Zo lang ik geen lid kan worden van de Grieks-mythologische kerk moet ik het doen met literatuur als Ovidius' Metamorfosen en vooral de schilderkunst uit de zestiende eeuw.
Daar leven mijn goden, die - als alle goden - natuurlijk een soort mensen zijn. Hun belevenissen strekken me tot voorbeeld. Ze hebben ook allemaal een functie, zoals de latere heiligen, stuk voor stuk beschermheren en vrouwen van wat er in ons dagelijks leven iets nodig heeft. Een god voor elke rivier, voor elke stad, waar je af en toe een offer aan brengt. Want je weet nooit, net als met de Christelijke goden.
Maar met oppergod Zeus weet je het ook nooit. De grootste vrouwengek ooit, en dol op spelletjes buiten medeweten van zin echtgenote Hera. In Wenen hangt een afbeelding van Correggio uit 1530, waarop hij de nimf Io, dochter van een riviergod, verleidt, in de gedaante van een wolk.
Over zo'n god zou ik graag een zondagse preek horen. Met een passende levensles. En tot zijn priesters zou ik mij graag wenden om raad in geval van liefdesperikelen.
Hoe het verder ging? Zeus kreeg als altijd zijn zin. Op het schilderij zie je het gezicht van Zeus door de wolk heen schemeren. Maar wees gerust, Io ontkomt.
Dat Christus nooit getrouwd is lijkt me de ernstigste fout in de leer van deze mensgod. Al trouwen nog zoveel nonnen - in de geest - met hem.