Door Walter Benjamin vond ik de reisverslagen terug die de koopman Jacob Muhl in 1778 naar zijn familie en vrienden stuurde toen hij in Parijs verbleef (Walburg Pers, 1978).De aanloop naar de door Benjamin beschreven 19de eeuw.
In Nederland deden kennelijk geruchten de ronde over het uitgaansleven in de stad van toen al 6 á 700.000 inwoners.
En Jacob Muhl rebelleert tegen de Hollandse bekrompenheid: 'Lieden die nooijt uijt Holland geweest zijn en het overal net willen hebben als in Amsterdam, kunnen nergens genoegen hebben.'
En dan doet hij verslag.
'Op het uijterlijke geoordeelt: de vivacitijd, ja wildheid, de ongemeene pragt in kleederen, de libre ongegeneerde houding, familiaritijd op straat met heeren (...)'
En stelt vast dat de 'filles galantes' in de Theuillerie en op de Place Roijal 'heel andre schepsels zijn als dat droevig zoort in Holland. Het zijn dames, naar de eerste trant gekleet, als koninginne.'
En 'brutalitijd op de weg heb niets van gesien.'