Montaigne (1533-1592) reisde in 1580 'achter zijn neus aan’ naar Italië. Dat en hoe hij daar terecht kwam was vooral toeval, maar ook een zoektocht naar kuuroorden waar hij verlichting van zijn nierstenen hoopte te vinden.
Heel Europa was vol kuuroorden. En zo kwam hij al gauw in het mij zeer bekende Plombières. 'Hij hield van omwegen,' zegt vertaler Anton Haakman, die ook de weldadige toelichting verzorgde. Vaak kwam hij uit op een plek waar hij al geweest was. Als zijn personeel hem vroeg waarom zei hij dat hij als het aan hem lag nergens anders heen ging dan naar de plek waar hij zich bevond, en dat hij dus niet kon verdwalen of omwegen maken. Hij reisde om het reizen. In onze tijd van 'geheel verzorgd' uitzonderlijk.
In Plombières, al sinds de Romeinen een kuuroord, dronk hij vooral water, om het gruis van zijn nierstenen en 'graveel' kwijt te raken. Duitse ziekenfondsen sturen hun klandizie nog vaak naar een Kurort.
Er zouden ook nu Corona-Kurorte moeten ontstaan waar de kwakzalvers praktijk kunnen houden. Met een strijkkwartet in het park.
Maar in Plombières was het ernst. Wie besmet was kwam de stad niet binnen. Strikte hygiëne, en een hoerenverbod. Men wist al van infectie. Koninginnen en prinsessen kuurden er. Boeiend is Montaignes verslag van zijn nierstenen, die hij voelt afdalen en soms vergruizen.