Rob van de Schoor, stelde - met Ilona Brinkman - het brievenboek 'Van de liefde die vriendschap heet' samen. Daarin zijn de hoog oplaaiende betrekkingen tussen Willem Kloos en Albert Verwey tussen 1881 en 1891 vastgelegd op een manier die de dramatische en stilistische kracht van het materiaal recht doet.Aan partij kiezen ontkomt de lezer moeilijk. Rob vindt - net als ik - dat Kloos er toch wel als de winnaar uit naar voren komt. Neem deze brief van 7 Maart 1889. Kloos woonde aan de Kerkstraat 260. De boedelscheiding is in gang gezet.
'Goed, amice, Zaterdag morgen vóór twaalven zal ik den boel laten halen. Maar ik gevoel de noodzakelijkheid van er zelf bij te zijn, daar mij in de laatste maanden gebleken is, dat zulke zaken, mij betreffende, door U met eenige nonchalance behandeld worden, zooals trouwens begrijpelijk is. Eén voorbeeld onder velen: Toen ik in October l.l. mijne papieren etc van u terug had laten halen, hadt gij verschillende dingen, waaronder de papieren van Jacques Perk, vergeten, maar daarentegen was de ééne helft van de grootste der twee handkoffers gevuld met een ouden, strooien hoed. Ik zal dus zelf komen: wees dan echter zoo goed te zorgen, dat gij zoolang bezig zijt een pleizierige wandeling te maken of dat gij aangenaam met uw aanstaande te Haarlem te keuvelen zit: dan ben ik meer op mijn gemak en hoef niets te doen of te zeggen wat ik niet meen. Dus, dat is afgesproken, hé.tt.Willem Kloos''