kunstschilder en klavecimbel restaurateur Jan al een aanloopje had genomen om zich met alle lichaamsgeweld tegen het glas aan te werpen.

 We schrokken, de aap lachte.

 Daarna staken we over naar het hotel in de Arteveldestraat, tegenover het kantoor van de Algemene Centrale, waar een kamer vrij was. Aan de achterkant, waar de 19de eeuw nog voluit bloeide en brokkelde in binnenplaatsen van verval. Er waren nooit meer betreden kantoren uit de vorige eeuw van bonden en verenigingen.

We aten mosselen met friet op het nabije pleintje en gingen de volgende dag op jacht naar zeldzame strips. En o wonder, in de eerste tweedehands stripzaak, naast de spullenhulp vonden we ons onbekend werk van Willy Vandersteen: deeltjes uit de reeks eenpaginastrips 'De familie Snoek.' In onvernederlandst puur Antwerps (1945-1972).

Wie het niet weet (en wie weet het?), pa Snoek is een korte, driftige, besnorde man met een kaal hoofd, wat aanleiding geeft tot vele grapjes. Zoals dit: Pa Snoek is jarig en zijn verjaarsgeschenk van de familie is (!) een zeemleren kam. Om zijn kale schedel glanzend mee op te wrijven.

Is dit geestig? Jan en ik vonden van wel.