Tien jaar geleden stierf de dichter Joseph Brodsky (1940-1996). Dit najaar brengt de Bezige Bij al zijn gedichten in vertaling uit, onder redactie van zijn vriend Kees Verheul. Dinsdag 15 augustus herhaalde de Avonden het programma dat John Albert Jansen over hem maakte voor VPRO's Boeken.Winter '88-'89 bracht Brodsky een bezoek aan Nederland, tijdens welk bezoek hij voordroeg uit eigen werk. Jansen maakte van zijn verblijf een reportage die werd uitgezonden op 24 januari 1989.Nu online. Eind vorig jaar kwam al de bizarre verzameling 'Kerstgedichten', want die was Brodsky gewend te schrijven tijdens ingrijpende perioden in zijn leven. Verlossing, hoop, ja.
In een nawoord haalt vertaler Kees Verheul herinneringen op aan Kerstavond, Leningrad 1967. De dichter is nog maar kort op vrije voeten na zijn dwangarbeid. Hij ziet: ' op Brodsky's gezicht, boven zijn feestkledij (jasje, wit overhemd met das) een uitdrukking die ik nauwelijks van hem kende. Stille triomf. Bijna geluk. Of hij de Sovjetunie, al was het maar voor een paar uur en in een kamer van twee bij drie, eindelijk naar zijn hand had gezet.' Van de Kerstgedichten vindt Verheul 'Kerstromance' (1961) het mooiste, het signaleert 'de geboorte van een dichterschap'.Moskou. Voorlaatste strofe. Kil vaart de avond in je ogenwijl vlokken op een treinstel landen, de vrieswind kent geen mededogen en sluit zich rond je rode handen. Van avondlichten vloeit de honing, er hangen zoete nogageuren,de nachtpastei vormt de bekroning van 't kerstgebeuren.28 december I961(vertaling Peter Zeeman)