Van Hugo Claus komen de Oostakkerse gedichten weer op tafel. En de herinnering aan de poëzie-avond in Paradiso, op 23 april 1985, ter nagedachtenis van Hugues C.Pernath, de ook door Claus zo bewonderde Vlaamse dichter. Freddy de Vree was er, Tom Lanoye, Guido Lauwaert.Maar het bleef stil in de zaal. Erg stil.
Er kwam kort gezegd helemaal niemand de Grote Zaal van Paradiso binnen. Niemand, voor Hugo Claus? We hadden posters opgehangen. Op de radio reclame gemaakt. 'Misschien komt het van het voetballen,' opperde Claus manmoedig. Ajax speelde die avond. 'Zullen we beginnen?' vroeg ik Claus en de anderen. 'Het wordt toch voor radio opgenomen, dus we werken niet voor niets.'En zo werd Pernath herdacht voor een lege zaal.Na afloop zaten we enigszins mistroostig in de kelder van Paradiso bij een tv-toestel en zagen het staartje van de wedstrijd. Pas toen we tenslotte op straat stonden, op de stoep voor Paradiso, zagen we de verklaring voor de lege zaal.De lamp achter het bord 'UITVERKOCHT' brandde. Hij had de hele avond gebrand. Hugo Claus deed in Paradiso 'Het graf van Pernath'. de variant die hij voor zijn vriend had geschreven op Vondels 'Uitvaert van Maria van den Vondel' Wanneer dit eindelijk leven endt vergaat het eindeloze leven, door kind noch kraai herkend en niemand ooit vergeven. Je versplinterde je eigen troon toen je viel in de kille grond en vermetel, bleek en brandschoon liep je leeg uit je eigen wonden. Men deed je hazelnotenogen toe tegen de verminkende zon en eindelijk stil strak en moe werd je door je schaduw overwonnen. (...)