Woordloos is Richter niet. In het boek bij de tentoonstelling (zie eergisteren) zegt hij:
'Ik geloof in taal, argumenten en grappen, maar binnenin mij steekt een ander, iemand die ik ook ben, ingenaaid in mijn huid, iemand die is zoals alle mensen. Het is een zielige, jammerende en sentimentele dwaas die confuus en angstig is en geen idee heeft wat er in de wereld aan de hand is en daar via zijn werk probeert vat op te krijgen. (...) ... als ik onvooringenomen naar mijn werk kijk, als ik niet Daniel Richter ben, de vent die het spul gemaakt heeft, lijkt er een doem op mijn werk te rusten. Dan ben ik verbaasd over mijzelf en als ik naar een schilderij als Poor Girl kijk, vind ik het heel banaal, naïef en triest. En dan vraag ik mij af: "Waarom heb ik dat gedaan?" Het antwoord is volgens mij mijn zwakheid, een zwakheid die ik met de meeste mensen deel.'Het is of je Franz Kafka hoort praten.