Herman

 Lang geleden beschreef ik hoe mijn Eerbeekse schoolvriendje Herman van der Velde ons uitnodigde voor het leggen van de eerste steen, van de bijkeuken die zijn vader zou metselen.

 Die plechtigheid was maar een verzinsel van Herman. Toen we na school bij de bijkeuken kwamen en hij om limonade vroeg kreeg hij een draai om z'n oren.

 Herman leeft niet meer. Wat ik me verder van hem herinner is hoe we eens van school naar huis liepen na een rekenles en Herman met zijn Veluws accent vroeg: 'Wim, vin ie leren fain?' En daarna meteen zijn mening: 'Ik vin 't een rotwark.'

 Het duurde een hele tijd voor ik een beetje Eerbeeks leerde praten.

 Op een dag nam Herman me mee naar het nabije dorpje Hall, waar een tante van hem trouwde. De 'brullofte' bleek een enorm spektakel in een boerens­chuur, waar ze op de tafels dansten.

 Toen we terugfietsten vroeg ik waarom het een 'brullofte' heette.

 'Omdat die altiet zo brulln', zei Herman.

ps. Op het fotootje voor het Huis te Eerbeek, nu een hotel: het Duitse meisje met haar scooter, de eerste die wij ooit zagen, en dan van links naar rechts ik zelf, Herman en op z'n fiets Evert Schut. Zie ook het boekje 'De gabardine regenjas' (uitg. Avanti, yolnus@xs4all.nl