Gisteren sprak ik de Vlaamse filosoof Lieven de Cauter. Hij trok eerder de aandacht met oa. 'De capsulaire samenleving. Over de stad in het tijdperk van de angst'. Het boek waar de Nederlandse schilder Tjebbe Beekman een heel project in beelden op baseerde, dat vorig jaar in het Haags Gemeentemuseum te zien was en dat ook leidde tot een catalogus waarin De Cauter uitvoerig ter sprake komt.
Maar De Cauter wist dit niet, hij en Tjebbe hebben elkaar nooit ontmoet, zo bleek.
Ik kwam om de praten over de nieuwe, uitgebreide editie van zijn boek 'Archeologie van de kick', ondertitel: 'Over moderne ervaringshonger'.
We troffen elkaar in de wachtkamer van het Centraal Station in Antwerpen. Onder de monumentale klok, het centrale object in dit 19de eeuwse monument van gietijzer, nu ook doorstoken door de TGV, maar intact gebleven.
De klok die voorkomt in W.G.Sebalds 'Austerlitz'.
'De archeologie van de kick' vertelt in een aantal essays het verhaal van de verhevigde ervaringen die wij najagen, van de vliegmachine van Da Vinci tot het skieën en bungy-jumpen.
Over de kunstmatige paradijzen van de roes en de frivoliteit als lotsbestemming van de postmoderne mens.
Over schrijvers als Baudelaire - en velen na hem - voor wie het besef van de kloktijd ondraaglijk werd. Die de burgerlijke cultuur afwezen en de roes omhelsden.
Maandag na 21.00 is ons gesprek te horen in de Avonden.