Tot m'n verbazing een groot stuk in NRC over het Eerbeeks papier, waar ik al vaker over schreef in Avondlog en die ook in m'n bundel 'De gabardine regenjas' voorkomt. Mijn vriendje Evert Schut was de kleinzoon van een papermagnaat, zodat ik de fabriek goed kende. En thuis was in het papierdorp.
Achter het station begon het toen al. Ik weet de tijd dat ze allemaal nieuwe fabrieksschoorstenen bouwden: Schut, De Hoop, Huiskamp en Sanders (bij Marco Sanders kwam ik over huis), De Zeeuw (Lex de Zeeuw) 'voor golfkarton' reed nog jaren door het land. Heel het dorp volgde het verrijzen van de 'pijpen'. Zodat Evert bij ons in klas op z'n Veluws 'Schuttepiepe' werd genoemd. Ik woonde er in de tijd dat de Eerbeekse beek nog elke dag een andere kleur had. Het papier werd vaak gekleurd, zodoende. Er werden etiketten voor Flipje-jam en doosjes voor tubes Prodent gedrukt. Alleen op zondag was het water doorzichtig.
Ik heb de nieuwe 'papierstraat' zien komen bij Schut, waar oud papier werd verwerkt tot 'pulp' (papier maak je van oud papier), met veel water. Aangevoerd uit de beek. Het proces eindigde in een reeks brede rollen, die het water er weer uit persten. En tot een straatbrede rol werd opgewikkeld. Die vol knetterende statische elektriciteit zat. 'Hier, voel maar'.
Afgevoerd werden ze met de auto's van Schotpoort of de goederentreinen. Waar op een dag een wagon met Flipje-etiketten openbarstte, zodat alle schoolkinderen over het spoor liepen om ze te verzamelen. Er zaten namelijk 'punten' op, waarmee de Flipjestrips kon krijgen met de avonturen van het Fruitbaasje uit Tiel, Juf Schaap, Jasper Aap en de anderen.