Zo eenvormig als de rijtjeshuizen in mijn Haagse straat van buiten waren, zo verschillend waren de werelden binnenin de huizen. Overal ben ik weleens binnen geweest. Behalve in het huis waar de latere Nobelprijswinnaar en zijn twee oudere zussen werd grootgebracht. Gerardje was geniaal en mocht niet naar buiten.
Bij de buren en overburen was de nieuwe tijd al binnengedrongen. De suites doorgebroken en de plusfours vervangen door terlenka. De meisjes kregen petticoats, de Indische als eersten. Indisch was modern. Aan beide uiteinden woonden in volgepropte lagen de katholieken, die bij LENS (Lenig en Snel) voetbalden en de gereformeerden, waar eerst op zondagen in colonne driemaal naar de kerk werd gefietst, tot opeens op zondag een jazzband in de voorkamer stond te spelen met de twee oudste buurjongens op slagwerk en staande bas. En de beroemde Henk Alkema aan de piano. De staande bas naast het dressoir. Waar de ouders en hun potplanten gebleven zijn heb ik nooit geweten.
Verderop kwam het genootschap van dominee Visser bijeen, die een eigen gemeente gesticht had rond zijn harmonium. Twee huizen aan de overkant werden bewoond door oude dames die bij de parochie hoorden. Wij buurtjongens zaten die zondagen op het hekje en keken brutaal naar binnen.
De moderne tijd kwam onverbiddelijk binnen. Dat waren wij