Tielman

 Het was in Paradiso, waar de zoveelste versie van de Flying Burrito Brothers optrad. Terzijde op het podium zat de steel­gitarist. Niet de fameuze Sneaky Pete, een ander. Terwijl het optreden het publiek trok had zich voor het podium bij de steelgitaar een groepje bruine mannen in lange regenjassen verzameld.

 Ik vroeg het ze. Het waren Molukkers. Die hielden van Hawaï-muziek en vonden de pedal-steel geweldig.

 Ton van Bergeijk heeft eens uitgezocht waar de Hawaïmuziek vandaan kwam. De meeste liedjes waren van Duitse oorsprong. In Batavia speelden wel vijf Hawaï-orkestjes in Hotels en res­taurants. Waarom zoveel Indo's Duitse namen hebben weet ik nog steeds niet. De dochter van steelgitarist Theo Eh­licher van de Kilima's woonde bij mij in de straat. Mijn Indische onderwijzer heette Von Banniseth.

 Mijn eerste gitaarles kreeg ik van een mooie Indische vrouw aan de Regentesselaan. Ik vroeg haar me de akkoorden van Hello Mary Lou voor te doen. Maar dat mislukte, ze bleef het hardne­kkig in drie akkoorden spelen, terwijl ik al uitgevist had dat het er vijf waren.

 Op tv werd maandag jl. een docu vertoond over de Indische muziek in Holland na de oorlog. Wat overbleef waren de elektrische gitaren van de Tielman Brothers, die nooit zongen. Rene and his Alligators van René Nodelijk was de eerste gitaarband die ik zag optreden. Maar Brandend Zand is geen Indische muziek. En Ramona was een Amerikaanse Evergreen.