Acacia’s

 Achter Lucca reed ik de bergen in. Waar het wel leek of het zwaar gesneeuwd had. De wegen lagen overdekt met opwaaiende kleine, witte bloemetjes, gevallen van de bomenrijen langs de weg. Acacia’s zo te zien aan de bladvorm. De tranen der acacia's, het boek van W.F.Hermans dat zich in de oorlogsjaren afspeelt in Amsterdam en Brussel drong zich op. Waren de bloemblaadjes tranen? In het boek heet de acacia 'het oud symbool der onsterfelijkheid'. Hij blijft immers altijd groen. Mensen sterven, bomen blijven. Zoiets? Zijn de witte blaadjes tranen? Boven op de berg vond ik het meertje waar je kon vissen. Een toeziener in en wachthokje legde de vangst van elke visser op zijn weegschaal, woog af en liet ze betalen.

 In mijn Amsterdamse straat zijn al jaren terug boompjes geplant die doen denken aan acacia's. Door het vele snoeien hebben ze allemaal dezelfde vorm gekregen. Die van een soort plumeaus. Ik noem ze maar 'plumeauboompjes', want als ik de acacia opzoek kom ik verwarrend veel varianten tegen.

 En nooit, in al die jaren hebben ze gebloeid. Geen tranen! 

 En in de winter worden ze kaal.

Tags: