Vijftien dans- en kermisorgels, cilinderpiano’s, mechanische piano's en orchestrions staan er in het Brusselse Jubelparkmuseum en ze doen het allemaal. Elke dag om 14.00 worden ze gedemonstreerd, op de expositie die genoemd is naar de 'Continental Superstar'.
De Superstar is een dansorgel, gebouwd door Theophiel Mortier in Antwerpen in 1923. Het telt 92 toetsen, waarvan: 18 registers, 23 zang, 20 tegenzang, 12 bassen, 12 begeleiding en slagwerk. Let op Guillaume Bax, de man die bij Mortier gerantwoordelijk was voor het muzikaal ontwerp van de orgels. Hij vond oa. de 'baxofoon', de jazzfluit en het 'vibraton' uit die in Belgische dansorgels veel gebruikt zijn. Arrangeur Arthur Prinsen heeft ook klassieke stukken bewerkt voor de Continental Superstar: van Dichter und Bauer tot Bach. Wat ik in Brussel leerde, er is zoveel verschil in toon tussen de instrumenten. Op tweestemmigheid en vibrato is meestal gerekend. Maar sommige pijpen klinken hemels en andere knarsen. Al deze muziek is om te dansen en daarvoor zijn de houten animeermeisjes. Vroeger konden ook die soms met scharnieren bewegen, nu weinig meer.