Op Goede Vrijdag 6 april 1327 in Avignon aan de kerk van de Heilige Clara kruisen de blikken van Petrarca en Laura elkaar heel vluchtig, met een ietwat verscholen glimlach wendt zij lichtjes blozend haar blik af.
Petrarca blijft levenslang verliefd, maar beseft meteen dat zijn liefde nooit beantwoord kan worden. De vrouw die hem zojuist passeerde is Madonna Laura, de echtgenote van Hugues de Sade - geen familie - heer van Avignon.
Petrarca grijpt de pen en schrijft sonnetten over zijn liefde, hoe de engelen in de hemel er met elkaar over praten - maar Laura blijft ongrijpbaar.
Haar huwelijk vond plaats op 16 juli 1325 in La Chapelle des Penitents in Noves waar notaris Raymond Fogasse het huwelijk bezegelt: het contract vermeldt 'la fille de Audibert de Noves dite La belle Laure' - de dochter van Audibert van Noves gekend als de mooie Laura. Petrarca volgt haar als een stalker als ze met haar kinderen in het park wandelt.
Er ontstond in de kunst van die tijd een mode van geïdealiseerde liefde. Maar Lord Byron verfoeide het sonnet en de zwijmelende Petrarca: 'Ik heb zo'n hekel aan Petrarca dat ik haar niet had gewild als ik zijn Laura te pakken had gekregen, wat de jengelende zeurkous nooit lukte.'