Toen ik er kort na de oorlog woonde heette Zutphen nog Zutfen. Hier aan de IJsselkade heb ik gespeeld. Een parlevinker bracht kruidenierswaren naar de langsvarende aken. En een stoomlocomotiefje reed wagons aan, die geladen waren bij de fabrieken van Resink, achter het spoor.
Er liep daar een mongool rond.
De mannen van de stoomtram hadden hem een pet gegeven en een toetertje. Daarmee beende hij druk gebarend rond, en regelde het verkeer, tot ieders plezier.
Tot op zekere dag de stoomtram was opgeheven.
Ik zie hem staan, de mongool met z'n pet, op het verlaten emplacement.