Karel van het Reve (1)

 Het was een zonnige dag in september 1995. Ik zeg dat niet omdat Karel van het Reve heeft geschreven over het cliché bij Biesheuvel en Tsjechov. Ik schrijf het omdat ik denk dat het iets toevoegt. Dit verhaaltje kan wel wat zon gebruiken. Het gazon langs de waterkant van de Reijnier Vinkeleskade lag in de zon toen ik kwam aanlopen met mijn bandrecorder.

 Nu ben ik op de eerste verdieping, in de werkkamer van Karel van het Reve. Een zo goed als lege, wit geschilderde kamer. Er hangt niets aan muur. Een bureau, een stoel, nog een stoel. Een paar boeken. Ik moet oppassen in deze minimale inrichting geen beginselverklaring te zien. Ik kom een gesprek opnemen over het boek 'Luisteraars!' met teruggevonden stukjes die Karel voordroeg voor de Wereldomroep tussen 1979 en 1991.

 We hadden elkaar eerder ontmoet, een paar keer. Maar Karel kende mijn vader beter dan mij, als collega-docent aan de Koninklijke Militaire Academie. Ik bleef voor hem 'de zoon van de oude Noordhoek van Noord-Beveland'.Het gesprek ervoer ik als een examen. Elke vraag die ik stelde moest steekhoudend zijn, helder geformuleerd en zonder een zweem van flauwekul. Want daarover ging het werk van Karel van het Reve. Het onderscheiden en bestrijden van flauwekul.

 Hoe ik het huis levend heb verlaten weet ik niet meer. Ik kwam thuis in de overtuiging dat alle intermenselijk verkeer berust op misverstanden. ps. Lees de eerste twee delen van het Verzameld Werk van Karel van het Reve. Juist verschenen.

Karel van het Reve
Beluister fragment