Wie 'trains and boats and planes' aanroert komt onvermijdelijk met Wim Bloemendaal in aanraking. Gisteren schreef ik over de verdwenen Franse transatlantische vliegers Nungesser en Coli.
In juni jl. schreef Wim op z'n weblog: 'Op 14 juni as. is het negentig jaar geleden dat de Atlantische Oceaan voor de eerste keer per vliegtuig werd overgestoken. Dat gebeurde door twee RAF?vliegers: captain John Alcock en navigator Arthur Whitten Brown met een bommenwerper uit de Eerste Wereldoorlog, de Vickers Vimy. Het tweemotorige vliegtuig was in onderdelen in kratten verpakt per schip (ss Glendevon), vergezeld door de vliegers en acht Vickerstechnici naar Newfoundland verstuurd en vloog de 3058 kilometer naar Clifden in Ierland in 19 uur. Alcock en Brown wonnen daarmee de in 1913 door de 'Daily Mail' uitgeloofde prijs van 10.000 pond. Het vliegtuig is bewaard gebleven in het Science Museum in Londen... '.
En hij voegt toe:
'Het vliegtuig (een Levasseur) van de Fransen is overigens nog boven Ierland gezien.'
Zodat de potloodtekeningen van Johan de Wilde van de lege zee bij de rots van Étretat een fractie minder zeggen.
Met verdwijningen nemen de mensen geen genoegen.
Ook al is er geen schijn van kans iemand nog levend aan te treffen, dan nog rust men niet, soms tientallen jaren lang tot er eindelijk een tentje, een wrak op de zeebodem of wat ook is aangetroffen.
De zoektocht naar Nungesser en Coli duurt al 82 jaar. Steeds weer duiken overgeleverde verhalen van dorpsbewoners in Maine of New Foundland op.
Is dat niet verbazingwekkend en onbegrijpelijk?