Colette in Verdun

 In 1915, midden in de oorlog reisde Colette als journaliste naar Verdun. Er wordt gebombardeerd. Ze praat met de buren.

 'Pas op voor de legerartsen die aan de overkant ingekwartierd zijn!' De De ruiten zingen hoog i-i-i als het kanonvuur aanzwelt en ons dwingt onze stem te verheffen, en de winterzon kondigt vorst aan. Ik kan haast niet wachten om alles te horen, te huiveren, te hopen. Ik vraag 'Is er nog nieuws?' De onderofficier van het ravitailleringsvoertuig fronst zijn wenkbrauwen, trekt aan zijn Vercingetorix-snor en zegt: 'Nou, de stoffeerder is een zwijn!'

 'De...'

 De stoffeerder inderdaad. De boter die hij verkoopt is margarine!'

 'O ja... En verder?'

 'En verder is er bij de pianowinkel net een indrukwekkende lading sardines binnengekomen, Ik ga er zo even heen als ik naar onze paarden ga kijken...'

 'Ja, ja... En verder?'

 'En verder, ' roept de jonge vrouw met bruin haar uit, 'en verder is het een schande dat we drie stuivers moeten betalen voor een prei. (...)

 'Ja, ja, ja..! Maar alstublieft, hoe zit het met de oorlog?'

 ' De oorlog?'

 Vercingetorix staart me aan, zijn argeloze blauwe ogen wijd open. Ik verlies mijn geduld: ' Ja, de oorlog natuurlijk, verdorie. Wat de mensen horen, wat ze lezen wat u doet!'

 De blauwe ogen worden klein van het lachen: 'O ja, natuurlijk, de oorlog... Welnu, dat gaat... Dat gaat heel goed. Maak u niet zo druk...'